‘Alleen met vallen en opstaan kom je ver’

Een olympisch leerproces voorbondscoach van BMX-ploeg...

‘We waren in augustus nog voor de wereldbeker naar Peking geweest. Die wedstrijd gold voor de fietscrossers als olympisch testevenement. Bij zo’n bijeenkomst als die van NOC in Egmond hoor je dan niet direct nieuwe dingen. Dat heb ik inderdaad ook zo gezien, dacht ik de hele tijd.’

Wat De Bever (39) bijbleef, was het verhaal van judokampioen Mark Huizinga die (bijna) alle verzamelde Nederlandse coaches, begeleiders en teammanagers toesprak. ‘Mark gaat al voor de vierde keer naar de Spelen. Hij vertelde van het overweldigende karakter van het olympisch dorp. Al die sporters uit die 200 landen verzameld.

‘Dat zoiets geen valkuil mag worden en zo. Dat heb je al vaker gehoord, maar als Huizinga het zegt, wil je dat wel aannemen. Ik ga hem vragen of hij zijn verhaaltje ook voor mijn sporters houdt. Dat zal hij wel doen, denk ik.’

Bas de Bever en zijn tien BMX’ers – negen mannen, één vrouw – zijn de groentjes van de komende Spelen. BMX, het rossen op een kleine fiets over een parcours met veel springbulten, maakt zijn debuut in het olympische programma. De korte tijdrit op de baan heeft ervoor moeten wijken om plaats te maken voor de stuntmannen en –vrouwen op twee wielen.

De Bever zou, als zijn sport een normale status had, al veel eerder op de Spelen zijn geweest. Hij is vijf keer wereldkampioen fietscross geweest, ‘voor het laatst en drie keer op rij in 1990, 1991 en 1992’. Daarna klom hij op de mountainbike voor downhill, de afdaling der roekelozen. ‘Ik werd derde bij het WK, op drietiende van de winnaar. Ik denk daar nog weleens aan.’

De Bever werd drie jaar geleden vanuit het zadel zo op de coachbank geparachuteerd. Hij heeft een achterstand qua ervaring ten opzichte van olympische coaches als Oltmans, Van der Geest en Verhaeren die al verschillende cycli achter de rug hebben.

‘Van mijn eigen jaren op de fiets heb ik heel veel geleerd. Ik coachte mezelf. Ik ben iemand die ervan houdt zaken zelf uit te zoeken, omdat ik denk dat je daar het meest van leert. Je gaat op je bek, maar alleen met vallen en opstaan kom je ver.

‘Nu ben ik verantwoordelijk voor tien anderen. Wat kan er beter en sneller? Ik heb olympisch genomineerden van 19 en 21 jaar. Die jongens moet je wegwijs zien te maken in de wereld die topsport heet. Maar het zal nog wel een hele cyclus duren voordat ze dat echt hebben opgepikt.

‘Nu de Spelen er aan komen, krijg ik te maken met randzaken die niks te maken hebben met sporttechnische dingen. De media staan er ineens. Er is een sponsor die zegt: jij gaat naar de Spelen, ik wil je wel sponsoren. De familie springt opeens overeind. Ha Peking. Dat is een lastige en uitdagende kant. Jij als coach moet sturen en kanaliseren, zodat de zaken bij die jongens goed gaan.

‘Ik ken mijn eigen beperkingen en mijn sterke kanten. Datgene waarin ik niet bekwaam genoeg ben om de jongens wegwijs te maken, daarvoor haal ik hulp van buitenaf. Het NOC*NSF geeft mij alle hulp. Zo is het plan op Papendal te gaan zitten ook begonnen. We zijn er vier dagen per week. We hebben een mental coach, een diëtiste, een soigneur, een fysio, een dokter, een mecanicien en een krachttrainer.

‘Die hebben allemaal hun steentje bijgedragen zodat we nu met onze ploeg op de wereldranglijst van 9 naar 2 zijn gestegen. We mogen, als we bij de beste vijf blijven, met drie mannen naar Peking. En één vrouw, als we niet uit de topacht zakken.’

Bij de verkenning van Peking bereikten vier mannen de finale, een rondje van 38 seconden: Robert de Wilde, Martijn Scherpen, Rob van den Wildenberg en Raymon van de Biezen. De smog was toen juist geweken. ‘We waren enorm gewaarschuwd, maar wij troffen het. Op de wedstrijddagen was er blauwe lucht. Toen zagen we plotseling bergen en hoge gebouwen.

‘Het was 39 graden, maar de gevoelstemperatuur in zo’n kuipje met tribunes eromheen lag veel hoger. En dan die luchtvochtigheid van 97 procent. Het was gruwelijk voor die gasten, niet te harden.

‘Bij de Spelen moeten we op dag 1 van onze wedstrijden zeven keer rijden. We gaan uitzoeken hoe we daarmee het best kunnen omspringen. Het klimaat is niet na te bootsen, maar op Papendal leggen we het beginstuk van de Chinese baan aan, precies zoals in Peking.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden