Column Paul Onkenhout

Als Frenkie de Jong een wedstrijd speelt is het onmogelijk niet aan Cruijff te denken

Na de wedstrijd ­Duitsland - Nederland werd Frenkie de Jong geïnterviewd door de NOS. Aan het nieuwe wonderkind werd gevraagd waarom het in de eerste helft zo moeilijk was gegaan. ‘Zonder al te diep te gaan’, zei de journalist erbij, uit vrees dat kijkers massaal weg zouden zappen vanwege een overvloed aan details en jargon.

Met zo’n verzoek hoef je bij De Jong dus niet aan te komen. Hij reageerde met een schitterend en uitgebreid exposé over Duitse spitsen die in het midden kort bij elkaar stonden, plus hoge backs. 

‘En wij hadden eerst twee centrale verdedigers, en die gingen niet door op die spits omdat ze anders in de rug geslacht zouden worden.’

Enfin, daardoor kreeg Duitsland dus een extra man op het middenveld. Op een gegeven moment ging Oranje met drie spelen, als zij in balbezit waren. ‘Ging ik ertussen. En dan gewoon drie centraal op drie spitsen van hun. En dan doordekken, één op één spelen, toen ging het wel een stuk beter.’

De Jong was iets te snel gegaan. Pas nadat ik de woordenstroom nog een keer had beluisterd, begreep ik wat hij bedoelde. Een collega die het fragment deelde op Twitter, schreef er ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt’ bij – precies wat veel mensen zullen hebben gedacht.

Frenkie de Jong lijkt óók op Johan Cruijff als hij praat. Hij denkt snel en hij praat in hetzelfde, hoge tempo, zelfverzekerd en zonder enige aarzeling.

Als hij een wedstrijd speelt is het moeilijk, onmogelijk zelfs, om niet aan Cruijff te denken. De versnelling met de bal aan de voet, de wijzende arm, de frêle gestalte, de onverzadigbare honger naar de bal en, vooral, de snelheid van handelen en beslissen: we hebben het eerder gezien.

De vergelijking is onvermijdelijk en zeker voor journalisten verleidelijk om te maken. Dat Cruijff een aanvaller was, en De Jong een middenvelder, wordt gemakshalve genegeerd. De naam van Cruijff roept krachtige beelden op. Het is een veelzeggend superlatief dat verdere uitleg overbodig maakt en het talent van De Jong op een eenvoudige manier duidt.

Het was dus niet zo gek dat De Telegraaf maandag het sportkatern juichend opende met een paginagrote foto waarop – de techniek staat voor niets – De Jong wordt geflankeerd door Cruijff. De Jong stuurt Oranje aan in stijl van de maestro, was de begeleidende tekst. En, in grote letters: ‘Na Cruijff nu Frenkie.’

Op pagina drie ging het plotseling om de oude Johan Cruijff; de voetballer in zijn nadagen die, bijvoorbeeld als Feyenoorder, meer dirigeerde en minder aanviel. De Jong is geen Cruijff, ook geen tweede Cruijff, maar het beeld van een vleugje Cruijff drong zich op, schreef chef-voetbal Valentijn Driessen van De Telegraaf.

De vraag wat De Jong hier nou zelf allemaal van vindt, is al beantwoord. Dat deed hij zelf, een paar keer al. Toen de Europese voetbalbond Uefa hem in juni in een overzicht van de grootste talenten van Europa vergeleek met Cruijff, reageerde hij pissig. Het slaat nergens op, zei hij. Het mocht niet van hem en leuk vond hij het ook niet.

Het was een belediging, zei hij, voor Cruijff. In september sprak hij zich er nog een keer over uit, opnieuw geërgerd. Cruijff was een van de beste voetballers aller tijden, daar kwam hij bij lange na niet in de buurt.

Natuurlijk hield het daarmee niet op. Totdat het ­tegendeel is bewezen, is Frenkie de Jong de nieuwe ­Johan Cruijff. De verleiding is eenvoudigweg te groot.

Toch zit er voor hem ook een voordeel aan. Door de kracht waarmee hij de gelijkenis ontkent, wint hij zelf aan allure en sympathie. Hij bedankt voor de eer en toont bescheidenheid.

Hij is Cruijff niet en hij wil hem ook niet zijn. Frenkie de Jong heeft genoeg aan zichzelf, als nieuwe maestro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.