'Ali was een kunstwerk. De living Mozart'

De schoonheid en uitstraling van bokser Muhammad Ali verleidden Guus Dubbelman (58) tot het vak van fotografie. Een verslag van acht persoonlijke ontmoetingen.

Muhammad Ali bidt in zijn huis. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Waarom valt iemand voor een beroep? Guus Dubbelman, fotograaf van de Volkskrant, zag vier foto's in een boek uit de bekende reeks 'het Aanzien van...', in dit geval 1966. 'Vier foto's, alle vier magistraal. Ik keek er gebiologeerd naar.'

Hij kan ze nog precies beschrijven, die foto's. Eentje van Muhammad Ali met Henry Cooper bijvoorbeeld, die een snee heeft bij het oog. Het bloed druipt naar beneden. Ali staat voorovergebogen.

Vietcong

Ali bekoorde hem. 'Ik hield van sport, van actie. Ridders. Ivanhoe, Floris en Sindela. Prachtig. Ali zei in 1967: 'Ik heb geen ruzie met de Vietcong.' Dat was de tegenstander van de Amerikanen in de oorlog in Vietnam.' Ali was geschorst voor zijn anti-patriottische houding.

In oktober 1970 zag Dubbelman een foto van Ali die een linkse directe van Sonny Liston ontwijkt. 'Hij trekt zijn kin terug. Ik heb die foto uitgeknipt. In diezelfde periode stond hij op de cover van Life Magazine. Een foto van Gordon Parks, in kleur. Ali heeft de handen in de zij. Hij draagt een rood trainingsbroekje. Het licht is groen. Binnenin zijn de foto's zwart-wit, met zijn ogen close. Ik heb ze uitgeknipt en in een plakboek geplakt. Sindsdien ben ik visueel fan. Ik volg alles.'

Dubbelman kent alle data uit zijn hoofd. 'Op 8 maart 1971 bokste Ali in New York om de wereldtitel. Ik was 13. Op 9 maart keek ik naar de herhaling op tv. Mijn moeder was jarig. Later heb ik honderden foto's van het gevecht uitgeknipt, uit allerlei kranten en bladen. Toen pas viel het grote verschil op tussen fotografie en bewegende beelden. Het gezicht van Frazier was volledig verfomfaaid, het zag eruit als dat van een baby die net uit de baarmoeder kwam.'

Muhammad Ali in gevecht met Sonny Liston, 1965. Beeld AP

Art in motion

De afro-Amerikaan interesseerde hem bovenmatig. Jimi Hendrix, Marten-Luther King, Ali. Hij las alles. 'Boksen is in essentie een rotsport, want mensen slaan elkaar in elkaar. Maar of Ali nu uitdeelde of klappen kreeg, alles was mooi. De esthetiek was uniek, zeker in samenhang met zijn verhaal. De man was in de jaren zestig zo puur, een kunstwerk. Art in motion. Hij stond symbool voor de bevrijding, niet alleen van hemzelf, ook van ons. Die ongelooflijke drang naar vrijheid kan je niet genoeg bestuderen en waarderen. Ook zijn persoonlijke, religieuze crisis rond zijn bekering tot moslim was ongelooflijk interessant, of zijn vriendschap met Malcolm X.' Ali liet zelfs zijn naam veranderen: van Cassius Clay naar Muhammad Ali.

Dubbelman moest alles weten van Ali. Hij moest hem ontmoeten. 'Om geld te verdienen hield ik het huis van mijn moeder schoon. Eén keer per maand ging ik met de trein naar Amsterdam om boksblaadjes te kopen.' Van het een kwam het ander.

Een verslag van acht ontmoetingen.

Art in motion, vindt Guus Dubbelman het boksen. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

1976

'Ali was in Nederland tijdens mijn eindexamens, om zijn boek The Greatest te promoten. Op maandagochtend spijbelde ik van school en nam ik de trein naar Amsterdam. Hij verbleef in het Okura-hotel. Na een rondvaart door de grachten liep hij het hotel binnen, gekleed in een lichte mantel. Ik liet mijn plakboeken zien en hij zette een handtekening. Zijn toenmalige vrouw was erbij, Veronica Porsche, die hij rond zijn gevecht tegen Joe Frazier in Zaïre had leren kennen.

'Op een gegeven moment zei Ali: kom maar mee. Toen werd ik toegelaten tot zijn entourage en hebben we anderhalf uur gesproken. Hij was ongelooflijk serieus. Ik wist alles over verhoudingen tussen zwart en blank. Hij was diep onder de indruk. Veronica zei tegen hem: 'This boy believes everything you say, Muhammad.' We spraken over zijn legendarische gevecht in 1971 tegen Frazier. Frazier leek kansloos, maar hij won. Ali pakte me bij mijn kraag en merkte op: 'Jij was zeker vóór Joe Frazier.' Hij had een groot gevoel voor humor.'

Verenigde Staten, Los Angeles, 7-12-1985. Muhammad Ali staat op zijn mobilehome bij zijn mansion op Willshire Boulevard, Los Angeles. Het is vroeg in de ochtend. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Het gevecht tussen Ali en Spinks in 1978. Beeld Reuters

1978

'Ik zat op de School voor Journalistiek in Utrecht, met het doel om fotograaf te worden. In september bokste Ali in New Orleans tegen Leon Spinks, om de wereldtitel. Spinks had eerder dat jaar van hem gewonnen. Ik had al mijn spaarcentjes bijeen geschraapt om tien dagen naar Amerika te gaan. Het was een slecht gevecht, in de Superdome. Ali won op punten. Ik zat 100 meter van de ring en zag het circus rond het boksen, de magie rond een wereldkampioen. Er waren pooiers, hoeren, schrijvers, juristen, politici, muzikanten, tv-sterren.

'Ali herkende me en liet me toe. Ik mocht bij hem thuis in Chicago komen, in de South Side, het zwarte deel. Die wijk leek op een gebombardeerde stad. Ik liep van mijn hotel naar zijn huis, een half uur lang. Het was een graad of dertig, je waande je in Afrika. Mensen verbaasden zich over dat schriele, blanke mannetje dat daar liep.

'De anekdotes van scènes die zich in zijn huis afspeelden, zal ik nooit vergeten. Een hele groep mannen keek in de huisbioscoop naar het gevecht met Spinks, uitgezonden door ABC. Ali had een band met de opname gekregen. De beroemde sportverslaggever Howard Cosell zei dat het gevecht niet veel voorstelde, tot woede van Ali. Op de band stond, na de beelden van het gevecht, de pornofilm Deep Throat, met zijn beroemde pijpscènes. Ali commentarieerde dat 'witten' smerig zijn en deed snel de deur dicht toen Veronica wilde binnenkomen.

'Iedereen was verzameld in de hal. Ali zat op de trap met een rol 100 dollarbiljetten. Hij vroeg aan zijn vrienden, om de beurt: waar ga jij heen? Ohio. En dan gaf hij twee briefjes, 100 dollar. Hij dacht en leefde in zijn eigen wereld. Hij was een doener. De ene keer gaf hij niet thuis, dan praatte hij intensief met me, reflecterend. Dan vroeg hij me: wat vind jij van Amerika? Dan zei ik dat het net leek of mijn hoofd openbarstte, dat de lucht veel hoger leek en alles zo groot was. Dat er geen beperkingen waren die je voelde in Europa.

'Ali was dé Amerikaan. Hij was ontzettend trots, ondanks alles. Later, in Los Angeles, scheen altijd de zon. Daaraan had hij een hekel. Hij hield van de vier jaargetijden. Je zag later ook zijn angst voor het zwarte gat, voor de periode dat hij geen bokser meer zou zijn.'

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

1979

'Duitsland, een deceptie. Mijn vrouw Mabel was zwanger, ik had geen hotel, niks. Ali bokste voor een reclamecampagne een paar ronden tegen de Duitser Butzbach. Hij oogde ongeïnspireerd en zag er slecht uit. Hij had zichtbaar moeite met het aanstaande einde van zijn loopbaan. 'Hey, my greatest fan from Holland', zei hij tegen me.

1980

'Ali was met zijn vrouw verhuisd naar Los Angeles. In 1980 bokste hij in Las Vegas tegen Larry Holmes, van wie hij een pak slag kreeg. Ik was fotograaf in wording en kreeg van Nieuwe Revu een voorschot van 1000 gulden om het gevecht vast te leggen. Ali was bang voor de aftakeling, zoals hij die had gezien bij Joe Louis. Volgens mij had hij al de eerste symptomen van de ziekte van Parkinson, wat hijzelf altijd heeft ontkend. Hij was op gewicht, maar hij was een leeg omhulsel.

'Ik was vroeg opgestaan en wachtte hem op bij Caesars Palace. 'Waarom vecht je nog?', vroeg ik hem. 'I need the money', zei hij. Na afloop lag hij op een bed, als een mummie. Hij zei tegen me: als ik ooit in de goot beland, help je me dan? Met de Greyhound reden we naar Los Angeles. Hij zat aan het stuur. Diep in de nacht kwamen we aan bij zo'n afgesloten gemeenschap. We mochten niet te veel lawaai maken, want dan dacht de buurt dat er inbrekers waren. Het verhaal van de bokser Ali was over en uit. Hij had tien ronden klappen gekregen.'

Muhammad Ali kijkt angstig naar Larry Holmes in de negende ronde. Het gevecht zou een ronde later gestopt worden, Ali kreeg een pak slaag van zijn voormalige sparringpartner. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

1981

'Ali was 39 en maakte weer een rentree, voor het geld, tegen Trevor Berbick, een hele sterke gozer. Het gevecht was op de Bahamas. John Travolta was er ook. Ik zou en moest hem fotograferen aan de ring. Het waren goede foto's, die nu nog geregeld worden geplaatst. Mooie foto's blijven altijd van waarde. Hij was ontzettend open en toegankelijk. Vriendelijk ook. Hoe gek het ook klinkt, hij wilde anderen nooit pijn doen.'

1983

'Ali had een depressie. Hij was in Neuss, Duitsland, voor iets commercieels. Hij was definitief gestopt en in slechte conditie. Het was een pijnlijke ontmoeting. Het was moeilijk communiceren.'

'Ik heb een formidabele serie foto's gemaakt, met eentje waarop hij bidt.' Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

1985

'Johan Derksen ging voor een verhaal over Wim Suurbier naar Los Angeles. Ik dacht: dan ga ik ook naar Ali. Ik had nog zijn telefoonnummer, maar vermoedde dat het niets zou worden. Hij zei: kom langs, je kunt hier slapen. Het was ongelooflijk. Ik ben vier, vijf dagen bij hem thuis geweest. Dat huis was prachtig. Alleen aan onderhoud kostte het 150 duizend dollar per jaar.

'Ali was doodongelukkig. Ik heb een formidabele serie foto's gemaakt, met eentje waarop hij bidt. Hij zei: laat de wereld maar zien hoe de grootste bokser aller tijden naar de verdommenis gaat. De hele kelder stond vol prullaria, als een soort museum. Hij was aan het verhuizen, door een scheiding. Het was pijnlijk allemaal, tragisch.

'Ali trok ook rond met een mobiel huis. Hij deelde boeken uit, zette handtekeningen en verkondigde de islam. Hij hield van autorijden en hij was op missie. Ik hielp hem verhuizen. We stonden op hem te wachten toen een van die verhuizers zei: als hij komt, doen we net of we jou in elkaar slaan. Eens kijken hoe hij dan reageert. Dat was hun zwarte humor.

'Ik ben in die bus mee geweest naar de zwarte wijk Watts. Ali ging ergens een tot moskee omgebouwde garage binnen, met een vieze, groene vloer. Hij deed zijn schoenen uit en wendde zich tot de imam. Het behoort tot de grootste missers in mijn loopbaan dat ik daar toen geen foto's van heb gemaakt. Ik wist niet zeker of dat mocht. Hij zat ergens aan de zijkant van de zaal. Helemaal relaxt, tegen een muur. Hij sloot zijn ogen. Jongetjes keken naar hem. Het was net Afrika.'

1987

'Ali was bij een gevecht van Mike Tyson in Atlantic City. Hij was moeilijk aanspreekbaar maar vriendelijk. Hij noemde mij iemand uit de `good old times'. Hij lag op bed. Vermoeid en verveeld. De sprankeling was verdwenen. Later heb ik hem nog twee keer proberen te ontmoeten in zijn woonplaats Berrien Springs, in 1993 en 1996, maar dat is niet gelukt.' Dubbelman concludeert:

'Ik kijk nog steeds graag naar oude dvd's van Ali. Hij was een kunstwerk. De living Mozart. Hij was de belichaming van wat een mens kan als hij moedig en sterk is. 'Me' werd bij hem altijd 'we'. De beroemde film heet: When we were kings. Hij was altijd deel van een gemeenschap.'

'In de massa's om hem heen was nooit een chagrijnig gezicht te zien. Waar hij was, lachten mensen. Hij was een bron van levensvreugde, van kracht. Aan hem zie je ook hoe belangrijk de jaren zestig zijn geweest voor de geschiedenis. Afrika en Azië hebben nu nog een decennium als de jaren zestig nodig.

'Met al zijn beperkingen heeft Ali een enorme bijdrage geleverd aan de mensheid. Zijn macht was bijna goddelijk.'

Muhammad Ali en Mike Tyson in 1999. Beeld Reuters
Verenigde Staten, Los Angeles, 10-12-1985. Muhammad Ali ligt comfortabel in zijn mobile home. Hij is op weg naar een party in San Diego die Libanese vrienden die avond geven. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden