INTERVIEW

'Alles klopte toen ik bij Ajax kwam'

Jari Litmanen, die met Ajax in 1995 de Champions League won, is nog altijd een maniak als het om voetbal gaat. 'Ik meen nu soms een andere drive te zien: geld.' Door Bart Vlietstra

Bart Vlietstra
Jari Litmanen: 'Alles klopte toen ik bij Ajax kwam. We waren allemaal gretig. Iedereen zat elkaar op de flikker.' Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Jari Litmanen: 'Alles klopte toen ik bij Ajax kwam. We waren allemaal gretig. Iedereen zat elkaar op de flikker.'Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Jari Litmanen wijst vanuit een suite van het Hilton Hotel naar het verderop liggende Olympische stadion. Daar vierde hij grote successen met Ajax midden jaren negentig. Leidend tot de Champions League-winst in 1995. 'Ik ben er laatst weer eens geweest', zegt Litmanen (45). 'Het is niet meer 'van mij.' Het ziet er heel anders uit.'

Er klinkt geen sprankje weemoed door. Ajax volgt hij alleen nog via de samenvattingen op Eurosport. 'Hele eredivisiewedstrijden worden in Finland niet uitgezonden. Maar David Endt (oud-teammanager, red.) houdt me op de hoogte.'

Hij zal op korte termijn niet terugkeren in Amsterdam. Zijn gezin, dat in Estland woont, krijgt de komende jaren voorrang. Dan met een warme lach: 'Maar de club zit in mijn hart, voor altijd.'

Het gesprek wordt gevoerd als Litmanen bezig is aan een tweedaagse promotietour voor zijn boek Litmanen10, dat hij schreef voor zijn kinderen, als leidraad voor Finse jeugdvoetballers en 'om van het gezeik af te zijn van al die mensen die vroegen wanneer ik nou eens met een boek kwam'.

Hij toert langs boekhandels en alle mogelijke media tot Open Kaart, een nachtprogramma op radio 1, aan toe. Een paar uur na die uitzending staat hij in alle vroegte op om samen met Endt de aan ALS lijdende oud-scout Ton Pronk te bezoeken. Pronk ontdekte Litmanen in 1992 en overtuigde toenmalig Ajax-coach Louis van Gaal hem na wat matige eerste testtrainingen nog een kans te geven.

Het werd een emotioneel samenzijn, vertelt Endt later door de telefoon. 'En van daaruit mooi en waardevol.'

Litmanen: 'Ik heb in Finland een belangrijk persoon in mijn leven zien aftakelen door die ziekte. Ik weet hoe het gaat. Dat maakt het niet makkelijker. David en Tonnie hebben mij enorm geholpen om me thuis te voelen in Amsterdam. Ik wil Tonnie graag steunen.'

Makkelijk heeft Litmanen het zichzelf nooit gemaakt. Anders was hij wel ijshockeyer geworden. In Litmanen10 beschrijft hij zijn bijna maniakale toewijding aan de sport die hij nog steeds dagelijks beoefent, meestal moederziel alleen op een strook kunstgras naast het veld waar het elftal van zijn zoontje traint.

'Bij Ajax klagen ze dat ze met een budget van honderd miljoen euro geen drol kunnen doen, internationaal. In Finland heeft de beste club, HJK Helsinki, maar drie miljoen te besteden. De Finse bond draait rond met tien miljoen. Toch is alles al verbeterd. Betere omstandigheden en betere trainers. Het enige dat beter was, was mijn wil. En dat is toch het belangrijkst.'

Litmanen is adviseur van de Finse bond en geeft trainingen aan de jeugd tussen zijn eigen wedstrijdjes met veteranenteams van oude clubs als Ajax, Barcelona en Liverpool door.

De cover van Litmanens boek. Beeld
De cover van Litmanens boek.Beeld

'Of de drive nu minder is? Ik kan niet in de hoofden kijken van anderen, maar ik meen nu soms een andere drive te zien: geld. Spelers wisselen van club omdat ze ergens anders meer kunnen verdienen. Ook al is die club minder mooi en komen ze er op de bank. Ik snap dat niet.'

Zo getalenteerd, maar toch ook nobel en nijver als Litmanen worden ze niet meer gemaakt, klinkt het vaak in Amsterdam en omstreken. DWDD-presentator en Ajax-supporter Matthijs van Nieuwkerk doopte hem al tot 'levende legende'.

Ajax stevent af op een nieuw verblijf in de Champions League, maar bakte er de laatste jaren weinig van in dat toernooi. De heimwee naar midden jaren negentig is hevig.

'Alles klopte toen ik bij Ajax kwam', blikt Litmanen terug met oplopend stemvolume. 'Dat was deels visie en deels toeval. Er was een jonge, ambitieuze trainer, Van Gaal. Dat was de sleutel, denk ik, die ambitie. Die hadden we allemaal. Ajax had de UEFA Cup gewonnen, maar alleen Frank de Boer en Blind bleven over.

'De jonge jongens die in het gat doken, waren allemaal supergretig. Iedereen zat elkaar op de flikker, elke dag weer. Het is vergelijkbaar met de groep van Michels in de jaren zestig en zeventig, heb ik begrepen. Al hadden wij geen Cruijff, wij hadden zelfs op geen enkele positie de beste speler. Maar samen waren we geweldig.'

undefined

Kan zoiets nu nog ontstaan?

'Alle factoren moeten samenvallen. Het mooiste voorbeeld vind ik Finidi George. Ajax zocht een buitenspeler, het liefst een linksbuiten, want Overmars was in principe de eerste rechtsbuiten. Er waren drie kandidaten: Mrkela, Petrov en Finidi. Die eerste twee waren linksbuitens, van wie Mrkela bij Twente had gezeten en het Nederlandse voetbal dus kende.

'Maar wat gebeurt er? In de laatste testwedstrijd kopt Finidi drie keer raak bij de tweede paal omdat hij goed bijsloot. Dat wilde Van Gaal graag zien. En toen werd Finidi, eigenlijk de derde keus, gekozen. Waardoor Overmars op links kwam waar hij veel effectiever was.'

Maar de vraag is: kan het nu nog in het veranderde voetballandschap?

Maar Litmanen ratelt nog een kwartier door over 1995, terwijl zijn basstem een ongekende hoogte bereikt. Herhaalt nog maar eens hoeveel ervaring er weg was gegaan. Hoeveel toeval erbij kwam kijken. Hoe groot de drive was, maar ook het inzicht van de technische staf om spelers op andere posities te posteren. Bijna triomfantelijk: 'Wist je dat Kanu helemaal niet binnenkwam als spits? Dat was een middenvelder!'

Nogmaals: kan het nu nog?

'Wie had gezegd in 1967 dat Ajax drie jaar later drie keer de Europacup I op rij zou winnen? Wie zei in 1991 dat Ajax, destijds bijna bankroet, de UEFA Cup ging winnen? Wie zei in 1994 dat we drie keer AC Milan zouden verslaan en de grote beker zouden winnen?

'Ruud Gullit zei in 1987 toen hij wegging bij PSV dat een Nederlandse club nooit meer een Europese beker zou winnen. Een jaar later pakte PSV de Europacup I!'

Dus het kan?

'Natuurlijk kan het! Barcelona, Real Madrid, Bayern München en de Engelse clubs hebben een grotere kans, dat wel.

'Sinds het Bosman-arrest zijn spelers transfervrij als hun contract afloopt en mag iedereen eindeloos buitenlanders opstellen. Er zijn grote investeerders gekomen.

'Toen ik bij Liverpool speelde, was Manchester City helemaal niks. Niemand wilde daar spelen. Daar ging je alleen heen als je nergens anders heen kon. Nu er veel geld zit, wil iedereen daar spelen. Voor Paris Saint-Germain geldt hetzelfde.

'Daarom is het zo mooi dat Atlético Madrid zich er steeds tussenwringt. Hun budget is veel kleiner, maar dat is echt een team. Ik geniet ervan. En toch had PSV ze bijna verslagen. Feyenoord pakte in 2002 de UEFA Cup, dat kon toch ook niet? En Leicester City wordt kampioen van Engeland.

'Ik snap niet waarom jullie zo negatief zijn.'

Ajax heeft best wat geld, maar koopt geen spelers meer van meer dan acht miljoen. Is dat verstandig?

'Grote aankopen zijn bij Ajax meestal mislukt. Behalve Zlatan, volgens mij. Je moet doen waar je goed in bent. Opleiden. Dus die koers kan ik wel volgen.

'Veel geld geeft veel druk, terwijl het geen enkele garantie biedt op succes. Ik kwam heel goedkoop binnen bij Ajax. Maar ik had honger. Daar gaat het om.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden