NieuwsVolleybal

Alberda werkt aan noodplan voor topvolleybalsters met het oog op het WK van 2022 in eigen land

In september 2022 begint het WK volleybal in Nederland. Het lijkt een prachtig podium voor de nationale vrouwenploeg. Maar is dat nog wel zo? Of heeft de ploeg de beste tijd gehad en komt het voorlopig niet meer goed?

Lonneke sloetjes maakt haar rentree na haar blessure.Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Er is een noodplan bedacht in het Nederlandse vrouwenvolleybal. Er moet, 103 weken voor het WK volleybal in eigen land, iets gebeuren en snel ook, zegt technisch directeur Joop Alberda. Clubcoaches Vera Koenen en Jan Berendsen hebben dat beaamd, in de groepsapp die het drietal voortdurend met elkaar in contact houdt. Want er staan belangwekkende zaken te gebeuren.

In september 2022 begint het WK volleybal. In Nederland. Met een Nederlandse vrouwenteam dat dan ‘top’ behoort te presteren en de stadions, het liefst tot en met de finale in de Gelredome, dient vol te krijgen. Daar lijkt iets mis te gaan in de planning vol optimisme die Nederland, samen met Polen, dat toernooi in de schoot deed werpen.

De nationale vrouwenploeg, de nummer vier van de Olympische Spelen van 2016 en van het WK 2018, is de beste tijd voorbij. Vorig seizoen werd bij twee kansen, de olympische kwalificatietoernooien op Sicilië en in Apeldoorn, de olympische kwalificatie gemist. Bondscoach Jamie Morrison werd ontslagen en de ploeg speelde een waardeloos Europees kampioenschap.

Oververmoeid

De grootste klap moest toen nog komen. De twee hoofdaanvalsters van Nederland, de vrouwen op de diagonaalpositie, wereldster Lonneke Slöetjes en haar eerste vervanger Celeste Plak, namen deze zomer, oververmoeid en op zichzelf teruggeworpen door de coronacrisis, een sabbatical. Eerste spelverdeelster Laura Dijkema is haar beste jaren voorbij en de enige echte leider van het team, Maret Grothues, is, deels door haar leeftijd van 32 jaar, uit de basis verdwenen.

En moet daarom er een verkorte weg komen, een afsnijroute, om talent door te laten stromen. Alberda, een man die altijd denkt in mogelijkheden en ‘het onbeperkte’, meent dat ’t kan. De technisch directeur heeft per direct een winterprogramma ingericht voor Nederlandse speelsters die bij hun eredivisieclub te weinig training genieten en in wie hij potentie ziet.

Vera Koenen noemt er één: Fleur Savelkoel van haar kampioensploeg Sliedrecht Sport. Een jumper, in de ogen van Koenen ‘de beste speelster van de eredivisie’, iemand die in de zomerschool op Papendal niet uit de toon viel tussen de toen werkloze grootheden van de nationale A-ploeg, maar voor het mooie werk eigenlijk te oud is: 25.

Volgend programma

Alberda werkt echter toe naar een volgend programma. In mei van het volgende jaar wil hij speelsters bijeen brengen die achttien maanden, ‘zo mogelijk intern’, zouden moeten toewerken naar het WK in Nederland. ‘Klaarmaken voor een internationale carrière’, heet dat. De financiën zouden moeten komen uit het topsportstipendium dat door de volleybalbond Nevobo de voorbije jaren nooit werd aangesproken. Alle A-internationals verdienden het jaarsalaris over de grens. Nederland zat voor een dubbeltje eerste rang.

Alberda denkt bij de vorming van zijn WK-talentenpool aan de leeftijdscategorie 18 tot 22 jaar. Hij rekent erop dat er ‘meer dan één, mogelijk drie, vier of vijf’ meisjes uit voortkomen die in de selectie van 14 voor de wereldtitelstrijd kunnen plaatsnemen. ‘Het kan. Heus. Ik ken er die er in achttien maanden kwamen. En er zijn meisjes beschikbaar’, aldus de Nevobo-directeur die het adagium aanhangt van ‘niets doen is geen optie’.

Hij komt voor het bewijs van zijn stelling van de stoomcursus ‘internationaal’ aanzetten met de namen van Riëtte Fledderus, Ingrid Visser en Elles Leferink. Zij stroomden in 1995, 17 en 18 jaar oud, zo door van een groot juniorentoernooi naar de overwinning in de Europese titelstrijd in Arnhem met de A-ploeg.

Noodplan

De oeropleider Jan Berendsen, ook na zijn pensioen coach van het Twentse Eurosped, zegt het plan van Alberda een prima plan te vinden, ‘maar wel een noodplan’. ‘Er is jaren niks gedaan. De nood is hoog. En dan maakt de kat een sprong. Ik ben het eens met het plan van Joop, maar ik heb wel een trieste mededeling. Ik zie geen enkele speelster die over anderhalf jaar plots kan aansluiten bij de WK-selectie.’

Berendsen (68) is een man met recht van spreken. Hij was in het verleden coach van de Jong Oranje-ploeg die zeven internationals voortbracht: van Lonneke Slöetjes tot Robin de Kruijf. Hij rekent die twee tot het hoogste niveau. Voor dat niveau ziet hij slechts Nika Daalderop als mogelijke opvolger. Het is de route via Italië en Turkije die zulk gerijpt talent voor de absolute wereldtop kan voortbrengen. Er is geen andere weg.

Berendsen, in de analyse van een WK-ploeg met kansen: ‘Die moet drie wereldtoppers hebben. Wij hadden er vaak twee, maar het ontbrak ons in al die jaren aan een spelverdeelster van wereldniveau. Ik kan er niet één noemen uit al die jaren.’

Hij noemt voor het noodplan een naam van een spelverdeler, met wie Alberda iets zou moeten kunnen: Nynke Oud. ‘Atletisch meisje. In Duitsland geweest, nu in Frankrijk waar de competitie sterk wordt. Ja, al 26. Dat vinden vrouwen tegenwoordig oud. Zo iemand zou Alberda bij die 18 tot 22 jaar-ploeg moeten halen. Zij is een leider. Speelt in een team met tien nationaliteiten. Dan kun je wel wat.’

Vera Koenen, coach van Sliedrecht Sport, kijkt naar jongere categorieën voor het plan-Alberda. Ze heeft het over Elles Dambrink van Capelle die naar Sliedrecht wilde, er zelfs de havo aan wilde geven. ‘Dat hebben wij tegengehouden. Eerst die school. Sliedrecht wacht wel.’ Koenen spreekt lovend van Dagmar Mourits, 16 jaar. ‘Jong Oranje, passer-loper. Al 1 meter 92. Daar gaan we nog heel veel van horen later.’

Verhalen

Berendsen kent die verhalen. Voor je het weet zit er een Italiaanse spelersmakelaar op de tribune. ‘Mensenhandelaar of slavenhandelaar’, noemt hij ze. ‘Een meisje van 17, ik noem haar naam niet maar het grootste talent dat we in Nederland hebben, wordt door zo’n agent benaderd en er wordt met de ouders een overeenkomst getekend. Echt te belachelijk voor woorden.’

In die sfeer bestaat er in Nederland een Volleybal Academie onder leiding van de gelouterde coach Avital Selinger. Er is twijfel bij de clubcoaches over de opbrengst van die academie, waar volgens Alberda door de jaren heen een ton per speelster in wordt geïnvesteerd. Koenen is kritisch: ‘Wat leer je nou met alleen meiden van 16, 17 en 18 in de zaal? Niemand zegt wat als er één verzaakt. Er vloeit nooit bloed. Met een volwassen speelster in het veld, dan krijg je wat ik meemaakte in mijn jeugd. Dat Brunninkhuis en Piersma mij stijf tetterden. Daar leer je van.’

Bij alle verkorte routes om de nationale ploeg weer op krachten te krijgen past namens Joop Alberda een algemeen excuus aan Lonneke Slöetjes, de vrouw die de voorbije jaren in grote trouw de ene na de andere bal van haar handen liet spetteren. ‘Haar loyaliteit aan het Nederlands team was zo groot, haar perfectionisme zo buitengewoon, daar is nooit controle op geweest. Meiden als Lonneke waren door de veeleisende speelkalender nooit thuis. Dat doen we niet goed, stel ik vast. Daar hadden we beter op moeten anticiperen. Lonneke is klaar, zegt ze, en opeens zitten we zonder diagonaalaanvaller.’

De hoop: ‘Dat zij toch nog herstelt. Neem alle tijd, heb ik Lonneke gezegd. Wij zetten een speciaal traject voor haar uit. Maar niets moet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden