Wielrennen Tour de France

Al 34 jaar lang hunkeren de Franse naar een winnaar van Franse bodem. Nu is er hoop in de Gallische harten

34 jaar lang hing de gele trui niet om de schouders van een Fransman in Parijs. Maar het land hoopt weer, nu Julian Alaphilippe na de tijdrit nog steeds stevig aan de leiding van het klassement rijdt.

Julian Alaphilippe na de finish van zijn tijdrit in Pau. Beeld Getty Images

‘Allez Julian!’ Zodra de gele helm van Alaphilippe om de bocht verschijnt, schalt een luid gejuich over het Place Gramont in Pau. Tientallen toeschouwers hebben zich achter de dranghekken aan het tijdritparcours verzameld om de renners tijdens het warmrijden aan te moedigen. Iedere passerende coureur wordt met applaus en bemoedigende kreten begeleid, maar echt enthousiast wordt het publiek in Pau pas als de Franse favorieten langsrijden. ‘Allez Thibaut!’, klinkt het niet veel later als Pinot passeert.

Alaphilippe en Pinot behoren tot een select gezelschap van Franse wielrenners die door hun landgenoten langs het parcours steevast bij hun voornaam worden genoemd. Samen met Romain Bardet vormen ze de voorhoede van het hedendaagse Franse wielrennen. Maar hoewel Alaphilippe al negen dagen de trotse drager van de gele trui is, en Pinot en Bardet normaliter tot de beste klimmers van het peloton mogen worden gerekend, is de kans dat een van hen het geel naar Parijs weet te brengen uiterst klein.

Laurent Fignon won de Tour twee keer.

Bardet werd er op de eerste de beste aankomst bergop afgereden, nadat zijn ploeg eerder al een rampzalige ploegentijdrit reed. Pinot verkeert in betere vorm, maar kreeg maandag na een moment van onoplettendheid in een waaierrit ruim anderhalve minuut aan zijn broek. En Alaphilippe verklaarde zelf dat hij erop rekent de gele trui tijdens de zware bergetappes kwijt te zullen raken. Zo verloopt deze Tour, waarvan het parcours op voorhand op het lijf van de Franse favorieten leek te zijn geschreven, op een manier waar onderhand eigenlijk niemand meer van opkijkt: als puntje bij paaltje komt, leggen de Franse ronderenners het af tegen hun concurrenten uit het buitenland.

Al 34 jaar wacht Frankrijk op een Franse tourwinnaar. Sinds Bernard Hinault in 1985 voor de vijfde keer in zijn carrière het geel naar de Champs-Élysées wist te brengen, staan de Fransen droog. Voor die tijd regende het Franse winnaars. Naast Hinault wonnen Bernard Thevenet en Laurent Fignon de ronde meermaals in de jaren zeventig en tachtig. Maar onderhand dateren de eerste alarmerende artikelen in de Franse sportkranten - ‘Waarom winnen we niet meer?’ - al van decennia geleden.

Bernard Thévenet won de Tour twee keer. Beeld .

De Tour mag dan een door het buitenlandse coureurs gedomineerd feest zijn geworden, het is nog altijd een feest, zegt wielerfan Nicolas Roger, die met een hoed in de Franse driekleur op zijn hoofd aan het parcours staat. ‘Het is zonde dat Pinot zoveel tijd had verloren. Hij is in vorm. Maar na deze tijdrit wordt het erg lastig.’

Terwijl oudere generaties Fransen stuk voor stuk opgroeiden met hun ‘eigen’ Tourwinnaars, kennen steeds meer Franse wielerliefhebbers zegevierende landgenoten alleen van verhalen en archiefbeelden. De 35-jarige Roger bijvoorbeeld; toen Hinault als laatste Fransman de Tour won, was hij 1. Maar Roger kan ook best genieten van wielerprestaties van buitenlanders - zijn favoriete coureur is de Colombiaan Nairo Quintana. ‘Maar als het tussen hem en Pinot gaat, ben ik voor Pinot. Een landgenoot voelt toch dichterbij.’

Het is niet helemaal eerlijk om de Tour de France van tegenwoordig te vergelijken met die van de jaren zeventig of tachtig, vindt oud-wielrenner Thomas Voeckler, die tegenwoordig achter op de motor commentaar geeft voor de Franse televisie. ‘Het peloton is een stuk internationaler geworden, er deden vroeger simpelweg veel meer Fransen mee.’ Het moet bovendien ook een beetje meezitten. Vette en magere jaren wisselen elkaar af. ‘We hebben nu een aantal renners die in elk geval de potentie hebben om de Tour te winnen’, zegt Voeckler, die onlangs werd aangesteld als bondscoach.

Volgens Voeckler is de druk voor Franse renners tijdens de Tour groter dan voor niet-Fransen. ‘Het hele land snakt naar een Fransman in het geel in Parijs. Dat is niet niks, daar moeten renners mentaal mee zien om te gaan.’

Hoe groot de Franse hunkering naar het geel is, ondervond Voeckler aan den lijve tijdens de Tour van 2004. Als bestgeklasseerde renner van een kopgroep die met maar liefst twaalf minuten voorsprong op het peloton bij de meet aankwam, mocht de tot dan toe relatief onbekende coureur de gele trui aantrekken, om hem pas tien etappes later aan Lance Armstrong te moeten laten. Hij was op slag een bekende Fransman. ‘Ik heb twee levens gehad: eentje voor de gele trui, en een erna’, zegt Voeckler terwijl hij vlak voor de start zijn motorpak aantrekt.

Toch was Frankrijk de afgelopen jaren een aantal keer dicht bij de eindzege. In 2014 werd Pinot derde, in 2016 was het Bardet die tweede werd. Maar vraag Raymond Poulidor - de 83-jarige ex-coureur die nooit het geel droeg, wel drie keer tweede werd en als levende legende in het Tourcircus rondloopt - naar de grootste Franse kanshebbers om de Tour in de nabije toekomst te winnen, en hij noemt Alaphilippe. ‘Hij zou hem zelfs dit jaar kunnen winnen, al zegt hij zelf van niet. Volgens mij kent hij zijn eigen krachten niet.’

‘Talent is er genoeg’, zegt Poulidor. ‘Kijk maar naar David Gaudu, die heel goed klimt, en Warren Barguil, die nog altijd maar 27 is.’ Maar ze moeten volgens ‘Poupou’ wel een beetje opschieten. ‘De grootste bedreiging voor een Franse Tourzege komt uit Colombia. Egan Bernal is 22, en zou nu al kunnen winnen. Met een beetje pech gaat hij ons jarenlang van de zege afhouden.’

Bernard Hinault won de Tour vijf keer.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden