'Alleen teams met goede keepers pakken hoofdprijzen'

Ballen rapen is het lot van de handbalkeeper. Het is al knap om 4 van de 10 doelpogingen te stoppen. Als dat de nationale doelvrouw Tess Wester bij de EK handbal in Zweden lukt, dan behoort Nederland tot de titelfavorieten.

Op het WK van 2015 in Denemarken haalde Wester een stoppercentage van 45 procent. Zo maken keepers het verschil.Beeld Klaas Jan van der Weij

De ballen vliegen Tess Wester (23) om de oren. Ze ketsen onderkant lat, binnenkant paal. Ze ploffen in het net nadat ze een tergend langzaam boogje over de keepster van het nationale zevental hebben afgelegd. Ze scheren met een gedempte stuit laag langs haar uitgestrekte been. Soms reageert ze gelaten. Een andere keer is er een applausje voor de schutter of klinkt een getergd 'aaargh!'.

Er is geen reden tot zorg. Na de laatste training in de handbalzaal van het sportcentrum Papendal, aan de vooravond van de Europese kampioenschappen in Zweden, zegt Wester dat ze er nu niet op uit is alle schoten te pareren. Ze herhaalt bewegingen, ze probeert uit, ze 'filtert' - zo noemt ze dat. Is bij een bepaalde worp één arm beter, of zal ze toch maar beide gebruiken?

Voor een buitenstaander kan de oefensessie een bevestiging zijn: zie je wel, kansloze missie, keepen in het handbal. Wat kun je uitrichten tegen een speler die op je af komt zweven, de bal in de hand, tot op een afstand van 2, of misschien wel 1,5 meter? Het doel achter je is een gapend gat van 3 bij 2 meter, de bal kan een snelheid van 100 kilometer per uur halen. Dan kun je nog zo intimiderend je armen als wuivend riet omhoog houden en trippelpasjes maken op de tenen - als je dan eens de bal raakt, lijkt het meer geluk dan wijsheid. De doelvrouw ziet hem vaak niet eens.

Dat beeld klopt niet, bezweren zij die het kunnen weten. Trainers en keepers wijzen eendrachtig naar de veroorzaker van het wat ontmoedigende imago: de samenvatting op de televisie. Daarin worden vooral de scores getoond en hooguit een enkele succesvolle ingreep.

Kijk naar de percentages, zegt voormalig bondscoach van de vrouwen Henk Groener (56, als speler goed voor 208 interlands). Topkeepers houden 40 procent van de schoten tegen. 30 is doorsnee. Wester, een van de boegbeelden van het Nederlands team, haalde tijdens het WK in Denemarken vorig jaar 45 procent. Gewezen keepster Marlie van der Tas-Menten (40, 94 interlands) en tegenwoordig keeperstrainer op de Handbalacademie, is stellig. 'Alleen teams met goede keepers pakken de hoofdprijzen.'

Je kop erbij houden

'Tess, je weet het toch?!' 'Ja, ik wist het.' Zo maken keepers het verschil. Het is 16 december 2015, Nederland leidt met 26-24 tegen Frankrijk in de kwartfinale van het WK in Denemarken, als Gnonsiane Niombla de bal voor de voeten van een tegenstander weggrist en vanaf de eigen helft aan een rush naar het Nederlandse doel begint. Daar wacht het laatste obstakel: Tess Wester. In haar oren weerklinken de woorden van Debbie Klijn. 'Tess, je weet het toch?!' De keepertrainster had het haar toegeschreeuwd tijdens een time-out, nadat Niombla eerder al verwoestend had uitgehaald op haar favoriete plek, de rechterbovenhoek. Ze herinnerde zich de video-opnamen toch, afgespeeld tijdens de voorbereiding? Nou dan!

Niombla heeft de tijd. Te veel tijd, misschien, zo al stuiterend met de bal op weg naar de overkant. Dan ga je nadenken. Zal ik het aandurven nu iets anders te proberen? Of kies ik voor mijn vertrouwde plek, links van de doelvrouw?

Tess Wester tijdens een training van de nationale ploeg op Papendal.Beeld Klaas Jan van der Weij

Dan veert de Française omhoog, de werparm nog even achter het lichaam, ze vliegt de sluitpost tegemoet en kiest voor zekerheid. Wester verwerkt het schot door naar rechts te vallen. Met beide armen ranselt ze de bal het doel uit. Ze mept beide vuisten op de vloer en schreeuwt het uit. Op de bank gooit Klijn haar aantekenschrift euforisch de hoogte in. De actie, vlak voor het einde van de wedstrijd, is beslissend: Nederland houdt de voorsprong en bereikt met 28-25 de halve finale. Nederland zal uiteindelijk zilver halen op het toernooi.

Op dat moment betaalde zich alles uit, zegt Groener, terugkijkend: de voorbereiding, het trainen op reflexen, de lenigheid, de concentratie. 'Tess wist precies wat ze moest doen.' Wester: 'Ja, ik wist het.' Klijn: 'Ik herinner me het als de dag van gisteren. Het was alsof ik 'm zelf had gestopt.'

Basistechnieken

'Als je niks doet, wordt de aanvaller onzeker'

Zo kunnen de keepers er wat aan doen. In haar huiskamer demonstreert Laura Robben (54, met 313 interlands recordinternational) enkele basistechnieken. Een hoge bal kun je bijvoorbeeld te lijf gaan door omhoog te veren met één knie gebogen. Het been dat het verst van de bal is verwijderd, maakt de afzet. Beide armen gaan naar de bal.

Bij een andere variant blijven de benen bij elkaar, de keeper gebruikt doorgaans één arm. Lagere ballen vragen om een zogeheten uitvalspas. De keeper zet een stap opzij en plaatst de voet vrijwel haaks op die van het andere been, het lichaam beweegt mee. Bij de hordenzit is één been gestrekt, de ander gebogen, niet zelden raakt het zitvlak de vloer. Dan is er nog de Hampelmann, de armen en benen gespreid. Het doel is je zo groot mogelijk maken. Het is vaak het antwoord als iemand alleen op je afkomt of de reactie op een vrije worp.

Robben: 'Welke techniek je toepast, is uiteindelijk een kwestie van gevoel. Ik wachtte altijd zo lang mogelijk. Als je niks doet, wordt de aanvaller onzeker.'

Debbie Klijn (40, 120 interlands): 'De keeper moet letten op de stand van het bovenlichaam van de werper, de knieën, de armen om te kunnen voorspellen waar de bal naartoe gaat. Maar als je lang genoeg wacht, reageert de werper op jou in plaats van andersom. Dan maak je meer kans. Het gaat wel om milliseconden. Er is veel ervaring voor nodig.'

Afspraken met de verdediging horen ook tot het wapenarsenaal. Dekken op de werparm van de schutter, het beveiligen van de korte hoek, aanwijzingen geven. 'Cirkel links! Compact! Stap uit!', een keeper heeft het beste zicht op de aanvallers.

Ze scherpen de reflexen aan. Robben is trainer bij NEA in Amstelveen, Net Even Anders. Ze gooit soms met twee ballen, om en om, in een steeds hoger tempo. Ze laat de keeper met rug naar de werper staan voordat die de bal gooit. Ze gebruikt weleens een tennisbal.

Er is ook de psychologische oorlogsvoering. Keepers stappen soms opzij om de aanvaller te verleiden tot een worp in de vrijgelaten ruimte. Het dragen van lange broek en lange mouwen dient om blauwe plekken te voorkomen, maar het maakt je ook groter. Je kunt er een schepje bovenop doen door een slobbertrui aan te trekken. Anderen kiezen voor felle kleuren. Dat zou het oog van de werper aantrekken. Robben droeg lange tijd geel, totdat ze er niet meer in geloofde. Maar de sterkste troef is de succesvolle redding. Stop twee keer een vrije worp en de twijfel zal erin sluipen bij de tegenstander, terwijl jij aan vertrouwen wint.

Rituelen of tics helpen. Van der Tas trok altijd de linkerpijp van haar broek omhoog. De tweede keepster van het nationale team, Jasmina Jankovic, gaat bij een vrije worp altijd eerst naast haar doel staan. Robben zette soms haar voet op de bal, zodat de werper 'm moest komen halen. Wie geklopt is, kan concentratie herwinnen door enkele seconden naar een vast punt op de vloer te staren, een harsafdruk van de bal, bijvoorbeeld, suggereert oud-doelman Jacques Josten.

Uitstraling

'Wie zich bescheiden opstelt, krijgt het lastig'

Zo moeten keepers zijn. Marli van der Tas-Menten ziet het al snel als jonge spelers zich aanmelden op de Handbalacademie. Zeker, het draait natuurlijk om reactievermogen en lenigheid - de keeper is vaak de lenigste in het team. Niet bang zijn, niet voor de bal en niet voor de tegenstander die op je afkomt: handbal vraagt nu eenmaal om stoere jongens en meiden. Maar vooral uitstraling telt. Van der Tas: 'Een keeper die zich bescheiden opstelt, krijgt het lastig. Het moet zijn: kom maar op.'

Het verblijf onder de lat is mentaal zwaarder dan in het veld. Klijn: 'Het kan een frustrerend beroep zijn als het maar niet lukt. Je hebt nauwelijks tijd een mislukte redding te verwerken. Ze staan zo weer voor je neus.'

Van der Tas: 'Een keeper kan zich niet verstoppen. Een veldspeler kan ervoor kiezen vooral in dienst van het team te spelen als ze niet lekker in haar vel zit. Een keeper moet er staan, altijd.' Voormalig bondscoach Groener: 'Je moet de druk aankunnen. Je bent telkens het laatste redmiddel.' Laura Robben: 'Je hebt een aparte positie. Je moet ertegen kunnen een eenling te zijn.'

Tess Wester kijkt de bal na die in het doel verdwijnt tijdens de trainingBeeld Klaas Jan van der Weij

Snelheid

'Blijf staan, dan kun je de bal meteen oppakken'

Zo komt het wel goed met de keepers.

De waardering, stellen alle betrokkenen, is er inmiddels. Niet langer krijgt Van der Tas te horen dat de keeper een 'trekpop' of een 'schietschijf' is en wordt Klijn voorgehouden dat het een 'luizenbaantje' is.

Klijn: 'Het is zoveel sneller geworden. Je moet naar de bank sprinten als er een zevende veldspeler wordt ingezet en weer het veld in sprinten als die er weer uitgaat.' Van der Tas: 'Het tempo ligt zo hoog dat ik liever heb dat keepers niet naar de grond gaan voor een redding. Blijf maar staan, dan kun je de bal meteen oppakken.'

Volgens Van der Tas en Klijn kan de opleiding wel beter. Nog voordat ze zich op hun 15de melden op de handbalacademie in Papendal, zouden talenten al door specialisten begeleid moeten zijn. Van der Tas: 'Velen komen binnen met verkeerde technieken. We zien bijvoorbeeld nogal eens dat een been te hoog wordt opgetild, met grote risico's op blessures. Het kost een hele tijd dat weer af te leren.'

Het veelgeroemde stoppercentage van 45 dat Tess Wester tijdens het WK in Denemarken haalde, is niet de maatstaf voor succes. Tijdens de Olympische Spelen haalde ze 33 procent - ze stond ook minder in het veld. Wester: 'Het is mooi als je 40 procent haalt, maar ik heb toch liever een lagere score als je in de slotfase er wel in slaagt drie mogelijk beslissende schoten eruit te houden.'

Nu de onderwaardering plaats heeft gemaakt voor het succesquotum, heeft zich voor de handbalkeeper ook een andere werkelijkheid aangediend, waarschuwt Van der Tas. Zoals coaches en spelers zich vooraf verdiepten in de acties van schutters als Gnonsiane Niombla, zullen de tegenstanders zich voorbereiden op de bewegingen van Wester en haar collega's. Want zo werkt het ook onder de lat: wie kaatst kan de bal verwachten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden