Alsjeblieft geen medelijden met invalide sporter

Robin Ammerlaan en Esther Vergeer behoren in het rolstoeltennis tot de wereldtop. Nu nemen ze het ook op tegen valide sporters.

Pas als Robin Ammerlaan routineus een wiel heeft losgedraaid, past zijn rolstoel door het toegangshek en kan hij de tennisbaan op. Het ongemak neemt hij voor lief. Van een rolstoeltennisser vergt het nu eenmaal wat aanpassingen om aan de tenniscompetitie voor validen deel te nemen.

Wat hij en ook Esther Vergeer willen laten zien, is dat rolstoeltennis en tennis voor validen perfect te integreren zijn. Nu zoeken rolstoelers vaak elkaar op en validen vragen zich vooral af of een roller wel bij hun club kan meedoen. En of het rijden met een rolstoel niet slecht is voor de baan.

Hun beider missie geldt als een vurige aansporing voor iedereen die zich per rolstoel voortbeweegt. Ammerlaan roept hen op uit de schulp te kruipen. ‘Ga naar clubs met valide spelers. Meld je aan. Het kan heel goed samengaan, op ieder niveau. Nu zijn er twee werelden. Die van de validen en die van de invaliden. Dat hoeft echt niet.’

Aanvankelijk had Vergeer zo haar bedenkingen toen Steven Bannink, fysiotherapeut tijdens de Paralympische Spelen in Peking, vroeg of ze aan de reguliere bondscompetitie wilde deelnemen. ‘Ik wist niet wat er voor kwam kijken. Ik had er nooit over nagedacht.’ Ammerlaan was direct enthousiast en trok haar over de streep. Hij deed het vroeger al, tot hij op zijn 28ste na een medische ingreep aan een ‘open rug’, niet meer kon lopen.

Mensen raken dikwijls in een isolement als ze in een rolstoel belanden, weet Ammerlaan. ‘Je kunt het tweeledig uitleggen. Enerzijds gaat iemand zelf achter de geraniums zitten. Anderzijds raakt het ook anderen. Toen ik in een rolstoel terechtkwam, vroeg een vriend die met de situatie niet goed raad wist aan een andere vriend: Wat is er met Robin? Het antwoord luidde: hij zit daar. Vraag het hem zelf.’

Zaterdag kwamen Vergeer, de sterkste rolstoeltennisster ter wereld, vanaf februari 2003 ongeslagen, en Ammerlaan, winnaar van goud bij de Paralympics in Athene (2004) en zilver in Peking (2008) uit in de tweede klasse van de bondscompetitie. Met het tweede mix-team van OTV uit Oosterbeek werd in Beek-Ubbergen De Oorsprong 2 met 3-2 verslagen.

Anders dan wat Vergeer tijdens grote rolstoelevenementen gewend is, ‘Daar ben je uitsluitend individueel bezig om de finale te halen’, is de sfeer hier reuze ontspannen. Vooraf wordt gezamenlijk appeltaart gegeten, niemand let er op hoe laat de wedstrijd moet beginnen.

Vergeer doet mee aan de dubbelspelen. In haar rolstoel ‘Quickie’ moet ze voortdurend heen en weer rijden. Vanuit stilstand zou ze niet snel genoeg op gang kunnen komen, ook al mag zij de bal twee keer laten stuiteren. ‘Dit is lekker ontspannen spelen. Er ligt geen druk op me. De verwachtingen zijn heel anders dan bij een wereldbekerwedstrijd.’

Als Ammerlaan zijn enkelspel heeft verloren, parkeert hij zijn rolstoel op het terras naast die van enkele speelsters van de nationale rolstoelbasketbalploeg. ‘De dames komen kijken, omdat ze hebben vernomen dat Esther en ik hier meedoen. Ze zeggen nu al dat ze op vrijdagavond ook willen tennissen. Fantastisch. De eerste zieltjes zijn al gewonnen.’

Spelen tegen valide spelers betekent dat je makkelijker moet leren omgaan met je handicap, meent Ammerlaan. ‘Al blijft het moeilijk als je word geconfronteerd met iets dat je niet meer kunt. Ik ben net tien minuten bezig geweest om in het clubhuis een toilet te bereiken. Ik kon de draai niet maken. Uiteindelijk ben ik naar het damestoilet gegaan. Daar lukte het wel. Op zo’n moment moet je de schouders ophalen. Als hier meer rollers komen, zullen de deuren wel omgedraaid worden.’

Door geregeld te spelen tegen een valide speler word je een completere rolstoeltennisser, verwacht hij. ‘Ik zeg altijd: tegen een valide tegenstander moet ik de bal twee keer afmaken om een punt te scoren. Sla ik tegen een roller de bal in de hoek, dan is het gelijk raak.’

Nee, als Vergeer niet bij een dropshot kan of wordt gelobd door haar tegenstander denkt ze heus niet: hallo zeg, kun je wel? ‘Als ik daar niet tegen kan, doe ik niet mee. Tegenstanders moeten geen medelijden met me hebben. Zijn ze beter, dan zijn ze beter.’

Voor haar loopt de omschakeling niet zo soepel. ‘Vaak komen de ballen hoog boven je schouder. Dan is het moeilijk snelheid in de bal te krijgen, wat me met rolstoeltennis wel lukt. Robin ziet het beter dan ik. Hij heeft ervaring opgedaan, toen hij nog kon lopen. Ik moet het allemaal nog ervaren. En doen, meedoen en leren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden