Altijd maar bezig met 'zijn instrument'

Erben Wennemars is baas over zijn schaatsen. Hij slijpt en buigt en rondt met het oog op de WK-titel. Dom trainen en gas geven is niet genoeg om het komend weekeinde in Nagano wereldkampioen op de sprint te worden....

Van onze verslaggever Mark van Driel

Voor het dragen van een schaats pak met reclamelogo's krijgt Erben Wennemars betaald. Het opzetten van een hippe zonnebril levert hem wat op, net als het aantrekken van merkondergoed. Het verkwikkende drankje na de race lest niet alleen de dorst. De fabrikant is een sponsor.

Alleen zijn schaatsen trekt Wennemars zonder beloning aan. Hij krijgt ze gratis, dat wel, maar hij zou er grif voor betalen als hij geen andere keus had. 'Schaatsen zijn geen voetbalschoenen. David Beckham speelt voor heel veel geld op kicksen van Adidas. Maar ik weet zeker dat hij voor niets op Nike zou overstappen als hij op die schoenen meer doelpunten zou maken.'

Het luistert nauw bij schaatsen, zegt Wennemars. Hij kan het weten. Wat hij niet heeft uitgetest in de loop der jaren: dubbele klapschaats, carveschaats, olieschaats, klapschaats met computer en een fiks aantal merken waarop de concurrentie rijdt. Op Viking voelt hij zich thuis. 'Ik heb geluk. Ik heb een hele neutrale voet. Een standaardschoen is voor mij prima. Ik heb vier paar thuis liggen. Daar kan ik mijn carrière mee uitrijden.'

Af is een schaats nooit. Wennemars is constant bezig met 'zijn intrument', al omschrijft hij zichzelf als een van de nuchterste rijders. Anderen, Gerard van Velde bijvoorbeeld, besteden uren aan de preparatie van hun materiaal. Per ijsbaan, per dag, per rit soms zelfs, stellen ze hun ijzers anders af.

Wennemars zegt dat hij dat niet doet. In Nagano, waar dit weekeinde de WK sprint plaatsvindt, staan zijn ijzers hetzelfde als twee weken geleden toen hij de NK afstanden in Utrecht won.

Niettemin bevat de bagage van de tweevoudig wereldkampioen, naast twee paar ingereden schaatsen, een indrukwekkend arsenaal aan gereedschap; een cubender ofwel buigapparaat, een setje inbussleutels, een uiterst gevoelig metertje dat honderdsten van millimeters registreert, een ijkstaafje '100 procent recht', een slijpblok, diamantstenen, slijpstenen en een braamsteentje.

Al die materialen zijn nodig om de ijzers te bewerken. Drie zaken zijn van belang. De ronding, de lichte bolling aan de onderkant van het ijzer die het sturen van de schaats mogelijk maakt. De buiging, de kromming van het gehele ijzer die het lopen van een snelle bocht vergemakkelijkt. En het slijpen, want het ijzer krijgt grip op het ijs door zijn scherpe randen.

Twee jaar geleden had, Wennemars, net als de meeste Nederlandse schaatsers, geen idee in wat voor staat zijn ijzers verkeerden. Een 'rondingboer' deed de ronding. Zijn toenmalige ploeggenoot Jakko Jan Leeuwangh boog. Alleen slijpen deed hij zelf.

Nu prepareert hij zijn materiaal met behulp van een computerprogramma van trainer Jac Orie. Op grond van zijn gewicht, kracht en snelheid is de ideale vorm van het ijzer berekend. Dat luistert nauw. Een ijzer is tussen de 0,9 en 1,1 millimeter dik. De aanpassingen zijn minimaal. 'Zelfs tegen het licht kun je de verschillen soms niet zien.'

Wat de ideale vorm oplevert aan tijdwinst is niet eenvoudig vast te stellen. Wennemars' ploeggenoot Simon Kuipers, debutant bij de WK sprint, reed vorig jaar meteen persoonlijke records nadat zijn schaatsen onder handen waren genomen tijdens een stage bij de ploeg van Orie. Maar in Nagano, zegt Wennemars, staan de tijden waarmee Gianni Romme zes jaar geleden olympisch goud won nog steeds. 'En hij had absoluut geen idee op wat voor ronding hij toen reed.'

Wennemars probeert zich niet te laten meeslepen door de experimenteerdrift van sommige collega's. Liefst zou hij zijn eigen woorden geloven: 'Voor mij is het dom trainen en gas geven.' Hij weet: 'Als je maar onzeker genoeg bent probeer je alles.'

Maar de schaatsen liggen altijd onder handbereik. Als hij de rechterschoen pakt om iets te demonstreren, valt zijn blik op het ijzer. Dat blinkt als een spiegel als het scherp is, zegt hij. Prompt ziet hij een paar oneffenheden. 'Dan moet ik toch nog maar even slijpen vanavond.'

'Een geslepen ijzer is gevaarlijk scherp. Afgelopen weekend moest Wennemars per ambulance naar het ziekenhuis nadat hij zichzelf verwondde tijdens een proefstart. Zijn schaats maakte net boven zijn enkel een snee. Hij bracht uit voorzorg een dag door in een rolstoel, om te voorkomen dat de gehechte wond zou gaan ontsteken.'

Vandaag, een dag voor de wereldkampioenschappen beginnen, zullen zijn ijzers ongetwijfeld weer door zijn handen gaan. Morgen vermoedelijk opnieuw. Immers, sinds hij zijn materiaal volgens de methode Orie prepareert gaat het 'best wel goed'. Bovendien: 'Ik denk niet dat je de titel kunt winnen dankzij materiaalkennis. Maar je kunt hem wel verliezen door een gebrek aan kennis.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden