Als boeman uit de anonimiteit

Het botert al maanden niet tussen Hylke Enzerink, de voorman van De Graafschap, en de Doetinchemse pers. De ruzie is zo hoog opgelopen dat sommige journalisten enige weken uit het stadion werden geweerd....

'JE WILT Enzerink interviewen? Dat is vragen om moeilijkheden.'

'Begin er niet aan. Met de man valt nauwelijks te praten. Eén onvertogen woord en hij loopt rood aan, staat op en keert naar de gesprekstafel niet meer terug.'

Het gesprek met Hylke Enzerink, ondernemer van professie en roerganger in deeltijd van de Doetinchemse eredivisieclub De Graafschap, verloopt in een licht gespannen, niet onplezierige sfeer. Enzerink loopt in de anderhalf uur dat het gesprek in een Arnhems etablissement duurt geen moment rood aan en maakt evenmin aanstalten boos weg te lopen. Misschien hebben we de woorden zorgvuldig genoeg gewogen en hem het vuur niet al te na aan de schenen gelegd.

Maar waarom zou het niet zo zijn dat Enzerink toch niet de snel aangebrande boeman is die sommige journalisten in hem menen te zien?

Hooguit komt Enzerink wat stug over, maar dat kan te maken hebben met zijn genetisch paspoort. Zijn wieg stond 58 jaar geleden in Heerenveen, maar dat was toeval. Niet zonder trots laat hij weten dat de Enzerinks van huis uit Achterhoekers zijn en dat het oer-Achterhoekse Hengelo de bakermat van zijn familie is. Zzoals het dat ook is van minister Jorritsma, wijlen René Notten, de voetballer van Pax, FC Twente en Feyenoord, en Gerrit Wolsink, de tandarts die in zijn jonge jaren met een BSA onnormaal hard over circuit 't Zand stoof.

Enzerink droeg, dat moet hem wellicht berouwen, nooit het gestreepte wit-blauw van De Graafschap. Vanwege het gebrek aan honkvastheid van zijn ouders groeide hij op in het noorden van het land. De kleine Enzerink kon aardig met de bal overweg. Schopte het tot de A-jeugd van Be Quick Groningen, dat in die dagen in de tweede divisie van het min of meer betaald voetbal opereerde, en mocht af en toe zelfs ruiken aan het grote werk. Speelde in het standaardelftal van de zaterdagamateurs van ACV in Assen en mocht niet zelden opdraven voor wedstrijden van het noordelijk jeugd- en amateurelftal.

Er zijn massa's voorzitters in de eredivisie die het als voetballer slechter hebben gedaan.

Enzerink hing de kicksen aan de wilgen toen hij 33 jaar was en zijn talent voor zakendoen ontlook. Hij werd commercieel directeur van de firma Ubbink in Doesburg - dat met een beetje topografische fantasie een buitenwijk van Doetinchem mag worden genoemd - en raakte aldus betrokken bij De Graafschap. Hij trad in 1978 op verzoek van zittende bestuursleden toe tot het presidium en bleef de club met een korte onderbreking vanwege zakelijke beslommeringen tot op de dag van vandaag trouw. Hij beheerde de portefeuille technische zaken en schopte het een jaar of zeven geleden bij toeval tot voorzitter. 'Het was niet mijn opzet, ik heb ook niet gesolliciteerd naar die functie. Eigenlijk zit ik liever in de kleedkamer dan in de bestuurskamer.'

Enzerink was jarenlang een bestuurder die zijn werk min of meer geruisloos deed. Bekwame voorzitter, niets op aan te merken. Maar sinds een half jaar wordt Enzerink door sommige journalisten helemaal niet meer zo bekwaam geacht. De in Graafschap en Liemers verschijnende De Gelderlander publiceert dit seizoen in de optiek van Enzerink al te vaak in negatieve zin over wat toch de onaangevochten trots van de Achterhoek zou moeten zijn.

Er waren verhalen over incidenten tijdens trainingen, over gaande en komende trainers, over opstandige supporters die zich in spreekkoren richtten tegen het beleid van Enzerink; er waren smakelijke reportages over het opmerkelijke samenwerkingsverband dat Enzerink sloot met de Italiaanse subtopper Udinese, en de ruzies tussen voormalig trainer Thijssen en zijn uit Udine afkomstige assistent Morales werden ook al breed uitgemeten.

O P EEN kwaad moment was voor Enzerink de maat vol. 'De plaatselijke pers verspreidde halve en hele onwaarheden en weigerde haar bronnen te noemen. Het liep werkelijk alle spuigaten uit. Ik kon dat niet langer tolereren en heb de heren meegedeeld dat het beter zou zijn om de relatie maar even op een laag pitje te zetten.'

Journalisten van De Gelderlander kregen in de laatste maand van de vorige eeuw een, inmiddels opgeheven, stadionverbod opgelegd. Collega's van het eveneens in Doetinchem zetelende Gelders Dagblad bleven buiten schot, maar verklaarden zich solidair en meden en mijden uit vrije wil het stadion aan de lommerrijke Lijsterbeslaan.

Enzerink zit daar in het geheel niet mee. Hij oppert dat de lezers van beide kranten voldoende mogelijkheden hebben om zich over hun favoriete club te informeren. 'Wij hebben als club de plicht om goed te communiceren met onze achterban, met onze supporters, met allen die De Graafschap een warm hart toedragen. We hebben, en ik prijs me daar zeer gelukkig mee, een eigen website op Internet die we elke dag kunnen verversen. Ik besef ook wel dat niet iedereen thuis een computer heeft, maar er zijn meer mogelijkheden om supporters op de hoogte te houden. Het is denkbaar dat we, als de pers het echt op de spits wil drijven, wedstrijdverslagen huis aan huis in ons verzorgingsgebied verspreiden. Jazeker, dat is een serieuze optie, daar heb ik goed over nagedacht.'

Het zou de ultieme wraak zijn van een man die meent dat sommige journalisten hem het laatste halfjaar moedwillig hebben beschadigd. 'Ik heb er vrede mee dat de pers kritisch is, daar kan ik natuurlijk mee leven, maar het is, denk ik als leek, niet de taak van de pers om mij in een kwaad daglicht te stellen, laat staan om nieuws te maken.'

Volgt een bittere opsomming van aanvaringen met de plaatselijke pers.

'Er stond in de krant dat het contract met Udinese een wurgcontract was, dat Udinese hier de dienst zou uitmaken. De lokale pers heeft eenvoudig niet willen geloven dat de samenwerking berust op niet meer dan een mondelinge overeenkomst.

'Er stond in de krant dat de transfer van Rzasa naar Feyenoord ons vier miljoen zou hebben opgeleverd. Klopt van geen kant. Vraag ik dus aan de betreffende journalist: hoe kom je aan die wijsheid. Zegt hij: dat weten we uit betrouwbare bron.'

Dat soort geintjes kan Enzerink in het geheel niet waarderen. 'Dan word ik opstandig en boos, vooral omdat de supporters denken dat het waar is wat ze lezen en mij in spreekkoren min of meer voor een dief uitmaken.

'Er stond in de krant dat ik tijdens de wedstrijd met die spreekkoren onder zware politiebewaking uit het stadion was afgevoerd. Pure nonsens. Ik heb geen politieman gezien.'

Maar de pers heeft, zegt Enzerink bitter, natuurlijk altijd gelijk. 'Dat is nou juist het probleem.'

'De pers had natuurlijk ook gelijk toen ze schreef dat ik na het vertrek van assistent-trainer Morales nog altijd goede contacten met de man onderhield. Dat ik met hem gezien was bij een oefenwedstrijd van het Nederlands elftal. Maar de waarheid is dat ik die hele meneer Morales die bewuste avond niet gezien heb.

'De pers beriep zich in dit geval op bronnen. Dat doen ze hier in Doetinchem vaker. Ze hebben altijd bronnen en er zijn altijd wel boze tongen die wat beweren en in de wandelgangen circuleren altijd wel geruchten. Dat ik gezien zou zijn met Morales is volstrekt oninteressant, maar ze hebben dat aangegrepen om mij in een kwaad daglicht te stellen. We hebben de krant verzocht een en ander te rectificeren. Daar kon, was de reactie, geen sprake van zijn. Daarop hebben wij gezegd dat het vertrouwen geschonden was en dat het verstandig zou zijn om even afscheid van elkaar te nemen.'

N ARIGHEID te over, maar Enzerink zegt dat hij er niet wakker van ligt en al helemaal geen trek heeft zich als eerste man van de club terug te trekken. Waarom zou hij ook? Gretig telt hij zijn zegeningen. Nieuw stadion, compleet met businesseats, een sponsorclub met vierhonderd leden, een verloren zoon, Robert Fuchs, die in de winterstop terugkeerde, supporters die zich bij hem excuseerden voor het feit dat zij een bijdrage leverden aan de spreekkoren en een selectie die mede door de inbreng van de vijf overgebleven huurlingen van Udinese voldoende kwaliteit bezit om 'in het linkerrijtje te eindigen'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden