InterviewTelstar-trainer Andries Jonker

Alles komt samen als Telstar-trainer Jonker woensdag tegen Ajax speelt

Andries Jonker.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Met het kleine Telstar ontvangt de Amsterdamse trainer Andries Jonker (57), voorheen werkzaam bij Bayern München, Barcelona en Arsenal, woensdag het grote Ajax in de tweede ronde van het bekertoernooi. ‘Mensen hopen stiekem dat… want Ajax heeft alleen te verliezen.’

Op de eerste wedstrijddag, tegen een amateurclub, was daar die wildvreemde man op het toilet in de kleedkamer, tijdens de rust. Wat hij daar deed, vroeg trainer Andries Jonker van Telstar. Nou ja, de man zocht een wc. Hij moest toch ergens plassen.

Een pakketbezorger liep een keer het veld op terwijl de training net begon, met de mededeling: ‘Een postpakket voor Telstar.’ Ja, Telstar is een club waarvan soms de mond openvalt. Telstar, met een jaarbegroting van 2,7 miljoen euro, is open, klein en fijn. De knappe middenmoter in de eerste divisie ontvangt woensdag kampioen en bekerhouder Ajax, dat bij elke zege in de Champions League 2,7 miljoen ontving. Een geweldige beloning voor zijn hardwerkende jongens, deze topwedstrijd, stelt trainer Andries Jonker. ‘Daarop mogen ze trots zijn. En mensen hopen stiekem dat… want Ajax heeft alleen te verliezen.’

Wat Jonker, kortstondig hoofdtrainer van Bayern München en VfL Wolfsburg, voormalig assistent van Louis van Gaal bij onder meer Barcelona en voorheen ook hoofd opleidingen bij Arsenal, aantrof bij Telstar, was veel goede wil. Maar ook: relatieve armoede. De trainer weet nog hoe de contractbesprekingen verliepen. 

‘Directeur Pieter de Waard en ik spraken af in de haven van Monnickendam. Ik vroeg hem wat het spelersbudget was. Hij boog een beetje voorover en antwoordde dat er zo’n 540 duizend euro was uitgegeven aan 19 spelers. Ik vroeg hoeveel er nog over was. 70 duizend, waarvoor er nog een stuk of zes moesten komen.

Reisgeld

‘Uiteindelijk hebben we het budget opgerekt tot 700 duizend euro voor 26 spelers. Dat kan helemaal niet. Ik heb er eentje die 1.296 euro verdient. Reisgeld. Op jaarbasis. Hij is hier elke dag. Hij ontwikkelt zich. Hij is net zo gemotiveerd als anderen. In die 700 duizend euro zitten ook 22 procent werkgeverslasten. Aan salarissen blijft 5,5 ton over. We zitten bij de onderste vier, vijf van de tweede divisie qua budget.’

Zijn eigen salaris is ook ‘zeer bescheiden’. Het is dus schrapen. Maar toch is het feest. Voor de wedstrijd tegen Ajax is een extra tribune gebouwd, die de capaciteit verhoogt van 3.500 naar 5.200 plaatsen. Alles is uitverkocht. Hij kijkt naar buiten, vanuit de zogenoemde Witte Leeuwenkooi. Goh, als daar achter het doel toch eens een overkapping was, dan zou het stadion druipen van sfeer.

Hij gelooft in Telstar. Groot-Amsterdam is de nationale broedplaats van talent. Waar moeten al die talenten heen, als betaalde clubs verdwijnen? Naar het amateurvoetbal. Maar betaalde clubs hebben meer tijd en kunde om ze op te leiden.

De doorslag om in IJmuiden te tekenen gaf het vijfjarenplan met de naam Stip op de horizon. ’Voor het seizoen 2018-2019 stond daar: zonnepanelen op het dak. Jaar daarna: promenade aan de overkant. Voetbalorganisatie opbouwen. Na vijf, zes jaar promoveren. Er was al één seizoen voorbij. Ik vroeg: die zonnepanelen moeten zeker nog worden aangeschaft? Maar nee, ze lagen al. Toen dacht ik: ze zijn begonnen. Dat is aardig.’

Huurlingen

Hij is trainer en technisch directeur, al is dat geen ideale combinatie. ‘Als ikzelf bel, gaan deuren eerder open.’ Hij haalde nog acht spelers voor weinig geld, onder wie drie huurlingen, van wie de oorspronkelijke club het salaris betaalt. ‘Dat scheelt enorm. En niemand bij ons krijgt een premie. Het is echt het minimale.’

Maar ja, voetbal blijft voetbal. In de kleedkamer hangt zijn adagium: keihard werken en durven voetballen. ‘Ik heb het scherp uitgelegd. Jullie spelen bij Telstar, voor bijna niks. Bij Quick Boys of Rijnsburgse Boys krijg je vermoedelijk meer geld. Alleen: zij spelen uit tegen Harkemase Boys. Wij tegen NAC, Cambuur, De Graafschap. Jullie doen het voor die kans om hier weg te komen. Wie van die jongens droomde van Telstar? Niemand. Als ze hier willen wegkomen, moeten ze spijkerhard werken. En niet alleen op vrijdagavond. Elke dag. En ze weten ook: als het niet lukt, wil Quick Boys ze niet eens meer.’

Ze trainen dus hard. Een speler werkt ook in een sushirestaurant, een aantal studeert. Velen wonen nog thuis. ‘Ouders, vriendinnen en zaakwaarnemers springen blijkbaar bij. Deze jongens hebben een zuivere motivatie. Ze werken zich de tandjes. En dan kan ik er maar 11 van de 26 laten meedoen. Een groep speelt geregeld op dinsdag tegen een club uit minimaal de derde divisie. 

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Belofteteam

‘Ik wil heel graag Jong Telstar, een belofteteam, op maandag laten voetballen in een nieuwe competitie van de KNVB, inclusief spelers die terugkeren van een blessure. Reda Kharchouch, onze spits van 24 jaar, komt van OFC. Hij heeft er 12 inliggen. Voor dat soort jongens moeten wij bij Telstar de deur kunnen openzetten. Dat ik zo’n amateur dan op maandag kan laten meedoen.’

Jonker heeft een prachtig cv, maar hij wilde in West-Europa werken vanwege privéomstandigheden. Hij was op een dag bij Telstar, op een verzamelbeurs in het stadion. Verslaggever Leo Driessen van Radio Noord-Holland vroeg of hij zich kon voorstellen trainer van de club te zijn? Hij antwoordde: ‘Ik zal erover nadenken.’ Zo ging het lopen.

Hij houdt ook van bescheidenheid bij clubs. ‘Ik kom uit een volkswijk in Amsterdam-Noord, Blauwe Zand. Kleine huisjes. Arbeiders. Ik ben opgegroeid bij Volewijckers, een eenvoudige club, en ik ging voetballen bij Volendam, een eenvoudige dorpsclub.’ 

Geldgebrek

Bij Volendam leerde hij al alles over geldgebrek. In 1997 begon hij daar als assistent-trainer, hoofd-opleiding en trainer van het tweede elftal. Allemaal tegelijk. Zeventig uur in de week. Hij maakte bestuurscrises mee, zelfs tbc in de spelersgroep. Spelers kregen geen salaris meer.

‘Ik leende spelers en jeugdtrainers geld. Dan schreef ik een briefje. ‘Ik, en dan volgde een naam, leen bij deze 1.200 gulden van de trainer. Dat geld betaal ik terug bij de eerstvolgende salarisontvangst.’ Aan vijf mensen heb ik toen 1.200 gulden geleend.’

Ook dat kleine kan hij waarderen. De improvisatie. De nostalgie. Al die lijnen komen woensdag samen, tegen Ajax. ‘Mijn vader was geen voetbalman, maar hij nam mijn broer en mij soms mee naar de Meer. Recht achter het doel. 4,50 gulden. Cruijff, Keizer, Swart. Neeskens was mijn favoriet. 

‘Dan ging het kunstlicht branden en leek het gras nog groener dan het al was. Ze speelden met witte ballen. Die gingen spijkerhard van voet naar voet. Tot Cruijff de bal kreeg. Dan gebeurde er iets en lag de bal in het doel. Zo herinner ik me dat. Een soort droomvoetbal.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden