Altijd hebben ze Silooy weer nodig

De lach heeft Sonny Silooy (33) bij Ajax jarenlang op de been gehouden. 'Ik was altijd bezig met gein trappen....

Het is 22 mei 1996, kil en al bijna nacht in Rome als op het veld van Stadio Olimpico de Europa Cup-finale tussen Ajax en Juventus wordt besloten met een reeks strafschoppen.

'Ik nam ze nooit. Hij wist dat ik helemaal geen penalty's kon nemen. Maar ja, als niemand anders het durft. Davids miste ook, die wilde ook niet. Maar wat moesten we anders? Finidi en Kanu namen ze vaak met Nigeria, maar zij wilden niet. Kluivert ook niet, Frank en Ronald de Boer deden niet meer mee.

Niet bekend

'Hij loopt verder, naar andere spelers, en ik zag de bui al hangen. Hij kwam weer naar me toe. Niemand wil 'm nemen, zei hij, doe jij het nou maar, jij hebt een goede wedstrijd gespeeld. Son, neem 'm nou maar. Oké, zei ik.

'Ik moest de vierde nemen. Davids miste, Litmanen en Scholten scoorden. Ik was helemaal niet nerveus. Ik dacht: ik schiet en dan kan er van alles gebeuren. Hoog over of in de goede hoek. Ik wilde de bal rustig in de hoek schieten. Ik schoot en dacht onmiddellijk: néééééé. Hij had 'm. Afgelopen. Gebeurd.'

Noodlot?

'Het moest kennelijk zo zijn.'

Het was het laatste schot van Sonny Silooy (33) voor Ajax, na veertien seizoenen verdeeld over twee periodes. De kans op eerherstel of revanche was hem niet gegund. 'Daarom was het zo moeilijk te accepteren. Ik heb er 's nachts wakker van gelegen. Dat was nou mijn afscheid.

'Mijn laatste wedstrijd in de Meer was ook al een drama geweest. Reiziger en Davids werden gewisseld, en ik kwam er in. Dat was het. Er gebeurde verder niks. Ik had er meer van verwacht, na veertien jaar. Het is maar een detail. Maar normaal vind ik het nog steeds niet.

'Als ik terugdenk aan de manier waarop van Pettersson afscheid is genomen, en van Rijkaard, en van Bergkamp en Jonk, waarom konden ze dan niet even aan mij denken? Dat was toch een kleine moeite geweest? Tien woorden waren al mooi geweest.'

Maar gelieve hier niet te veel nadruk op te leggen. Silooy is nog steeds loyaal aan de club. 'En ik kan niet lang boos zijn.' Hij vergeet niets, zonder rancuneus te zijn. Nog steeds lacht hij graag en vaak en fladdert hij van de hak op de tak. Maar soms is het een lach om slechte herinneringen te verdrijven.

'Toen Van Gaal begon bij Ajax, in 1991, voerde hij met alle spelers een individueel gesprek. Tegen mij zei hij dat ik weg mocht. Fijn begin hè? Nee, zei ik, ik blijf, ik dien mijn contract uit. Oké, zei Louis, maar dan zal je het zwaar krijgen, op dit moment val je buiten de boot en heb ik je niet nodig. Nou, zei ik, dat zien we dan wel weer. Na twee maanden stelde hij me op en nog later wonnen we de UEFA Cup.

'In het begin wilde hij de ploeg heel strak houden. Geen humor. Streng. Aron Winter was er nog bij, die maakte overal geintjes over. Van die kinderachtige geintjes, heerlijk, net kleutertjes waren we. Bij Ajax was ik altijd bezig. Altijd gein trappen. Het keerde zich soms tegen me. Ach, hij lacht toch alleen maar.

'Maar het voetbal is al zo serieus. Lachen en plezier maken heeft me jarenlang op de been gehouden. Van Gaal vond het maar niks. In de loop der jaren werd zijn aanpak wat losser, kon je tenminste ook met hem lachen.

'Ik heb altijd in mijn achterhoofd gehouden dat hij me er niet bij wilde hebben. In het jaar dat we de Champions League wonnen, in 1994-'95, heb ik niet één competitiewedstrijd gespeeld. Helemaal niks. Dat was echt mijn dieptepunt. Het was vernederend, verdorie, altijd was ik positief geweest, nooit schopte ik na, en dan zoiets.

'Als mens mag ik je heel graag, zei hij dan. Maar ik wou maar dat hij me als voetballer graag had gemogen. Kwalijk nemen, nee, ik heb hem nooit iets kwalijk genomen. Misschien is dat wel dom geweest.

'Ik heb één keer een akkefietje met hem gehad, voor de tweede wedstrijd tegen Bayern München. Ik was er honderd procent zeker van dat ik bij de zestien spelers zou worden gekozen. Voor de training maakte hij de namen bekend. Geen Silooy. Ik had zó de pest in. De volgende dag moest ik met het tweede elftal spelen, tegen Papendrecht.

'Van den Brom deed ook mee, hij stond op vier, ik op drie, dus ik moest vooral verdedigen. Ik wilde alleen maar lekker voetballen en ging vóór hem spelen, op het middenveld. Had ik met John afgesproken. Maar hij zat natuurlijk op de tribune.

'Daar kregen we woorden over. Hij wilde gewoon dat ik deed wat hij zei. Want anders kom je in de problemen, zei hij. Nou, dan kom ik toch in de problemen, zei ik. We stonden op het veld te bekvechten. Ik had er geen spijt van, nee zeg. Ik had jarenlang mijn mond gehouden en dacht: nu is het over.

'Achteraf heeft hij me vaak nodig gehad. En als hij me nodig had, stond ik er. Ik heb mezelf niets te verwijten. Maar toch had hij altijd wel wat te zeuren, had hij altijd wel wat op mij aan te merken. Op het laatste ging het dit oor in, en dat oor uit.

'Met Cruijff als trainer van Ajax was het niet anders. Die haalde me een keer na twintig minuten uit het veld, tegen VVV. Na twintig minuten! Ik ging verhaal halen. Hij zei dat de opbouw aan de linkerkant niet goed functioneerde. Toen heb ik het hele ballenhok verbouwd. Sjakie Wolfs, de materiaalman, stond er bij. Ik kon er effe niet meer tegen. Rustig Son, rustig nou, zei Sjakie. Maar ik was des duivels.

'Erger kan een voetballer niet worden vernederd. Maar daar staan ze helemaal niet bij stil. Hup, eruit jij, wegwezen. Als het me nog een keer zou gebeuren, zou ik het ballenhok weer verbouwen.

'Het zou fijn zijn geweest als ik nog een jaartje in de Arena had kunnen spelen. Maar Van Gaal zei dat ik Santos voor me had, en Veldman. En nu is de een weg en de ander steeds geblesseerd.

'Hij heeft veel aankopen gedaan, maar alleen Babangida wordt opgesteld. Altijd zegt hij maar dat het zo moeilijk is om het Ajax-systeem onder de knie te krijgen. Terwijl ik het makkelijk nog een jaartje vol had kunnen houden.'

Het is de sportieve neergang van Ajax die Silooy het meest verbaast. 'Daar hield geen mens rekening mee.' Maar dat onrust sluimerde en interne verdeeldheid zijn tol zou eisen, dat heeft hem niet verrast.

'De onvrede en de frustraties werden altijd binnenskamers gehouden. Daar is Van Gaal goed in, op het laatste jaar na dan. Als ik hoor en zie wat er nu allemaal gebeurt. Vorig jaar was het nog rustig, althans, zo leek het. Het kwam de kleedkamer niet uit.

'Bogarde kwam vaak te laat. Soms werd hij gewaarschuwd, soms werd hij vrijgesproken. Hij is nu eenmaal, eehh, lastig. Maar ik had altijd veel plezier met hem. Ik kon ook alles tegen hem zeggen. Dan keek ik hem aan, en hij mij, en dan schoten we zomaar in de lach. Maar je moet hem niet kwaad maken, oh nee. Dan wordt hij helemaal gek.

'Ik heb één keer ruzie met hem gemaakt, in Israël, toen we daar op trainingskamp waren. Ach, je weet wel, zo'n trainingskamp, lang en ver van huis. Ik miste een bal en hij begon me toch een partij te schelden. Wat ben jij voor een idioot man, zei ik. En toen kwam-ie hè. Bobby Haarms stond er bij, maar die zei niks.

'Bogarde werd bozer en bozer. Kom dan, kom dan, zei ik, ik stamp je zo die bosjes in, kom maar jongen. En daar kwam hij. Pas op het allerlaatste moment begreep hij dat ik hem probeerde te dollen. Mooie kerel, die Bogarde.'

Niet veel clubs waren vorig seizoen geïnteresseerd in verdediger Silooy, hoewel hij transfervrij was en in zijn getuigschriften (Ajax, Racing Club de Paris, Ajax, 25 interlands) tal van aanbevelingen waren opgenomen. Hij vervolgde zijn loopbaan op een onverwachte plek, in Bielefeld.

'De dag na Koninginnedag werd ik 's ochtends vroeg wakker gebeld door een Duits sprekende man. Ik dacht dat het Klaus Topmöller was, van Bochum, die had een week eerder ook al gebeld. Ik verstond hem niet. Wat zegt die man nou allemaal, dacht ik.

'Drie jaar moest ik tekenen, of vier jaar. En plotseling hoorde ik hem Arminia Bielefeld zeggen. Hee, dacht ik, dat is weer een andere club. Het was Ernst Middendorp, de trainer. Hij wilde meteen naar Zaandam komen.

'Ho ho, zei ik, ik ga naar Harderwijk, met de kinderen naar het Dolfinarium, ik heb ze dat beloofd en ik kan het ze niet aandoen om niet te gaan. Bel mijn zaakwaarnemer Rob Jansen maar op, ik ga naar Harderwijk. Jansen belde me tijdens de wandeling. Om zeven uur moest ik me melden in een hotel op Schiphol Hilton. Toen waren we er snel uit.'

Alles is goed, had zijn vrouw gezegd, als ik maar niet hoef te vliegen. De keuze voor Arminia Bielefeld was er een voor het gezin, zijn vrouw en zijn twee kinderen, Joël en Demi. 'Ik heb bewust voor Bielefeld gekozen. Dan kunnen de mensen wel zeggen dat het een klein cluppie is, maar ik wilde niet ver weg. Dit is ideaal: drie uurtjes van Amsterdam en de taal is niet moeilijk. De kinderen praten al Duits. Hun vader niet, nee.'

Silooy en ook Maas, de Feyenoorder, waren twee van de vele aankopen van Arminia Bielefeld dat na de promotie naar de Bundesliga een ploeg vol routiniers op de been bracht. 'In het begin vergeleek ik alles met Ajax. Had ik niet moeten doen natuurlijk, ik wist dat ik twee stapjes terug was gegaan.

'Op de training heeft iedereen het altijd over Ajax. Als ik een verkeerde pass geef, zeggen ze: ah, de Ajax-school. Daar kan ik wel tegen hoor. Ik heb bij Ajax gespeeld, zeg ik dan. En jij, derde liga soms? Het is wel grappig hier.'

Een vaste plaats heeft Silooy ook bij Arminia niet. Vanaf de eerste competitiedag strijdt de ploeg tegen degradatie en speelt Silooy net zo vaak wel als niet. Hij lacht nog wel, maar lang niet altijd van harte en het lijkt er op dat de verkeerde speler naar de verkeerde club is gegaan.

'In het begin van het seizoen waren de resultaten beroerd. En dan worden er zondebokken gezocht. Op een ochtend in oktober, ik was weg om de kinderen naar school te brengen, werd er gebeld. Of ik om twaalf uur bij de Geschäftstelle wilde komen. Ik kwam daar aan en op hetzelfde moment komen er twee andere spelers naar buiten. Hee jongens, wat is er aan de hand? We moeten weg, zeiden ze.

'Oh, dacht ik, nou, lekker is dat, foute boel. Dan zullen ze mij geen verbeterde aanbieding doen. De manager was er en drie mensen van het bestuur. En ja hoor, ik moest weg.

'Ik zei meteen dat ik zou blijven, verder niets. Ik voelde me enorm in de maling genomen. Ik was binnengehaald als een ster, en een paar maanden later wilden ze me bij het grof vuil zetten. Ja, dááág.

'Ik had geen zin om na twee maanden weer te verhuizen. Ik kon dat mijn vrouw en kinderen niet aandoen. Die hadden net een beetje hun draai gevonden. Ze bekijken het maar, dacht ik.

'Ik speelde niet goed, maar ik was niet de enige. Dat stak me. Waarom ik nou weer? Nee, die anderen, die hebben lekker gevoetbald zeg. Het is toch een teamsport? Op zo'n moment denk je: daar gaan we weer. Ik heb het allemaal al een keer meegemaakt.

'Mijn contract loopt nog een jaar door, en ik ben transfervrij. Ik kan zó naar een andere club. Maar wat écht leuk is, is dat ze me later toch weer nodig hadden, net zoals altijd bij Ajax. Plotseling doen ze weer een beroep op je. Altijd en overal ben ik teruggekomen, en altijd sterker.

'Een paar maanden later speelde ik weer mee. Ik was hier al afgeschreven, maar werd in vijf duels drie keer tot man van de wedstrijd gekozen. Maar niet zeggen dat ze fout zijn geweest natuurlijk, dat ze het verkeerd hebben gezien. Dat zeggen ze nooit. Nooit.

'Veel voetballers maken alleen positieve dingen mee. Ik niet. Of ik stond te juichen met een cup in mijn handen, of ik stond bij het grof vuil. Het was alles of het was niets. Maar wél zeven landstitels, vier keer de beker gewonnen, Super Cups, ik was erbij in Tokyo en heb in alle toernooien een Europa Cup-finale gespeeld. Ik klaag niet. Maar ik had meer uit mijn carrière kunnen halen. Als ik niet zo vaak geblesseerd was geweest.

'Mij zijn rare dingen overkomen. Dat lag ook aan mezelf hoor, ik deed mijn mond nooit open. Ik lachte altijd, ik was de makkelijke, aardige jongen. Dat had ik anders moeten doen. Maar ik was altijd bang dat ik té boos zou worden, ik ken mezelf, dan weet ik van gekkigheid niet meer wat ik doe. Dan wordt het allemaal nog erger, dan hou ik me niet in.

'Ik heb vaak gezwegen. Ze moeten toch altijd gelijk hebben, de trainers en de bestuursleden en de managers. Je kunt er wel over praten, maar je komt er toch niet uit. Dan is dit niet goed, dan dat, alles wordt er altijd bijgesleept. Ik heb dan al geen zin meer in een gesprek.

'Donder toch op, dacht ik dan. Maar ik zei het nooit. Dat is een fout van me geweest.'

Twee maanden na de Europa Cup-finale in Rome tussen Ajax en Juventus kende de scheidsrechter Arminia Bielefeld een strafschop toe. 'We speelden tegen Rot-Weiss Essen. Niemand wilde 'm nemen, Neem jij 'm, hoorde ik iemand zeggen. Ja, zei de trainer, doe maar Sonny. Nou, daar ging ik dan. Ogen dicht, keihard schieten. Boem, 1-0.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden