Alfa Romeo gaat na afwezigheid van drie decennia de onderlinge strijd weer aan met Ferrari

Vanaf volgend seizoen kunnen Formule 1-fans zich weer verheugen op duels tussen de Italiaanse trots.

De Ferrari F2008 F-1 van Valentino Rossi. Foto EPA

Enzo Ferrari had één grote drijfveer toen hij in 1950 besloot met zijn automerk deel te nemen aan de Formule 1: hij moest en zou het machtige Alfa Romeo verslaan. Zijn voormalige werkgever stond voor de Italiaanse perfectie die hij wilde overtreffen. Toen Ferrari in juli 1951 in Engeland voor het eerst Alfa Romeo versloeg, huilde Enzo volgens de overlevering 'als een baby'.

Woensdag werd bekend dat Alfa Romeo na een afwezigheid van ruim drie decennia terugkeert in de Formule 1. Het merk wordt titelsponsor van het Sauber-team, waarmee het op 'strategisch, commercieel en technologisch' vlak gaat samenwerken.

Geldschieter

'Een grote stap in het hervormen van het merk', aldus Sergio Marchionne woensdag, baas van het Fiat/Chrysler-consortium waar zowel Alfa Romeo als Ferrari onder valt.

Alfa Romeo was in de eerste twee jaren van de F1 1 nagenoeg onverslaanbaar met tien zeges in vijftien races. De legendarische coureur Juan Manuel Fangio won in 1951 in een Alfa Romeo zijn eerste van in totaal vijf wereldtitels. Daarna stapte het merk uit de sport omdat de belangrijkste geldschieter van het team, de Italiaanse overheid, weigerde nog geld te steken in het raceproject.

In 1979 keerde Alfa Romeo terug voor zeven teleurstellende seizoenen zonder zeges, waarna het wederom de sport verliet. Om in 2018 voor de derde keer in te stappen.

Max Verstappen

Maar Max Verstappen hoeft niet bang te zijn volgend jaar ingehaald te worden door een Alfa Romeo. Sauber eindigde dit seizoen als laatste in de WK-stand met slechts vijf punten. De rentree van het automerk is vooral goed nieuws voor de toekomst van de Formule 1. De komende jaren worden de Alfa Romeo-auto's bij Sauber saillant genoeg nog aangedreven door Ferrari-motoren, maar de verwachting is dat de fabrikant na 2020 - als de motorregels in de F1 op de schop gaan - krachtbronnen gaat maken.

Iets dat de nieuwe Amerikaanse Formule 1-eigenaar Liberty Media toejuicht. Nu bouwen vier fabrikanten (Ferrari, Mercedes, Renault en Honda) krachtbronnen voor tien teams. Het is een belangrijke oorzaak voor de grote verschillen tussen auto's, een kritiekpunt dat de Formule 1 al jaren achtervolgt.

Duur en ingewikkeld

De huidige motoren worden als te duur en ingewikkeld gezien, waardoor fabrikanten huiverig zijn in te stappen. Eind vorige maand presenteerden de Amerikanen een plan voor simpelere, goedkopere en luidruchtigere motoren na 2020. Onder meer Porsche, Lamborghini, Cosworth, Aston Martin en VW in de vorm van Audi voerden al oriënterende gesprekken met de raceklasse.

Met Alfa Romeo is er alvast een grote vis gevangen. Het betekent niet dat de F1 nu van alle problemen verlost is. De motorenvoorstellen werden met name door Mercedes en Ferrari - de teams met momenteel de beste krachtbronnen - niet enthousiast ontvangen.

Ferrari, het enige team dat aan alle 71 Formule 1-seizoenen deelnam, dreigde zelfs met een vertrek. Het is de eerste en misschien wel grootste test voor de Amerikaanse eigenaren: oude liefdes als Alfa Romeo terugveroveren zonder de huidige partners af te stoten.

Meer over