Alleen grote clubs komen ver in de Champions League - 'Super League' is een betere naam voor de competitie

De Champions League is steeds meer een Super League. Landskampioen zijn is ook al lang niet meer nodig om ver te geraken. Het gaat om groot zijn.

Feyenoord neemt fraai afscheid van de Champions League tijdens hun laatste wedstrijd. Foto ap

De stem tijdens de reclame van Veronica op de radio galmde dinsdag zoals een wervende stem kan klinken: 'Vanavond, de spannende wedstrijd tussen Bayern München en Paris Saint-Germain.'

Maar het was helemaal geen spannende wedstrijd. Beide clubs waren al geplaatst voor de achtste finales van de Champions League, met oneindige voorsprong op de voormalige Europese topclubs Celtic en Anderlecht. Alleen met een zege van 4-0 kon nummer twee in de groep Bayern koploper PSG nog van de eerste plaats verdringen, met een iets gunstiger uitgangspunt bij de loting van de laatste zestien als beloning.

Het duel was best aardig als kijkspel en eindigde in 3-1. Slechts 647 duizend mensen keken op Veronica, de zendgemachtigde op de publieke omroep, waarmee de topvoetbalwedstrijd de veertiende plaats innam op de kijkcijferlijst van de dag. Zo spannend vonden de mensen het blijkbaar ook niet meer, ondanks de werving.

De afsluitende dinsdag van de groepsfase was sowieso vrijwel gespeend van spanning, want groot had klein al lang liggen, op een enkele uitzondering na. Bij Barcelona viel Lionel Messi nog een half uurtje in tegen Sporting Portugal, mogelijk ook om de toeristen in Camp Nou te plezieren. FC Basel, AS Roma en Juventus plaatsten zich definitief dinsdag. Liverpool, Sevilla, Sjachtar Donetsk en FC Porto volgden woensdag. Dat gebeurde op een opnieuw weinig opwindende avond, al bezong het legioen van Feyenoord in de Kuip op vocaal waardige wijze het afscheid van de Champions League. Atlético Madrid, finalist in 2014 en 2016, is de enige echt opvallende afvaller bij de laatste zestien, als het toernooi verder gaat volgens het veel interessanter knock-outsysteem. Tot nog toe was het verloop akelig voorspelbaar.

Alleen al de naam Champions League is al jarenlang misleidend. Kampioenen Liga. Ruim de helft van het resterende veld is helemaal geen kampioen. Dat is overigens al jaren zo, door de toevloed van nummers twee, drie en vier uit de grote landen. Zij zijn veel rijker en groter dan de kampioenen uit de kleinere landen.

Alleen als de voorronden van de Champions League beginnen in juli, als de sterren van het voetbal net zijn begonnen met trainen, kun je spreken van een kampioenencompetitie. Dan verzamelen alle titelhouders van de bij de Uefa aangesloten leden zich voor de strijd, inclusief kampioenen van Wales, Malta, Luxemburg of Andorra; 54 van de 55 Uefa-leden vaardigden hun kampioen af voor de editie van 2017-2018. Alleen de beste van Liechtenstein schreef niet in.

Bij het begin van het hoofdtoernooi met 32 clubs waren de meeste titelhouders al afgevallen. Slechts zeventien kampioenen waren overgebleven. Daartoe behoorden trotse kampioenen met een prachtig verleden, ook uit kleinere landen. Clubs als Feyenoord, Olympiakos, Anderlecht, Celtic en Benfica, waaronder roemruchte winnaars van de vroegere Europa Cup I. Kampioenen van eens grote voetballanden in het clubvoetbal als Nederland, Griekenland, België, Schotland en Portugal. Van die landen maakt alleen Portugal nog min of meer deel uit van de Europese elite. Genoemde clubs waren vooral programmavulling in de opwarmronde voor de clubs uit de grote landen, met name de deelnemers uit Engeland, en in mindere mate Spanje en Italië. De vijf grote landen leveren twaalf van de zestien clubs in de achtste finales, met Engeland als koploper: vijf stuks, inclusief de winnaar van de Europa League van vorig jaar, Manchester United.

De verrassende clubs in de achtste finales zijn Basel uit Zwitserland en Besiktas uit Turkije, al lieten die clubs de laatste jaren vaker van zich horen. Het aantal landskampioenen is dus relatief klein: zeven. Alleen Basel, Bayern München, Chelsea, Juventus, Besiktas, Real Madrid en Sjachtar Donetsk waren vorig seizoen landskampioen.

Dat het aantal niet-kampioenen alsmaar toeneemt is logisch: de kloof tussen groot en klein groeit met de jaren, en de grote landen mogen steeds meer clubs afvaardigen. In 2018 mogen Engeland, Spanje, Duitsland en Italië zelfs vier clubs laten meedoen zonder voorronde, waarvan er dus sowieso drie geen landskampioen zijn.

Pas als de grote clubs onder elkaar zijn, straks in februari, barst de strijd werkelijk los. Al die superclubs maken het dan met elkaar uit, landskampioen of niet. Vandaar dat Super League sowieso een betere naam is dan Champions League.