Wielrennen

Alle kampioenen overkomt het: de slechte dag. Wie blijft de man met de hamer voor?

Donderdag beginnen de Tour-renners aan de beslissende drieslag in de Alpen. En allemaal zijn ze bang voor de dag dat de benen niet meer willen. Is daar iets tegen te doen? En hoe gevoelig is Steven Kruijswijk voor dit euvel?

20 juli 2019: Coureurs op de Tourmalet in de Pyreneeën. Op de voorgrond in het geel Julian Alaphilippe, op tweede positie Steven Kruijswijk. Beeld Tim de Waele / Getty Images

Heeft Steven Kruijswijk ooit een ‘jour sans’ gehad? Oftewel: de gevreesde slechte dag? De dag waarop benen en hoofd niet meer willen, het klassement aan diggelen ligt, en nog maar één ding telt: de eindstreep halen.

Bram Tankink reed meerdere grote rondes met Kruijswijk. Hij kan het zich niet herinneren dat zijn collega door het ijs zakte. Maar dat is géén garantie, zegt hij. ‘Eén keer te weinig eten, of zeker met dit weer, te weinig drinken en je gaat voor de bijl. Misschien niet meteen. Maar wat je vandaag te weinig eet, kom je morgen tekort.’

In de komende drie Alpenritten wordt de Tour de France beslist. Met 1.47 minuut achterstand op klassementsleider Julian Alaphilippe staat Kruijswijk derde. Samen met Geraint Thomas, Egan Bernal en Thibaut Pinot strijden ze om de eindzege. Het is een survival of the fittest geworden. Wie is de sterkste? Of beter gezegd: de minst zwakke?

Minder slecht dan de rest

Over Kruijswijk wordt altijd gezegd dat hij beter wordt naarmate een grote ronde vordert. Maar dat klopt niet helemaal, zegt bewegingswetenschapper Louis Delahaye. ‘Steven wordt minder slecht dan de anderen.’

Delahaye was jarenlang in dienst van de ploeg die nu Jumbo-Visma heet. Hij stelde trainingen samen voor Kruijswijk en pakte tijdens grote rondes regelmatig diens vermogensgegevens erbij. Wat bleek? ‘Steven kan tot aan Parijs ongeveer dezelfde vermogens blijven trappen. Kun je dat niet, en de concurrentie wel, dan heb je dus de slechte dag te pakken. Het is de dag dat je minder herstelt dan je tegenstanders.’

Eén troost: het overkomt alle grote kampioenen. Laurent Fignon verloor 11 minuten  in 1986 op Hinault; Jan Ullrich werd geen Tourwinnaar in 1998 door een slechte dag op de Galibier, en Simon Yates leek vorig jaar onbedreigd de Giro d’Italia te gaan winnen, tot hij in de 19de etappe naar Colle delle Finestre volledig instortte. 38 minuten na winnaar Chris Froome kwam hij binnen.

En wat te denken van Thibaut Pinot, de man die zaterdag de etappe naar Tourmalet won? Hij kwam vorig jaar in de Giro drie kwartier na ritwinnaar Mikel Nieve binnen. Hij bleek met uitputtingsverschijnselen te kampen en moest naar het ziekenhuis worden vervoerd.  

Geen energie naar randzaken

Delahaye: ‘Hoe langer de Tour duurt, hoe groter de kans dat je ziek wordt, omdat je immuunsysteem zwakker wordt. Wat je kunt doen, is jezelf zo goed mogelijk verzorgen. Goed eten, goed masseren, maar ook mentaal gezond blijven. Dus niet te veel energie verliezen aan randzaken. Die energie heb je nodig voor de koers.’

In dat opzicht is Alaphilippe in het nadeel van zijn tegenstrevers. Als klassementsleider moet hij elke dag verplicht interviews geven, naar de dopingcontrole gaan en een huldigingsceremonie ondergaan; zaken die op den duur uitputtend gaan werken.

Bovendien mist hij de ervaring van het rijden voor de eindzege. ‘Juju’ reed pas drie keer een grote wielerronde uit en eindigde nooit bij de beste dertig. Mede daarom zei ploegleider Tom Steels over Alaphilippe: ‘We weten niet waar het met hem gaat eindigen. Het kan met geel in ­Parijs zijn, maar ook met 20 minuten achterstand.’

Volgens Delahaye is een slechte dag niet alleen een energetische zaak, maar vooral ook een mentale. ‘Hoe vaak heb ik renners in de derde week niet horen zeggen: ‘Ik ben zo moe’. Maar keek je naar hun vermogens, dan bleek dat helemaal niet het geval te zijn. Het zat in hun hoofd.’

In zo’n geval, zegt hij, moeten sporters zichzelf een beetje voor de gek houden. ‘Ook al kun je niet meer, dan moet je toch tegen jezelf blijven zeggen: kom op, je kunt het. Klinkt vanzelfsprekend, maar uit allerlei onderzoeken is gebleken dat ‘positive self-talk’ effect heeft.’

Lege tank

Dan het eten. Erik Breukink reed in 1989 een nagenoeg perfecte Giro d’Italia, maar vergat in de 14de etappe op tijd voldoende voedsel tot zich te nemen. Hij greep nog naar een mueslireep, maar toen was het te laat. Met een lege tank harkte hij stapvoets naar de eindstreep. Alleen al in de slotkilometer verloor hij 2,5 minuut.

Delahaye: ‘Je hoort ploegleiders vanuit de auto altijd tegen hun renners roepen: blijf voldoende eten en drinken. Dat lijkt een open deur van heb-ik-jou-daar, maar eenmaal op de fiets heb je toch de neiging dat te verwaarlozen. Altijd maar die gel­letjes. Er komt een moment dat je een keer overslaat. En dan ben je gezien.’

In de rit van zondag, naar Foix, registreerden tv-camera’s genadeloos hoe Alaphilippe kraakte. Zijn gekreun was tot in de huiskamers te horen, al probeerde hij er na afloop nog een glimlach uit te persen. Tankink is er van overtuigd dat de Fransman ergens in de komende dagen moet lossen. ‘Hij rijdt al twee weken op volle toeren. Die slechte dag gaat hij krijgen. En als-ie breekt, dan breekt-ie echt. Hij zal dan beseffen: ik ga het niet redden. Dan kan hij zomaar 20 minuten verliezen.’

En dat is dan weer goed nieuws voor Kruijswijk. Mits die geen slechte dag heeft natuurlijk. Tankink: ‘Voor mij is hij de grote favoriet. Van allemaal is Steven de meest constante.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden