Als voetbal geen spelletje meer is

Als de voetbalploegen van Schotland en Engeland elkaar treffen laaien de emoties hoog op. Zeker nu ze samen strijden om een startbewijs voor het Europees kampioenschap, dat volgend jaar in Nederland en België wordt gehouden....

OP DE vijfde november jongstleden, voor een gehoor van zakenlieden in Perthshire, verknalde prinses Anne, de Britse Princess Royal, in acht woorden haar kansen om ooit als Queen of Scots haar intrek te mogen nemen in Holyrood Palace in Edinburgh.

Prinses Anne zei tegen de Schotten het volgende: 'Ik moet zeggen: het is maar een spel.'

Ze sprak de fatale woorden naar aanleiding van alle ophef rond twee voetbalwedstrijden tussen Schotland en Engeland, waarvan vanmiddag de eerste wordt gespeeld op Hampden Park in Glasgow en woensdag de tweede op Wembley in Londen. Wie uit de twee duels als beste naar voren komt, mag naar het EK in Nederland en België.

'Wij kunnen allemaal wat leren van de golfer Jean van de Velde', zei de prinses om het allemaal nog erger te maken. Van de Velde gooide de afgelopen zomer tijdens de British Open, het belangrijkste golftoernooi ter wereld, op de baan van Carnoustie op de laatste hole een riante voorsprong van zes punten te grabbel. 'Het is maar een spelletje', zei Van de Velde na afloop.

Voelde ooit eerder een lid van een koninklijk huis, waar ook ter wereld, de stemming onder het volk slechter aan dan Anne Windsor op de vijfde november 1999? Lodewijk XVI misschien, die op de 14e juli 1789, de dag van de bestorming van de Bastille, in zijn dagboek slechts één woord noteerde: Rien, niets. Maar Anne is een goede tweede.

Schotland-Engeland is van alles. Een botsing tussen twee culturen, een politiek gevecht tussen de Sassenachs uit het zuiden en de Jocks uit het noorden, een duel tussen David en Goliath, meester en knecht, een strijd waarin de belegen ressentimenten uit oude veldslagen weer oplaaien.

Maar het is geen spelletje. Polo te paard met een prins erop, dat is een spelletje. Gaan voor een spelletje soms tienduizenden Schotten bij de telefoon zitten, om op het moment dat de lijnen opengaan massaal de ticketverkoop in het gemeentehuis van Glasgow te bellen, zodat daar in dezelfde seconde zeventienduizend telefoontjes binnenkomen, de telefooncentrale crasht, het telefoonverkeer in half Schotland en noordelijk Engeland stilligt en in het daaropvolgende uur één miljoen keer tevergeefs naar het ticketnummer wordt gebeld?

Ontstaat voor een spelletje soms bijna een revolutie, nadat blijkt dat ambtenaren op het gemeentehuis via de interne telefoon bijna de helft van alle beschikbare kaartjes hebben opgekocht? Betaalt iemand vijftienhonderd gulden voor een ticket dat eigenlijk maar honderd gulden kost, om naar een spelletje te kijken?

Geen spelletje, maar een schitterende voetbalwedstrijd, hoe bedroevend het niveau uit tactisch-technisch oogpunt vermoedelijk ook zal zijn. In het tijdperk van de Champions League, waarin voetbalduels een soort behang zijn geworden, zeg je voor een wedstrijd op tv de afspraak met je meisje niet meer af. Maar voor Schotland-Engeland wel. Schotland-Engeland wekt weer even die al bijna vergeten kriebel in de onderbuik. Het gevoel dat er iets staat te gebeuren dat je niet mag missen.

'Het is een ongelooflijke wedstrijd', zegt de Engelse manager Kevin Keegan. 'En hij wordt nog groter door het feit dat we tien jaar lang niet meer op Hampden Park gespeeld hebben, en we elkaar niet meer, zoals vroeger, jaarlijks ontmoeten. De atmosfeer! Verbijsterend. Die krijg je zelfs niet als je tegen Argentinië, Brazilië of Duitsland speelt. Engeland-Schotland is uniek. De mooiste wedstrijd die er bestaat.' Keegan vindt dat 's werelds oudste interland (op 30 november 1872 was de eerste aflevering) weer jaarlijks op de voetbalkalender hoort.

Voor de Schotten is het duel met de Engelsen een ontmoeting met de auld enemy van beneden de grens. Het is ook een wedstrijd die de Schotse nationale identiteit vorm geeft en afzet tegen de Britse, de Engelse identiteit. Nu Schotland een eigen parlement heeft, en een zekere mate van zelfbestuur, zijn er naast sport ook andere dingen die het nationale zelfvertrouwen kunnen stimuleren. 'Het is te hopen dat Schotland-Engeland minder belangrijk voor ons wordt', schreef auteur Irvine Welsh.

Maar dat zal nog wel even duren. Schotland (vijf miljoen inwoners) voelt zich altijd het kleine broertje van Engeland (vijftig miljoen inwoners). De grote Schotse voetballer Graeme Souness (Middlesbrough, Liverpool): 'Natuurlijk zijn wij verdomme altijd de underdogs.' Schotten (Blair, Brown, Cook, Irvine) vormen de kern van de Britse regering, maar Schotten voelen zich nooit gelijkwaardig. Tony Blair zal zich nooit afficheren als Schot. Hij is vanmiddag voor Engeland.

Soms slaat het Schotse gebrek aan zelfvertrouwen door in zelfhaat. In Welsh' roman Trainspotting zegt een van de hoofdpersonen: 'Ik haat de Engelsen niet. Het zijn gewoon rukkers. Wij zijn gekoloniseerd door rukkers. Wij kunnen nog niet eens een fatsoenlijke, gezonde cultuur uitkiezen om door gekoloniseerd te worden. We worden geregeerd door slappe klootzakken. Wat zijn we zelf dan wel niet?'

Soms betere voetballers. In de loop der jaren brachten de Schotten spelers voort die het gemakkelijk tegen de Engelsen konden opnemen: Jimmy Johnstone, Denis Law, Kenny Dalglish, Alan Hansen. Spelers die ervoor zorgden dat Goliath het in zijn broek deed voor de kleine David, die hem zijn arrogantie inpeperde.

De Engelse arrogantie, de Schotten kunnen er niet tegen. Een bekende grap uit die tijd wil dat Schotse postkantoren de ter gelegenheid van de Engelse wereldtitel van 1966 uitgebrachte herinneringszegel niet wilden verkopen, 'omdat onze klanten niet weten op welke kant ze moeten spugen'.

Vandaar ook de aan krankzinnigheid grenzende vreugde als de Engelsen op het voetbalveld worden verslagen. Op 15 april 1967, tien maanden nadat Engeland wereldkampioen was geworden, speelde Schotland op Wembley tegen het glorieuze team van Alf Ramsey, waarin alleen Geoff Hurst was vervangen door Jimmy Greaves. De Schotten wonnen met 3-2. Op het veld werden elf Schotten gek en op de tribunes duizenden. Law zei na afloop dat het hem was ontgaan dat Engeland wereldkampioen was geworden, 'omdat ik die middag toevallig net stond te golfen'. Schotland verklaarde zichzelf tot de officieuze wereldkampioen 1967.

Schotland heeft geen Law, Dalglish, Souness of Gemmill meer. Terwijl het grote Liverpool uit de jaren tachtig voornamelijk een Schots team was, hebben de Engelse topclubs nu geen Schotten meer in dienst. Het team van coach Craig Brown bestaat vanmiddag uit middelmatige spelers, die bij hun subtopper op de bank zitten of in de Engelse Eerste Divisie spelen.

Schotland speelde in de voorronden uit gelijk tegen Litouwen, de Faeröer en Estland. Met veel moeite werd twee keer gewonnen van Bosnië en thuis met één doelpunt verschil van de Faeröer en Estland. Schotland heeft vermoedelijk een van de zwakste nationale teams uit de historie.

'Niet een van onze spelers zou in aanmerking komen voor de Engelse reservebank', zei coach Brown deze week eerlijk. 'Elke Engelse speler is beter dan zijn Schotse tegenspeler. Maar terwijl Engeland op de een of andere manier als team meestal slechter is dan je gezien de gezamenlijke individuele kwaliteiten zou verwachten, is Schotland als team altijd beter dan de elf afzonderlijke spelers.'

Prinses Anne komt vanmiddag niet kijken. Ze hield altijd al meer van het rugbyspel en het paardenspel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.