InterviewBobby Schagen

Altijd weer die bus en de Autobahn en tegen het ochtendgloren thuis

Handbalinternational Bobby Schagen van het Duitse Lemgo-Lippe was even terug in Nederland voor een duel met Turkije. Hij vertelt over het spelen in Duitsland met het vele reizen (‘Ik ben niet zo goed in slapen in de bus’) over de nationale ploeg en over corona.

Bobby Schagen schiet in de wedstrijd Nederland-Turkije op doel.Beeld Klaas Jan van der Weij

De bus en de Autobahn, dat zijn twee belangrijke vastigheden in de handbalcarrière van Bobby Schagen, international en beroepsspeler van Bundesligaclub TBV Lemgo-Lippe. De jaarlijkse negentien uitwedstrijden in de Duitse competitie zijn oefeningen van geduld, zeker voor iemand die al elf jaar zijn geld verdient bij de machtige clubs in het buurland.

De diesel van de bus dreunt, de schlagermuziek galmt en de nacht is de gezamenlijke vriend van de handballers, soms reuzen van 1 meter 90 die te groot zijn voor de gemiddelde touringcarstoel. Het geeft niet, want het is een ingeslepen gewoonte, soms zo saai als in de stapmolen van een paardenstal.

‘We reizen altijd daags voor een wedstrijd naar de stad van onze tegenstander. Eerst een ochtendtraining, dan nog video kijken en rond twaalven stappen we dan in de bus, onze oude vorige week afgedankte bus, om dan vroeger of later in de avond neer te strijken in het gekozen hotel.’

De andere dag is het lang wachten, tot de wedstrijd begint. ‘Die is altijd om zeven uur. En na de wedstrijd is het de bus in, voor de terugreis. Er zijn lange trips bij. Balingen aan de Bodensee, 550 kilometer, of Flensburg aan de Deense grens, ook zoiets. Wij in Lemgo wonen in Midden-Duitsland. Dat maakt het nog overzichtelijk. Maar de bus doet er lang over voor je weer thuis bent’, vertelt Schagen aan de vooravond van zijn negentigste interland, Nederland - Turkije.

‘Vorige week hadden we op donderdag in Göppingen gespeeld, 28-28, en kwamen we om kwart voor 5 in de morgen weer thuis. Om 10 uur moesten we, verplicht, uitlopen van de trainer. Iedereen zei in koor: coach, dat kan toch niet? Maar hij zei dat het goed was direct weer in je ritme te komen. Dan moesten we ’s avonds maar eerder naar bed om bij te slapen.

‘Het was vier uurtjes slapen. Je voelt je brak, alsof je bent wezen stappen. Ik heb in het verleden wel in de Tweede Bundesliga gespeeld, met Nordhorn-Lingen. Dan speelden we op zondag, met ook verre uitwedstrijden want die divisie is ook landelijk ingedeeld. Kwamen we om 6 uur met de bus weer in Nordhorn. Dat is niet ver van Enschede. Het werd dan al weer licht. Zag je mensen met hun tasje of koffertje in de auto stappen. Zij naar hun werk, wij naar ons bed.’

Viezig

Of Lemgo een speciale bus heeft voor die verre Autobahnreizen, is de kwestie. Schagen lacht. ‘Ja, hij is blauw, gestickerd met het logo van de club en de foto van onze selectie staat achterop. De buitenkant is het knapst. Het interieur is viezig. Al tien jaar oud en hij is nu afgeschreven. De reis naar Göppingen was de laatste. We hadden hem willen slopen. Mocht niet. Er komt een nieuwe.

‘Maar ik heb wel bij clubs gezeten waar je in de reisbus iets meer luxe had om je benen te strekken. Wij hebben bij Lemgo een doodnormale touringcar. Kussentje mee, ja, maar ik ben niet zo goed in slapen in de bus. Het ligt toch niet fijn. Er zijn clubs die bedden hebben in de bus. Ik weet dat de damesploeg van Borussia Dortmund er een heeft. Gingen ze mee op en neer naar Odense in Denemarken voor de Champions League. Hadden ze allemaal een slaapcabine. Dat vond ik wel optimaal, maar zelf heb ik dat nooit gehad.

‘Lemgo reist ook met de bus, omdat we geen vliegveld in de buurt hebben en omdat we mooi centraal in Duitsland gelegen zijn. Toen ik drie jaar in Stuttgart handbalde, namen we af en toe het vliegtuig. Voor als we naar Kiel in Noord-Duitsland moesten, of naar Berlijn. Vliegen was ook goedkoper. De bus twee dagen huren, met twee chauffeurs, want die moeten kunnen pauzeren, een extra overnachting, dat kost veel geld.’

De bus hoort bij de Duitse handbalcultuur, de tweede sport van het land. Vooral de sfeervolle trektocht door de nacht. ‘Het scheelt natuurlijk erg of je gewonnen dan wel verloren hebt. Als er gewonnen is en het was een belangrijke wedstrijd, dan wordt er wel wat gedronken en staat de muziek hard aan. Een biertje? Ja, dat mag wel. De trainer zegt dat. Ligt een beetje aan de volgende wedstrijd, wanneer die gespeeld wordt. Als die binnen drie dagen is, dan wordt er rekening mee gehouden. Maar bier, ja dat kun je een Duitser niet echt verbieden.

Geen Hazes

‘Na de wedstrijd in Göppingen begon de interlandweek. Dan wordt er wat meer gedronken, want er volgden twee vrije dagen. De muziek is bij deze club in handen van de Duitsers. Dat is dus Helene Fischer, die is populair. Hazes komt er niet in. Dat krijg ik niet voor elkaar. We zijn maar met drie Nederlanders (Dani Baijens en Mark van der Beucken, red).

‘Naast de muziek, nee nooit geen polonaise dat kennen Duitsers niet, wordt er veel gekaart. Gepokerd. Maar er zijn er ook die een boek lezen of een filmpje kijken op hun telefoon. De eerste anderhalf uur is het allemaal erg druk, dan speelt de adrenaline nog een rol. Na enen wordt het stiller, rustiger.

‘We stoppen nu vaker met de bus. Leer mij de Raststättes kennen. Normaal hebben we een wc’tje aan boord, maar dat mag in deze coronatijd niet worden gebruikt. Dus moeten we stoppen voor een plas bij zo’n wegrestaurant. Ja, dat betekent vaker de afrit op en later thuiskomen.’

De Duitse Autobahn zal Schagen (30) niet snel verwensen. Hij is twee jaar geleden naar Lemgo verhuisd, om dichter bij huis te zijn. ‘Toen ik in Stuttgart speelde, kwam ik nooit meer thuis. Te ver. Nu woon ik op iets meer dan drie uur rijden van mijn ouders in Amsterdam. Dat bevalt heel goed. Ik wil, als alles meezit, nog vier of vijf jaar dit leven volhouden. Ik vind het nog steeds leuk.’

Woensdag was het de bus in, van Papendal naar Almere. Het was de negentigste interland van Schagen, in elf jaar tijd. ‘Geen eindtoernooien, hè. Ik was gelijk met Laura van der Heijden in 2008 jeugdtalent van het jaar. Zij heeft er nu meer dan 200 gespeeld (203, red.). Ik heb er weinig gemist. Maar er zijn gewoon niet zo veel geweest voor het mannenteam.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden