Kjeld Nuis op de 500 meter.

Analyse Schaatsseizoen 2018-2019

Als er titels te verdienen zijn, kunnen Nederlandse schaatsers pieken

Kjeld Nuis op de 500 meter. Beeld Klaas Jan van der Weij

Een post-olympisch schaatsseizoen bood van oudsher kansen aan jonge schaatsers. De kampioenen veroorloofden zich een feestzomer en in het buitenland ging zonder olympische schijnwerpers de druk van de ketel. Zo niet dit jaar. De oude garde hield vast aan zijn positie en in het buitenland was van afgenomen prestatiedrang weinig te merken.

Na de Winterspelen van 2018 zouden ze ermee ophouden, vertelden Ireen Wüst en Sven Kramer jarenlang. Ze zouden dan 32 jaar zijn, oud genoeg voor schaatspensioen. Maar toen de Winterspelen van Pyeongchang dichterbij kwamen, veranderden ze van mening. Te veel plezier, te goede resultaten, waarom zouden ze eigenlijk stoppen?

Dit seizoen lieten beide vedetten blijken dat ze niet van plan zijn om zonder slag of stoot hun plek boven op de apenrots aan een nieuwe generatie schaatsers af te staan, ook al domineren ze al ruim een decennium het langebaanschaatsen. Ze klampten zich, met wisselend succes, vast aan hun kampioenenstatus.

Kwetsbare rug

Kramer zag afgelopen maanden dat zijn jonge ploeggenoot Patrick Roest (23) hem steeds vaker voorbijstreefde. Kramer had een excuus: zijn kwetsbare rug speelde vaak op. Hij moest wereldbekerwedstrijden afzeggen en miste explosiviteit op de WK afstanden en de WK allround. Alleen bij de EK allround wist hij, op ervaring en bluf, de relatief onervaren Roest van de titel af te houden.

Aan het slot van het schaatsseizoen liet Roest zich niet meer aftroeven door zijn leermeester. Hij werd wereldkampioen allround in Calgary. Afgelopen weekeinde, in Salt Lake City, won Roest de 5 kilometer en reed hij naar de zesde tijd op de 1.500 meter. Zijn 1.42,65 verbleekte bij het wereldrecord van 1.40,17 van Kjeld Nuis, maar Roest schoof er wel mee naar de eerste positie in de Adelskalender.

Die lijst, vernoemd naar het Noorse woord voor adelsboek, wordt bijgehouden door cijfergekke schaatsliefhebbers. Ze rangschikken schaatsers op basis van hun persoonlijke records op de vier klassieke allroundafstanden (500,1.500, 5.000 en 10.000 meter). Bedacht in 1928 en teruggerekend tot 1893 werd de lijst negen keer eerder door een Nederlander aangevoerd, het langst door Ard Schenk. Roest is nummer tien.

IJzeren greep

De tweevoudig wereldkampioen allround loste in het slotweekeinde van het schaatsseizoen Shani Davis als lijstaanvoerder af. De Amerikaan had tien jaar en vier dagen bovenaan gestaan. Roest wipte ook voorbij Kramer, die zelf van eind 2007 tot begin 2009 de lijst aanvoerde. Bijna geruisloos heeft Roest Kramers ijzeren greep op het langebaanschaatsen los gewrikt.

Wüst voelde de hete adem van Antoinette de Jong in haar nek, maar wist meer weerstand te bieden dan Kramer. De 23-jarige Friezin was geregeld sneller dan Wüst en won het EK allround in Collalbo. Maar op de mondiale titeltoernooien kwam ze niet verder dan zilver (op de 3 kilometer van de WK afstanden).

Het door De Jong gewonnen EK allround was het dieptepunt van Wüsts seizoen. Ze begon de winter sterk met twee wereldbekerzeges op de 1.500 meter, maar werd halverwege uit het lood geslagen door het overlijden van haar goede vriendin Paulien van Deutekom. Dat ze desondanks in Inzell de wereldtitel op de schaatsmijl greep was een verrassing.

De carrières van Wüst en Kramer lopen onherroepelijk op hun eind, al hinten beiden alweer op deelname aan de Spelen van 2022 in Beijing. Hun heerschappij zal niet snel worden geëvenaard. Er zijn er maar weinig die zo langdurig en consequent successen weten te boeken.

Klinkende wereldrecords

Kjeld Nuis (29) weet dat maar al te goed. Hij deed er acht jaar over om de Winterspelen te halen en merkte na zijn dubbele olympische zege meteen hoe moeilijk het is om aan de top te blijven. Op de WK afstanden werd hij, mede door privéproblemen, afgetroefd op de 1.000 en 1.500 meter. Hij haalde afgelopen weekeinde zijn gram met twee klinkende wereldrecords. Hij is de enige Nederlander in het rijtje wereldrecordhouders.

Tegelijkertijd liet Thomas Krol in Salt Lake City zien dat de olympisch kampioen niet achterover kan leunen. De wereldkampioen 1.500 meter, en ploeggenoot van Nuis, zat hem op beide afstanden op de hielen.

Niet alleen vanuit eigen land, maar ook vanuit het buitenland neemt de druk op de Nederlandse kampioenen toe. Zelfs in het post-olympische seizoen, waarin de buitenlandse schaatsers voorheen de teugels vaak lieten vieren, stonden de Nederlanders dit seizoen onder druk. Japan en Noorwegen zetten hun goede resultaten van Pyeongchang voort.

Knarsetandend thuis

De Russen, die de Winterspelen van vorig jaar knarsetandend thuis voor de televisie uit zaten, scoorden van alle landen het best in de eindklassementen van de wereldbeker. De Nederlanders deden het beduidend minder goed, maar lieten die internationale races vaak schieten.

Op de WK’s scoorde Nederland wel veruit het beste. Op de WK afstanden, het WK sprint en het WK allround, verzekerden de Nederlandse schaatsers zich in totaal van 20 medailles: 9 keer goud, 6 keer zilver, 5 keer brons.

Als er titels te verdienen zijn, dan weten de Nederlanders te pieken. Dat is een geruststellende statistiek voor de jonge Nederlandse schaatsers op weg naar de Winterspelen van Beijing in 2022.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden