'Als je geen goal tegen krijgt, kun je de wedstrijd niet verliezen'

Tackelen, man uitschakelen, ballen wegkoppen of zo nodig gewoon wegrossen. Dat doet Eric Botteghin, verdediger van Feyenoord, het liefst.

Eric Botteghin in duel met United- revelatie Marcus Rashford. Beeld anp

Getergd vertelt Eric Botteghin (29) over voetballen met ruimte in de rug. Over mee opkomen als verdediger. Over het stempel dat aan hem kleeft, als de wat ontechnische, niet al te snelle mandekker die donderdag met Feyenoord in Turkije tegen Fenerbahçe speelde.

Hij was 19 jaar toen PEC-trainer Jan Everse hem naar Nederland haalde, na een succesvol toernooi in Groningen met zijn Braziliaanse jeugdteam Internacional. Een van de eerste dingen die hij kreeg ingewreven: dat een verdediger in Nederland veel meer moest kunnen dan verdedigen alleen.

Bedenkelijke blik: 'Het belangrijkste was dat een verdediger ook een goede pass moet kunnen geven, werd me gezegd. Begrijp me goed, passen is belangrijk, kunnen opbouwen van achteruit ook. Maar de hoofdtaak van een verdediger is dat hij de aanvaller uit de wedstrijd speelt. Die mag niet scoren. Zo simpel is het.'

Het doet hem goed dat er, in de discussie die op gang is gebracht over het Nederlandse voetbal, meer aandacht voor het pure verdedigen lijkt te komen. Dat is wat hij het liefst doet: tackelen, man uitschakelen, ballen wegkoppen, ballen wegrossen. 'In het mandekken komen mijn eigenschappen het beste tot hun recht.'

(Tekst gaat verder onder foto).

Eric Botteghin, scorend tegen PSV. Beeld anp

Jonge voetballers willen allemaal voorin staan. Wat is er dan zo leuk aan verdedigen?

'Het team rekent op je als je achterin speelt. Je kunt je ploeg helpen door een doelpunt te voorkomen. Als je geen goal tegen krijgt, kun je de wedstrijd niet verliezen.' Hij gebruikt, tussen zijn moerstaal door, een Engels woord om een deel van zijn bestaansrecht te verklaren. Elke wedstrijd met een 'clean sheet' afsluiten, dat is het doel. De nul houden, kortom.

Is verdedigen niet gewoon een kwestie van hard werken?

'Zonder hard werken kom je er als voetballer niet, op geen enkele positie. En het werk van een centrumverdediger bestaat nu eenmaal uit geen goals incasseren. Het mooist is als je de bal afpakt en je team scoort uit de tegenaanval. Dat geeft veel vertrouwen, net als de bal wegkoppen bij een voorzet.'

(Tekst gaat verder onder foto).

Tonny Vilhena, Zlatan Ibrahimovic en Eric Botteghin. Beeld anp

Je hebt in Nederland vooral trainers gehad die verdedigers waren: onder meer Jan Everse en Jaap Stam bij Zwolle, Van de Looi bij Groningen en nu Van Bronckhorst bij Feyenoord.
'Dat heeft me zeker geholpen. Verdedigers denken veel in het teambelang, omdat ze het spel overzien. Je bent voortdurend aan het praten. En voor mij is het makkelijker van verdedigers te leren.'

Waarin hij zich zoal ontwikkelde: spelen met ruimte in zijn rug. Slimmer zijn. Minder strafschoppen veroorzaken, iets dat hij nogal eens deed in zijn beginjaren.

Eric Fernando Botteghin komt uit een land dat legendarische aanvallers voortbracht als Pelé, Garrincha, Romario, Ronaldo, Ronaldinho en de laatste jaren Neymar. Elke Braziliaan wil voorin spelen en Botteghin dacht er net zo over toen hij klein was. Maar gaandeweg ondervond hij dat de laatste linie zijn lotsbestemming is. Hij was middenvelder en nog even aanvaller toen hij op zijn 15de centraal achterin kwam te staan bij Gremio Barueri, een club uit de staat São Paulo.

Wie hem bezig ziet, herkent meteen een verdediger. Hij is 1 meter 93, kan goed koppen en is hard als het moet. Zagueiro noemen ze zijn positie in Brazilië. Dat klinkt als iemand die de tegenstander doormidden zaagt, maar de herkomst van het woord is minder sprankelend: zaga staat voor achterin of verdediging.

Botteghin lijkt in zijn tweede seizoen bij Feyenoord op zijn plek. Hij miste nog geen minuut tot hij donderdagavond tegen Fenerbahçe kort voor tijd werd gewisseld, hield zich staande tegen Manchester United en maakte vorige week het enige doelpunt tegen PSV.

Hij voelt zich gewaardeerd. 'Feyenoord is een club waar ze houden van spelers die de kont tegen de grond gooien, zoals we in Brazilië zeggen. Die hun leven geven, die strijd leveren, de benen uit hun lijf rennen. Daar hou ik ook van.'

Archiefbeeld van Jaap Stam, indertijd nog werkzaam voor PEC Zwolle. Beeld anp

Hij sloeg vorig jaar aanbiedingen uit Engeland af van Brighton en Fulham en koos voor Feyenoord, omdat hij graag nog eens voor een club in de Nederlandse top wil spelen. Botteghin had er toen al negen seizoenen in de eerste en eredivisie op zitten, bij PEC, NAC en Groningen. Hij was daardoor allang gewend aan Nederland, mede dankzij de vaderlijke assistentie van Everse en zijn ook in Rotterdam geroemde instelling.

Het scheelt dat hij opgroeide in een middenklassegezin in de eindeloze metropool São Paulo. Zijn vader was vertegenwoordiger van een bedrijf in verpakkingen, zijn moeder werkte op een basisschool. Zijn twee broers voetbalden in de zaal in Italië, tot de een chronisch geblesseerd raakte en de ander geen salaris meer betaald kreeg. Ook zij hebben een Italiaans paspoort, dat te danken is aan de vlucht van overgrootvader Botteghin. Die maakte vanuit Treviso de oversteek naar Brazilië in de jaren na de Tweede Wereldoorlog.

Botteghin was al zelfstandig toen hij zich in Zwolle vestigde. 'Ik had al op mezelf gewoond, want ik speelde bij Internacional uit Porto Alegre en dat is een eind weg van São Paulo. Toen ik klein was, had ik de droom voetballer te worden en wilde ik dat mijn ouders altijd bij me konden zijn. Maar ik wist ook dat de dag kon komen dat ik ver van huis zou zijn.'

Zijn teamgenoten plagen hem er soms mee dat hij helemaal geen Braziliaan kan zijn. Botteghin keert bijvoorbeeld op tijd terug van vakantie, iets waar veel van zijn landgenoten meer moeite mee hebben. 'Dat heb ik altijd geprobeerd, op tijd komen. Ik ben hier om te voetballen. Misschien dat ik daarom nooit problemen heb gehad met de Nederlandse normen.'

Toch zijn er ook veel Braziliaanse spelers geweest die niet aan Nederland konden wennen. Hoe komt dat?

'Er zijn veel verschillen. Je mist je familie, je hebt de taal, de cultuur. Maar ik heb me er altijd voor opengesteld om te leren, mezelf te verbeteren. Het eten is nu eenmaal anders, de cultuur is anders. Je kunt wel zeggen: in mijn land gaat het er zo aan toe. Maar ik heb steeds tegen mezelf gezegd: dit is het land waarin ik leef. Je kunt alleen proberen de verschillen zo goed mogelijk overbruggen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden