Als voetbal inderdaad oorlog is

Het Europees Kampioenschap voetbal dat volgende week begint, houdt Nederland en België in grote spanning. Niet om de wedstrijden, maar om de bijverschijnselen die onlosmakelijk bij het spelletje zijn gaan behoren....

door Willem de Bruin

VOETBAL is oorlog. Toen Rinus Michels deze fameuze woorden uitsprak, kon hij niet vermoeden dat ze ruim een kwarteeuw later letterlijk zouden worden opgevat. Wie ziet hoe Nederland en België zich voorbereiden op het Europees Kampioenschap, krijgt de indruk dat we ons bewapenen tegen een vijandelijke invasie. Sluit de grenzen! Bewaak de havens!

'We spreken nu al zo lang over die veiligheid. Ik hoop dat we het stilaan over het voetbal kunnen hebben', verzuchtte Antoine Duquesne, de Belgische minister van Binnenlandse Zaken. Zijn uitspraak tekent onze problematische verhouding tot het hedendaagse voetbal. 'Ik beschouw het toernooi als een enorme kans om een prachtig sportevenement te organiseren en ons land te presenteren bij de naar verwachting meer dan een miljoen bezoekers en ongeveer 1,5 miljard tv-kijkers', juichte zijn Nederlandse collega Peper in september 1998 nog in een brief aan de Tweede Kamer.

Geen moeite was te veel om het EK-voetbal, na de Olympische Spelen en het WK het grootste sportevenement ter wereld, binnen te halen. Hoezeer werd ons nationale ego gestreeld toen de toewijzing een feit was, ook al moeten we de eer delen met de Belgen. Weinig houdt ons echter meer bezig dan de vraag hoe we dat miljoen bezoekers in het gareel kunnen houden. Onze angst voor hen is bijna nog groter dan de hoop dat zij geld in het laatje zullen brengen.

Natuurlijk, het mag niet alleen over de openbare orde gaan. Het kabinet - voetbal is net als oorlog een regeringszaak - laat niet na te onderstrepen dat het EK vooral een feest moet worden. 'Wij hechten eraan', schrijven de verantwoordelijke bewindslieden in een tussentijdse rapportage aan de Kamer, 'te benadrukken dat wij streven naar een veilig maar vooral ook - mede daardoor - feestelijk toernooi.'

Het is een bezweringsformule die, net als de verzuchting van Duquesne, voortkomt uit de wetenschap dat voetbal meer reden tot zorg dan tot feesten geeft, hoe graag we ook zouden willen dat het anders was. Waar voetballiefhebbers de kansen voor Oranje wegen, meten bestuurders de veiligheidsrisico's van Engeland-Duitsland. Met opluchting werd in Nederland gereageerd op de loting die deze meest risicovolle wedstrijd in de eerste ronde toewees aan Charleroi. Arm Charleroi, zo klonk het tussen de regels door, toch al een stad van niks en dan ook nog in een stadion dat om ongelukken vráágt.

Hoe zei Peper het ook al weer? 'Wij kunnen laten zien dat Nederland (en België) zo'n groot evenement organisatorisch uitstekend aankunnen...' Maar als het straks toch uit de hand loopt, dan liever bij de buren.

Het is niet moeilijk in te zien dat de risico's van een voetbaltoernooi in Nederland en België, twee kleine, dichtbevolkte landen, groter zijn dan elders. Het toernooi speelt zich af op nog geen 15 procent van de oppervlakte van Frankrijk, waar twee jaar geleden het WK werd gehouden. Dat maakt het, mede dankzij de uitstekende verbindingen, voor supporters mogelijk snel van de ene speelstad naar de andere te reizen.

Belangrijker nog is dat beide landen - Nederland meer dan België - een lange traditie van voetbalgeweld kennen. Het EK is in dat opzicht slechts de uitvergroting van een probleem waar we in de gewone voetbalcompetitie al bijna aan gewend zijn. Het aantal arrestanten en gewonden vóór en na een wedstrijd is een even vanzelfsprekend onderdeel van de sportverslagen geworden als het scoreverloop.

De term 'risicowedstrijd' is een adequate benaming. Om meer dan één reden. De sportieve krachtmeting in het stadion wordt niet zelden overschaduwd door de gewelddadige krachtmeting daarbuiten. Dat laatste is overigens een onbedoeld gevolg van de succesvolle veiligheidsmaatregelen in de stadions zelf, die een handgemeen tussen supporters op de tribune bijna onmogelijk hebben gemaakt.

De wapenwedloop tussen hooligans en autoriteiten wordt sindsdien onverminderd voortgezet. De sportieve infrastructuur ten behoeve van de spelers heeft zijn pendant gekregen in een bestuurlijk-juridische infrastructuur, gericht op de beheersing van het publiek. Zo bestaat er een Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme, een 'voetbal volgsysteem', een 'beleidskader bestrijding voetbalvandalisme en -geweld voor risicowedstrijden', een 'interdisciplinaire stuurgroep voetbalvandalisme en voetbalgeweld', en een 'sociaal-preventief supportersbeleid', uitgevoerd door het bureau Sociaal-Preventief Publieksbeleid van de KNVB. Talloze instrumenten zijn al in de strijd geworpen, variërend van clubcard tot combikaart, van stadionverbod tot wedstrijdverbod.

Weinig probleemgroepen zijn zo uitvoerig bestudeerd als de hooligans. Dat we hun profiel kennen, betekent echter nog niet dat we hun gedrag noemenswaardig kunnen beïnvloeden. Optimisten klampen zich vast aan het gegeven dat het aantal aangehouden supporters zich vorig jaar leek te stabiliseren, al is dat met het beeld van de rellen in Rotterdam nog voor ogen een schrale troost. De twee doden in Istanbul en de daarop volgende wraakneming in Kopenhagen wekken niet de indruk dat het met de bestrijding van het voetbalgeweld in het buitenland veel beter gaat.

Voetbal is oorlog. Wie dat standpunt huldigt, zal het niet moeilijk vallen de speciale ordemaatregelen te verdedigen die Nederland heeft genomen. Vrijwel zonder slag of stoot nam het parlement dit voorjaar een aantal wetswijzigingen aan die op zijn minst op gespannen voet staan met het beginsel dat iemand slechts individueel aansprakelijk kan worden gesteld en niet als lid van een groep.

Het roemruchte artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht is zover opgerekt dat wie deel uitmaakt van een groep die zich schuldig maakt aan gewelddadigheden, niet meer zelf een steen in de hand hoeft hebben gehad om te worden ingerekend. Burgemeesters krijgen de bevoegdheid bij vrees voor rellen mensen van de straat te plukken en voor twaalf uur af te zonderen.

Theo de Roos, hoogleraar strafrecht aan de Universiteit Leiden, beziet deze juridische wapenwedloop met gemengde gevoelens. Hij kan niet ontkennen dat op papier is geprobeerd te voorkomen dat de rechten van de individuele burger al te zeer in de knel komen. De vraag is echter wat er in de hectiek van het moment van die rechtsbescherming zal overblijven. Bovendien is het volgens hem een illusie te denken dat voetbalgeweld kan worden bestreden met steeds strengere wetten en hardere repressie.

'Je kunt je in gemoede afvragen wat je aan deze wetten hebt wanneer het, zoals vorig jaar in Rotterdam, echt tot een uitbarsting komt. Een supportersschare die doelbewust uit is op geweld, zul je ook hier niet mee kunnen beheersen.' De overheid is met het EK in een fuik gezwommen. 'Onze nationale reputatie staat op het spel. We praten hier over een immens populaire sport, waarbij bovendien grote financiële belangen op het spel staan. Wat ons het EK deed begeren, dwingt ons nu ook alles in het werk te stellen om de risico's te beheersen.'

HET FEIT dat de wetswijzigingen zijn gepresenteerd in het kader van het EK, is volgens De Roos ook de belangrijkste reden dat er betrekkelijk weinig protest tegen is gerezen. De 'EK-wetjes' passen in een klimaat waarin de tolerantie tegenover gevaarlijke en schadelijke gedragingen afneemt, variërend van de roep om maatregelen tegen 'zinloos geweld', tot gedwongen afkicken en massale ordeverstoringen als voetbalvandalisme. 'De burger verlangt aan de ene kant dat de overheid hem beschermt tegen allerlei gevaren, terwijl die burger zich aan de andere kant steeds vaker aan allerlei gevaren blootstelt.'

Effectief of niet, er is vooralsnog geen reden aan te nemen dat de maatregelen na het EK zullen worden teruggedraaid. Het voetbalgeweld heeft de overheid zo een alibi verschaft zich bevoegdheden toe te kennen die ook in andere situaties - men denke aan de Eurotop van 1997 - nog van pas kunnen komen. Mochten er tijdens het komende EK desondanks rellen uitbreken, dan rijst bovendien de vraag: wat is de volgende stap?

Hoe ver mag de overheid gaan om de samenleving te beschermen tegen een kleine minderheid waarvoor voetbal slechts een aanleiding is voor wangedrag? Gelden hier de woorden van de voorzitter van de Belgische voetbalbond, Michel D'Hooghe, dat wanneer criminelen voortaan bepalen wat nog wel en niet kan, 'het einde van de democratie' nabij is?

Voetbal is met recht een populaire sport. Voetbal, goed voetbal tenminste, is enerverend, spannend en oogstrelend en roept ook emoties op. Maar rechtvaardigt het in bedwang houden daarvan ook het afkondigen van de staat van beleg? De kosten die de samenleving moet maken ten behoeve van private belangen is daarbij nog een vraagstuk apart.

Dat voetbal uiteindelijk maar een spelletje is, moeten we zo snel mogelijk uit ons hoofd zetten, meent Ruud Stokvis, sportsocioloog aan de Universiteit van Amsterdam. 'Voetbal is echt iets anders geworden dan het was. Het is eerst en vooral een mediasport, waarbij het draait om advertentieopbrengsten en uitzendrechten. Daar wordt alles op afgestemd en dat zie je ook terug bij het EK. We weten straks de ogen van een paar honderd miljoen kijkers op ons gericht en het is zowel in het belang van de overheid als van de sponsors dat alles vlekkeloos verloopt.'

Precies deze verknoping van sportieve en commerciële belangen heeft het voetbal met een vrijwel onoplosbaar dilemma opgezadeld. De toename van het voetbalvandalisme is volgens Stokvis onlosmakelijk verbonden met de toegenomen media-aandacht. 'Het publiek is zich gaandeweg bewust geworden van de aandacht van de televisie. Men weet zich bekeken, zoals je kunt zien aan de uitdossing van supporters, maar ook aan het gedrag van de hooligans.'

Terwijl de commerciële belangen de druk vergroten om het geweld te beteugelen en een ongestoord wedstrijdverloop te garanderen, wordt hierdoor voor voetbalvandalen de uitdaging om ermee door te gaan alleen maar groter. Stokvis vraagt zich daarom af of het wel zo verstandig is geweest in de voorbereiding van het EK alle aandacht te richten op openbare orde en veiligheid. 'Het is duidelijk dat de strijd zó niet te winnen is. In plaats daarvan moeten we juist nadenken over deescalerende maatregelen.' Welke dat zouden moeten zijn, is een vraag die, zo geeft hij toe, minder eenvoudig is te beantwoorden.

Spelen zonder publiek lijkt, als het toch om de tv-aandacht gaat, een voor de hand liggende en aantrekkelijke oplossing. Maar volgens Stokvis is dat niet zo omdat het publiek onmisbaar is voor de sfeer die maakt dat de mensen thuis ook gaan kijken. Afzien van het organiseren van toernooien als EK of WK acht Stokvis, gezien de belangen die ermee zijn gemoeid, ondenkbaar. 'Waar je wel aan zou kunnen denken: een toernooi als het EK niet langer geconcentreerd in drie weken te laten plaatsvinden, maar net als het Europacup-toernooi over een langere periode uit te smeren. Je kunt de wedstrijden dan ook steeds in een ander land laten spelen.'

Wat het EK aangaat, is er één troost. In vergelijking met het geweld rond clubwedstrijden verlopen interlands over het algemeen betrekkelijk rustig. Supporters die in de nationale competitie tegenover elkaar staan, zitten bij interlands immers in hetzelfde kamp. Slechts wanneer, zoals in het geval van Engeland, hooliganisme samenvalt met nationalisme, hoe primitief ook gedefinieerd, kan een nieuwe drijfveer ontstaan voor het gebruik van geweld tegen de tegenstander.

Als alles meezit, zal zondagavond 2 juli omstreeks kwart voor tien in de Kuip het laatste fluitsignaal van het EK 2000 klinken. Engeland is dan waarschijnlijk allang uitgeschakeld, en daarmee wellicht ook de belangrijkste bron van geweld. Blijft het ook na de finale tussen Italië en Spanje rustig, dan zullen de autoriteiten hun tevredenheid uitspreken over het sportieve verloop van het toernooi, en lof toezwaaien aan het publiek, dat zich, behoudens enkele botsingen tussen Engelse, respectievelijk Duitse en Turkse supporters, voorbeeldig heeft gedragen en zo recht heeft gedaan aan het feestelijke karakter van het EK. Een tevredenheid die zal voortduren tot het begin van het nieuwe seizoen, het moment waarop de eerste stenen en stoelen weer door de lucht vliegen.

Eén vraag wordt zelden gesteld. Zijn hooligans wel de enige bron van ellende? Als iedere poging hun enig normbesef bij te brengen mislukt, kan het misschien geen kwaad naar de normen en waarden van het hedendaagse voetbal te kijken. Wat krijgt de supporter nog terug voor zijn clubliefde als spelers net zo makkelijk van club wisselen als van auto? Wie van voetbal een 'product' maakt dat 'verkocht' moet worden en daarmee de sportieve normen inruilt voor de normloosheid van de markt, is misschien niet de meest aangewezen partij om anderen de morele les te lezen.

Alain Courtois, toernooidirecteur van Euro2000, pleitte er onlangs in een interview met De Standaard voor, het verstoorde evenwicht tussen sportieve en commerciële belangen te herstellen. Het voetbal heeft naar zijn mening 'financieel en commercieel zijn plafond bereikt', met alle negatieve gevolgen van dien voor het imago van de sport.

Stokvis is geneigd de negatieve invloed van de commercialisering te relativeren. Weliswaar mort de aanhang van Ajax, 'maar als ze het volgend seizoen weer beter spelen, zal de kritiek op de verzakelijking en de Arena weer snel verstommen.' Dat doet volgens hem niets af aan de noodzaak van clubs om supporters veel meer aan zich te binden. 'Dat doe je niet met een verplichte clubcard die geen enkel voordeel biedt en het alleen moeilijker maakt nog naar een wedstrijd te gaan kijken.'

Oud-KNVB-bestuurder en erelid C.A.W. Hirschman schreef in 1939, bij het vijftigjarig jubileum van de KNVB: 'Heeft de voetbalsport nog een lange en gelukkige toekomst voor zich, of zijn wij over het hoogtepunt heen? Ook het organisme der voetbalsport zal niet ontkomen aan de biologische wet dat alles wat leeft onderhevig is aan de cyclus van opkomst, bloei, neergang en ondergang, al is het niemand gegeven om de duur van dit proces aan te geven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden