Altijd en overal weten waar het doel is

Sinds 2007 kent het Nederlandse voetbal een eredivisie voor vrouwen. Aan de bakermat daarvan: Vera Pauw, goed voor 89 interlands en nu bondscoach van de leeuwinnen van Oranje....

Langs de lijn van het voetbalveld in het Olympisch Stadion straalt vrouwelijk geluk, op een avond in juli. Vera Pauw geniet van de zege met 5-0 op Zwitserland. Ze belt haar geliefde, ziet sommige van haar speelsters op het veld alweer aan gewichten sjorren en telt haar sportieve zegeningen: gedreven, van school en werk vrijgemaakte vrouwen, nog zonder de ego’s uit het mannenvoetbal.

Ze zegt: ‘Eindelijk bereiden we ons voor zoals een topploeg zich moet voorbereiden.’ Het gaat hier om het woord eindelijk.

Een jarenlang durend proces van strijd, arbeidslust, nooit opgeven, overtuigen, vergaderen, winnen en verliezen culmineert in deze mooie avond. Het is een hoopgevend teken bovendien in de aanloop naar het eerste Europees kampioenschap voor vrouwen waaraan de leeuwinnen van Oranje deelnemen, vanaf 23 augustus in Finland. Alles kan nog beter, maar hier in de miezerregen, in dit bijzondere stadion, is er even aanleiding voor tevredenheid.

Het gevecht van Vera Pauw is al in de buik van moeder begonnen, stelt broer Wouter. Wouter zou als eerste van de drieling-Pauw worden geboren, maar hij lag vast. Doodstil. Misschien was hij wel dood, dachten de doktoren, terwijl Evert en Vera aandrongen. Ze wilden naar buiten. Schiet nu toch eens op, Wouter.

Moeder sprak de doktoren tegen. Wouter leefde. Ze voelde hem trappen. Zo kwam de drieling uiteindelijk gezond ter wereld. Onafscheidelijk waren de drie, in het heilige verbond van de meerling.

Pittige Vera voetbalt als meisje met haar broers op straat en op de grasveldjes van Vianen. Wouter en Evert geven haar soms bewust schoppen, om haar te harden. Wouter: ‘Ze was een knokkertje dat nooit opgaf. Wij zochten de grens op en passeerden die weleens. Kom op, schop eens terug, daagden we haar dan uit. Of ze beter kon voetballen dan wij betwijfel ik, maar ze had een betere mentaliteit.’

Hoe sneu en onrechtvaardig is het dan, als Wouter en Evert zich aanmelden bij een club en Vera niet mag meedoen, simpelweg omdat meisjesvoetbal officieel niet bestaat. Ze beweegt bijna als een jongen, zonder remmingen, en rent op en neer langs de zijlijn. Ze speelt de wedstrijd mee met haar broers. Het moet een raar gezicht zijn geweest, daar in Vianen.

Ze is getergd. Op de middelbare school hoort ze af en toe: die Vera, waarom voetbalt die altijd in de pauze? Ze is zelfs zo getergd dat ze in de toekomst de beste wil zijn, of de eerste. Als 13-jarige krijgt ze dispensatie om met volwassen vrouwen mee te voetballen. Dan staan haar broers op hun beurt langs de lijn. Ze schreeuwen dat ze haar talent moet uitbuiten, dat ze risico in haar spel moet leggen. Maar Vera is onder de indruk van grote vrouwen die soms al kinderen hebben. ‘Ik besefte niet dat ik talent had.’

Dat heeft ze. Ze komt tot 89 interlands, voetbalt voor Modena in Italië en is de eerste ster van het Nederlandse vrouwenvoetbal, voor zover je van sterren kunt spreken in een sport waarvoor vooral mannen (nog) hun neus ophalen.

Maar Vera is bloedfanatiek en ze blinkt uit. Voormalig ploeggenoot Jessica Torny herinnert zich een interland in Almelo tegen Duitsland. Torny is jong, onervaren en bescheiden. ‘Ik speelde voor Vera op het middenveld. Ze zei letterlijk waar ik moest lopen. Naar links, naar rechts, beetje naar voren, beetje naar achteren. Ik voetbalde op de automatische piloot. Heerlijk.’

Torny vertelt over een dag stage bij Oranje. ‘Tussen de middag mocht ik rusten bij Vera op de kamer. Ik durfde bij wijze van spreken niet eens naar de wc. Ze was een held. Later bokste ze op tegen de hoge heren van het voetbal en liep ze dwars door glazen deuren, bij wijze van spreken.’

Pauw blijkt een geboren coach en loopt altijd voorop, als het om vrouwenvoetbal gaat. Ze heeft er geen behoefte aan mannen te trainen. Ze wordt lid van de technische commissie van de FIFA, met de huidige UEFA-voorzitter Platini.

Ze is de eerste vrouw met het diploma coach betaald voetbal, waarbij ze de beste cijfers haalt. Kijk naar de foto van de diploma-uitreiking en vraag je af waar velen zijn terechtgekomen. Zo niet Pauw. Die drukt haar neus tegen de ruit, altijd en overal. Ze levert een forse bijdrage aan het verheffen van vrouwenvoetbal tot olympische sport.

Ze koestert haar zeges. Waar meisjes hun entree maken bij een club, neemt de agressie af. ‘Ik heb mannen al 20 jaar moeten leren dat ook vrouwen zinnig over voetbal kunnen praten’, zegt ze eens.

Als de ene klus is geklaard, dient de andere zich aan. Ze is de drijvende kracht achter de in 2007 gestarte eredivisie voor vrouwen, een competitie die noodzakelijk is om het niveau op te krikken. En onlangs verscheen een boek over haar met de titel De voetbalvrouwen komen eraan, met daaronder: Hoe meisjesdromen werkelijkheid worden.

Het boek, geschreven door een vrouw (Welmoed de Lang) en in ontvangst genomen door een vrouw (staatssecretaris Bussemaker) gaat geregeld over mannen. Zij zijn de norm in het voetbal en dat is soms behoorlijk vervelend.

Pauw houdt ervan om haar strijd te illustreren met voorbeelden. Dat zeven keer zoveel Duitsers naar het EK van 2005 keken dan naar de strijd tussen Armstrong en Ullrich in de Tour de France. Dat het een schande is dat bobsleeën de A-status heeft en vrouwenvoetbal niet. Weten wij hoeveel mensen bobsleeën in Nederland? Veertien, zegt ze dan smalend.

Ze rekent een keer voor hoeveel vrouwenteams in het hockey een interland spelen in een bepaald jaar: 19. In het voetbal, waar het aantal vrouwelijke KNVB-leden inmiddels hoger is dan bij de hockeybond? 147. En sportredacties zouden iets meer aan vrouwenvoetbal moeten doen, maar kun je dat verwachten van meestal door mannen geleide clubjes?

In NRC-Handelsblad zegt ze eens: ‘Ik weet altijd wat mijn doel is en ik ben een type dat sterk de neiging heeft alles wat in de weg staat weg te duwen.’ Broer Wouter: ‘Vera is een gepassioneerde vechtjas.’

Ze heeft weleens op het punt gestaan de strijd te staken. Met Bert van Lingen, eerst haar trainer en later haar echtgenoot, besluit ze in 2004 stil te gaan wonen in hun huisje in Frankrijk. Maar dan kan ze dus bondscoach worden en geeft ze zichzelf en het vrouwenvoetbal nog één kans.

Steeds is daar weer een nieuwe uitdaging, of het nu om geld gaat, uitbreiding van de staf of het voetbaltenue van de vrouwen. Met Nike laat ze een nieuwe lijn ontwikkelen. De kleding is nu vrouwelijk en toch sportief, in plaats van de om vrouwenlijven lubberende mannenhansopjes van vroeger.

Goed voetballen in Finland, dat is het doel. Het maximale bereiken. Ruzies zijn beslecht, de selectie is gevormd. Ook aanvoerster Daphne Koster straalt, na die 5-0 tegen de Zwitsers. Of ze het moeilijk vindt alles en iedereen voor een paar maanden in de steek te laten? Alleen voetballen. Ongelovige glimlach: ‘Man, ik ben helemaal leeg in mijn hoofd. Ik zou niets liever willen dan altijd zo leven.’

Een tijdlang stelde de speelster van AZ zich niet beschikbaar. Het klikte niet met Pauw. Hoe dat kon? ‘Dat is niet meer belangrijk’, zegt Koster. ‘We kunnen het nu geweldig met elkaar vinden en ik kijk alleen nog in het nu.’ Pauw: ‘Ik denk dat we hetzelfde karakter hebben.’

Pauw bracht de selectie zondag terug tot EK-proporties. Eerder liet ze Jessica Torny afvallen, die ze al bijna een leven lang kent. Het was de moeilijkste beslissing in haar termijn als bondscoach. ‘Op zo’n moment wens je geen coach te zijn.’

Hoe dat dan gaat, met zo’n mededeling? De selectie is bijeen in Epe, als Pauw haar even bij zich roept. De bondscoach is geëmotioneerd, de tranen staan in haar ogen. ‘Ik weet dat ik een droom in duigen gooi.’

Torny: ‘En ik weet dat ik door al mijn blessures niet meer de speelster van vroeger ben, maar ik had gehoopt van waarde te zijn bij het team en andere speelsters te helpen met mijn ervaring. Vera zei dat topsport hard is. Ze zei ook dat ik haar nu mag haten, maar dat doe ik niet.’ Pauw: ‘Ik kon het niet maken om een betere speelster thuis te laten op sentimentele gronden.’

Hoe het EK ook afloopt, ze heeft alweer bijgetekend als bondscoach. Voetbal voor vrouwen is een snel groeiende sport in Nederland, met inmiddels 115 duizend leden. Er is nog zat werk te doen.

Passie en fanatisme zullen haar nooit verlaten. ‘Ik kan niet anders. Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om alles voor de sport te doen, om me in te spannen voor de ontwikkeling van meisjes tot topsporter, of anders voor te bereiden op een fijne tijd als breedtesporter. Dat klinkt allemaal wat zweverig, maar zo is het niet bedoeld.’

Ze verlangt naar het EK. Drie wedstrijden, minimaal. Oekraïne, Finland, Denemarken, allemaal vrouwen die al veel langer dan Nederland serieus met de sport bezig zijn. Maar ze ziet kansen. In haar ogen verschijnt een twinkeling.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden