Als de Grote Drie falen, is daar nog Elia

WK groep E..

De aller-, allerbelangrijkste wedstrijd, zoals bondscoach Van Marwijk het openingsduel bestempelde, had een opvallend verloop. Van de zogenoemde Grote Vier, de creatieve mannen die zo graag met elkaar spelen en die zich in de oefencampagne met hulp van de media tot thema hadden verheven, bleef de Grote Eén over.

Robben zat op de bank, herstellend van een blessure, Van der Vaart en Van Persie werden gewisseld door Elia en Afellay. Zij brachten onbevangenheid, snelheid en diepte in het spel, waarbij aangetekend dat de Denen, die aanvaller Tomasson alsmede spelmaker Jensen misten en spits Bendtner ondanks een blessure een uur moesten opstellen, op dat moment al min of meer kapot waren gespeeld en risico moesten nemen door de achterstand.

Gelukkig was daar Elia, die zijn bal opende met een passeerbeweging die hij had meegenomen van de straat en die zelfs in slow-motion nog snel ging. De Afrikanen in Soccer City, met 83.465 toeschouwers bijna gevuld en ook dankzij de lege stoelen behoorlijk oranje, adopteerden de pingelaar meteen als een van hen en gingen al staan als hij de bal kreeg. ‘We hebben meer wapens, ook op de bank’, zei Van Marwijk na afloop. Door de zege heeft de medische staf ook wat meer tijd het herstel van Robben te voltooien.

Van der Wiel trok geregeld gedurfd mee ten aanval, Heitinga en Mathijsen deden hun weinige werk uitstekend. Stekelenburg debuteerde goed als toernooidoelman en Kuijt was weer onvermoeibaar, rommelend, frommelend en scorend. Het was geen toeval dat hij de bal vlak voor tijd in het doel kon tikken, toen die na een inzet van Elia via Sørensen zachtjes tegen de paal rolde. Kuijt was toen inmiddels weer spits.

Van Bommel speelde zoals zijn schoonvader dat van hem vraagt, ingetogen en sturend. Hoewel hij soms heimwee oproept naar de aanvallender ingestelde Van Bommel van vroeger, was hij bij bijna alle aanvallende gevaar voor rust betrokken.

Maar dan: Nigel de Jong, al meermaals gewaarschuwd voor driest gedrag, kreeg geel op een moment dat hij al rood had kunnen zien, toen hij op zijn Afrikaans met twee benen op Jørgensen inhakte. Scheidsrechter Lannoy stond er vlak bij, doch deed niets omdat De Jong niet alleen de benen doch ook de bal wegmaaide.

En dan waren daar dus de Grote Vier, vandaag door het ontbreken van Robben de Grote Drie. Zij zijn degenen die het elftal kwalitatief kunnen verheffen, zij hadden elkaar veelvuldig gevonden in de oefenperiode. Van Persie, met geel op zak, ontsnapte aan rood door de arbiter te wijzen op het lawaai van de vuvuzela’s toen hij de bal na een fluitsignaal nog in het doel lobde.

Vooral de aanvallers kwamen tot hemeltergend spel, met name voor rust. Te weinig beweging, geen diepte, lauwheid troef. De lessen van de lange voorbereiding, om de technici niet allemaal naar de bal toe te laten lopen en niet telkens dicht bij elkaar te laten spelen, waren geheel vergeten.

Het zij gezegd: Van der Vaart verzette veel werk, Sneijder herstelde zich na rust. Maar Van Persie oogde traag en besluiteloos, zoals toen hij vlak na de 1-0 talmde met schieten. Van Persie speelde zich vlak na rust wel knap vrij op links, waarna Poulsen zijn voorzet via de rug van Agger in het verkeerde doel kopte.

Maar vrijwel niets was te zien van het frivole spel tegen de Mexicanen, Ghanezen en Hongaren, wat ook iets zegt over de status van oefenvoetbal. De omstandigheden (veld, bal, hoogte) waren zwaar, zo zeiden de internationals in koor, maar het is moeilijk de omstandigheden de schuld te geven van het matige positiespel of telkens verkeerd gemaakte keuzes.

De eerste helft was oervervelend, ook omdat de Denen eigenlijk niets anders deden dan Stekelenburg dwingen de bal lang te trappen en Nederland gewoon opwachtten in hun gesloten defensie. Wat dat aangaat is bondscoach Morten Olsen, die de grote jaren tachtig van het Deense voetbal als verdediger meemaakte, niet te benijden. Zijn selectie ontbeert topkwaliteit. Uit counters kregen de Denen zelfs betere kansjes dan Nederland in de eerste helft, maar Stekelenburg had niet echt veel te vrezen.

Het best was de stemming over het niveau af te lezen op het gezicht van assistent Frank de Boer, de man wiens wenkbrauwen en frons een perfecte afspiegeling van zijn gemoed waren, vooral toen Van Bommel een keer kansloos overschoot. Chagrijniger kan een mens niet kijken.

Maar het kwam allemaal goed, de gezichten klaarden op, en Oranje reist vrijdag naar Durban voor het duel van zaterdag tegen die andere winnaar in de groep, Japan. Bij winst is de achtste finale al zo goed als bereikt. Want zo is het natuurlijk ook nog eens een keer.

Want ondanks het aanvallende falen van Oranje, werd het dus gewoon 2-0. En Elia, Afellay en straks eventueel Robben zijn klaar om hun rol op te eisen, als de extra wapens van Van Marwijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden