InterviewErik ten Hag

Ajax-trainer Erik ten Hag: ‘Iedereen kan in brand staan, maar nooit de trainer’

Beeld Malou van Breevoort

Erik ten Hag schaarde zich in 2019 tussen de beste trainers van de wereld. Alle twijfels zijn overwonnen.

Als de Braziliaan Lucas Moura van Tottenham Hotspur in de Johan Cruijff Arena op 8 mei voor de derde maal heeft gescoord, in de slotseconde van de wedstrijd, werpt Ajax-trainer Erik ten Hag (49) een blik op zijn spelers. Hij staat rechtop. Zij liggen op de grond, verdoofd en gebroken. Een droom is voorbij.

U maakte een nederlaag mee die voor veel supporters traumatisch is geweest: de uitschakeling door Tottenham Hotspur in de halve finale van de Champions League, in de laatste seconde. Wat was uw eerste gedachte?

‘Zondag FC Utrecht. Die wedstrijd moeten we winnen, want we willen kampioen worden.’

Dat meent u niet. Zondag FC Utrecht. Was dat uw eerste gedachte?

‘Ja, ik was eigenlijk heel nuchter. Ik heb eerst naar de spelers gekeken op het veld, naar hun emoties. Als je speelt, is het gevoel anders dan wanneer je langs de kant staat. Ik zag de reacties op de tribune. De ongelooflijke teleurstelling. Maar tien seconden later begon het hele stadion te klappen. Dat heb ik direct aangegrepen in de kleedkamer.

‘Hebben jullie het gehoord? Ik zei tegen de spelers dat ze deze teleurstelling niet in één dag konden wegstoppen. ‘Sluit het af, op jullie eigen manier. Maar let op: zondag mogen jullie hiervan geen last meer hebben. Zondag spelen we tegen FC Utrecht. We moeten winnen, we moeten kampioen worden.’ Ik was gelijk met mijn gedachten bij FC Utrecht. Ik heb me aangeleerd geen aandacht te besteden aan iets wat ik niet meer kan beïnvloeden.’

Hoe was de nacht?

‘Er is geen nacht na een wedstrijd waarin ik lekker slaap. En zeker die nacht niet. Ik vond het voor die spelers zo vreselijk. Vreselijker dan voor mezelf. Zij waren zo dichtbij. Zij hadden het verdiend.’

Op een filmpje in zijn telefoon toont hij later een ander uiterste. Te zien is hoe een kleine menigte in een café in Oldenzaal danst en host. Het café ligt tegenover zijn huis. Hij wijst naar een vriend wiens hoofd oprijst uit de deinende menigte. Het is carnaval en zijn vriend is de secretaris van de prins, de adjudant. Ten Hag, enthousiast: ‘Kijk, dáár is hij, met die veer op zijn hoed, in het midden.’

Hij kreeg het filmpje toegestuurd op 5 maart, de dag van Real Madrid - Ajax (1-4), het Amsterdamse meesterwerk in de Champions League. ‘Ik werd wakker met een glimlach en dacht: het is een fantastisch feest geweest. En wij moeten vanavond ons eigen feestje maken.’

Dat lukte. Uitbundige vreugde en intens verdriet gingen in het tweede seizoen van Ten Hag als trainer van Ajax hand in hand. De vreugde overwon. Ajax werd in 2019 landskampioen, voor de eerste maal sinds 2014. De nationale beker werd gewonnen en Ajax was bijna finalist in de Champions League. Vooral dankzij de spectaculaire – en voor de supporters zenuwslopende – opmars in dat toernooi trad hij toe tot het smaldeel Europese toptrainers.

De kritiek die hem had getroffen in zijn eerste seizoen bij Ajax, vooral van De Telegraaf en voetbalanalist Johan Derksen, verstomde. Zijn vakmanschap werd uitgebreid geroemd. Ten Hag triomfeerde zelf ook, maar betrok de successen nooit op zichzelf.

Inmiddels behoort hij tot de grote trainers van Europa. Onlangs in Nyon maakte hij op invitatie deel uit van een werkgroep van de Europese voetbalbond UEFA, met onder anderen Klopp (Liverpool), Ancelotti (Napoli), Guardiola (Manchester City) en Tuchel (PSG) – de Champions League van de trainers.

Is het een triomf op het leger aan voormalige critici dat u inmiddels tot dat elitegezelschap behoort?

‘Zo denk ik niet. Natuurlijk, de uitnodiging is eervol. Je voelt je verplicht te gaan, maar ik ga ook om iets op te steken. Nee, ik ben geen man van decors. Het is vooral leerzaam om met topcoaches als Jürgen Klopp of Thomas Tuchel over voetbal te praten. Ik heb drie kwartier met Tuchel gesproken. Dan eten we lekker, met uitzicht op het Meer van Genève. Nee, ze vertellen niet tot in detail hoe zij het doen, maar er zit waardevolle informatie bij. Ze zijn best openhartig. Ze zijn ook nieuwsgierig naar Ajax. Over de speelwijze, al die talenten, hun doorbraak.’

Beeld Malou van Breevoort

Een jaar lang lag u onder vuur. Nogmaals: is het een overwinning dat u hier alle weerstand hebt overwonnen, al die twijfel voor uw komst? Zo van: de stugge Tukker die niet praat als Amsterdammer, wat moeten we met zo’n man?

‘Is dat mijn tekortkoming of hun tekortkoming? Ik ben nooit bezig geweest met vooroordelen. Ik probeer alleen mijn elftal zo goed mogelijk te laten spelen. Daar zit een gedachte achter. Daarvoor heb je middelen. Met de staf proberen we mensen positief te beïnvloeden, zodat iedereen dezelfde kant opgaat. Dat heeft te maken met het aangeven van richting, het leiden van processen. Het aansturen van mensen.’

Twee jaar geleden werd Erik ten Hag trainer van Ajax. Hoogst zelden sprak hij over zijn eigen rol of over zichzelf; over zijn gezin bijvoorbeeld, of zijn jeugd in de wijk De Veldmaat in Haaksbergen-Noord.

De dag van het gesprek is zijn vrije dag. Hij heeft een rode vlek op het zelf geschoren, kale hoofd. Gestoten bij het instappen in de auto. Zijn baard laat hij geregeld bijwerken door de Turkse kapper. Ten Hag is voor de gelegenheid in zijn appartement blijven slapen, boven een winkelcentrum in Buitenveldert, en heeft de dag doorgebracht met een combinatie van werken en ontspanning.

Hij golft graag. ‘Ik ben autodidact. Nooit les gehad. Golf is strijd met jezelf. Het is de gemeenschappelijke hobby van een vriend en mij. Als ik het voetbal meeneem op de golfbaan, wordt het golfen niks. Ik bel dan ook niet meer, want dan neem je zo’n gesprek mee de golfbaan op. Verder gaat het voetbal altijd door. Altijd.’

Voetbal is zijn leven, het is nooit anders geweest. ‘Voetbal, voetbal, voetbal. We houden het al dik veertig jaar vol’, schreef een jeugdvriend, sportjournalist Leon ten Voorde, in Tubantia over Ten Hag.

‘Ik was gek van de bal, met een aantal vriendjes in Haaksbergen. Wij waren gek van alle sporten. Als de Tour de France was, deden we Tour de France. Als Wimbledon was, deden we Wimbledon na. We hadden ons voetbalteam van de buurt. Voetballen tegen andere buurten. Meedogenloos. Bikkelhard. We gingen ook zogenaamd op trainingskamp. Stonden we in het weiland, bij de boerderij van mijn opa.’

Zijn vader was er geen voorstander van dat hij profvoetballer werd. Hennie ten Hag zag zijn zoon liever toetreden tot het succesvolle familiebedrijf: makelaardij en verzekeringen. ‘De verdiensten in het voetbal waren ook totaal anders. Toen ik bij Twente bij het eerste elftal kwam, moest je vechten om bij de selectie van zestien spelers voor de wedstrijdselectie te komen. Pas dan deelde je mee in de premies.

‘Ik weet de cijfers niet meer precies, maar als je tussen 9 en 18 stond in de eredivisie, kregen we 300 gulden per punt. Tussen 5 en 8 werd het 750. En bij de eerste 4 had je 1000 of 1100 gulden per punt. Dat was interessant. Als we dan twee keer wonnen, verdiende ik meer dan mijn salaris. Bij Twente begon ik met een jeugdcontract voor 3.000 gulden per jaar. Toen was ik 16 of 17.

‘Ik speelde met mannen met gezinnen met kinderen. Het ging om de poen. Ik woonde nog thuis, zonder hypotheek. Het was een harde wereld. Ik leerde ook nog. De meao heb ik afgemaakt, maar op de heao scheurde ik mijn kruisbanden. Het herstel kostte zoveel energie dat studeren op een lager pitje kwam te staan. Ik moest en zou slagen als voetballer. Mijn vader stond daar niet achter.’

De situatie van destijds verschilt totaal met die van zijn eigen zoon. Die stopte tijdelijk met voetbal, maar is weer begonnen. Als liefhebber.

‘Hij speelt bij Quick ’20 in een vriendenteam. Ik ben dit seizoen twee keer wezen kijken. Dat moet je met een glimlach doen. Ze doen hun best. Ze bewegen. Tot op een bepaalde manier nemen ze het serieus. De avond tevoren gaan ze bier drinken. En daarna ook.’

Heeft u dat nooit gedaan na voetbalwedstrijden?

‘Bier drinken? Zeker. De spelers van nu zijn veel professioneler dan toen. Wij gingen het café in na de wedstrijd, ook met een vriendengroep. Nee, alleen na wedstrijden. Dat waren feesten. Eerst in het spelershome in Stadion Het Diekman. Daarna de stad in.

‘Wij speelden één keer in de week. Het Ajax van nu voetbalt om de drie dagen. Vorig seizoen hebben wij zestig wedstrijden gespeeld, en sommigen doen alles mee. Natuurlijk, ze worden veel beter getraind nu en we weten meer. Krachttraining? Nooit van gehoord vroeger. We drukten ons een keer op en deden weleens een buikspieroefening. Mentale begeleiding; nooit gehad. Video, een diëtist, daarvan was geen sprake.’

Was uw vader uiteindelijk trots, toen het was gelukt om prof te worden?

‘Nee, nee. Pas een jaar of twee geleden zei hij: misschien is het toch de goede weg geweest die je hebt gekozen. Het is ook niet meer zo makkelijk, in makelaarsland. Mijn broers zitten allebei in het bedrijf, dat 45, 46 jaar bestaat.

‘En als je het voetbal afpelt, is het 22 man op het veld met een bal. Er zijn ook mensen die denken: stelletje idioten. Wij weten dat het veel meer is dan dat. Voetbal is een complexe sport. Tactisch, technisch, fysiek, mentaal. Als je dat ontleedt, kom je op zo veel elementen. Zo veel processen waarin je sturing moet geven. Wij nemen soms 1001 beslissingen per dag.’

Beeld Malou van Breevoort

Op uw trainerskamer bij Ajax hangen foto’s van Michels, Cruijff en Van Gaal. Waarom hangt uw foto daar niet bij?

‘Zij zijn de mensen die Ajax hebben gemaakt tot wat het is. Zij hebben Ajax op de kaart gezet in de wereld. Michels het professionalisme. Baanbrekend. Cruijff, een fenomeen zowel als trainer als als speler. En Van Gaal, de innovator, won in een moeilijke tijd de Champions League.’

U heeft Ajax opnieuw op de kaart gezet. Er zijn mensen die zeggen dat het bereiken van de halve finale tegenwoordig een grotere prestatie is dan winnen vroeger.

‘Dat klopt allemaal. Maar het feit is dat we de cup met de grote oren niet hebben gewonnen. We hadden de Champions League moeten winnen. Maar dat deden we niet.’

Zijn bestaan als trainer van Ajax is soms eenzaam, met een kleine kring van vertrouwelingen. ‘Uiteindelijk merk je dat veel mensen toch vooral met zichzelf bezig zijn. Ik ga ze niet tellen, maar ik heb vijf, zes echte vrienden. Jongens met wie ik veelal in mijn jeugd voetbalde. Eentje woont in Eindhoven. Heb ik elke week contact mee. Loyaliteit is belangrijk in vriendschap.

‘Onderweg raak je weleens teleurgesteld in mensen, wat niet wil zeggen dat je het contact helemaal afkapt. Op spannende momenten vertrouw je op de mensen die je volledig kunt vertrouwen. De kring wordt onderweg iets groter. In Oldenzaal ben ik nog dezelfde als vroeger. Een belangrijke waarde in Twente is: doe maar normaal, dat is gek genoeg.’

U laat Ajax op een bepaalde manier voetballen. Het oog wil ook wat. Is dat belangrijk voor u?

‘Het Nederlands voetbal staat voor avontuur, voor dominant en attractief spel. Ik geniet als het lukt zoals we het bedacht hadden. Wij geven ruimte aan creatieve geesten. Zij gaan hun gang. Ikzelf was een zes op het veld (een defensieve middenvelder, red.). Dat zijn later vaak trainers. Ancelotti. Guardiola is de bekendste. Dick Advocaat. Van Gaal ook.’

En u was eigenwijs.

‘Ach, dat is een stempel dat mensen op je drukken. Wat is eigenwijs? Eigenwijs is ook wijs. Als leider van het proces moet je consistent zijn. Ik geef richting aan, maar met flexibiliteit. Openstaan voor andere meningen hoort in je bagage te zitten. Als je met alle winden meewaait, ben je reddeloos verloren. Zeker in Amsterdam. Maar ik denk bij elke club.’

Wat geeft u als trainer de meeste voldoening?

‘Dat er een team staat, dat ze met elkaar bezig zijn, dat ze met elkaar plezier hebben en de problemen te lijf gaan. Dat ze elkaar versterken. Elkaar helpen als het moeilijk is.’

Dat klinkt mooi. Maar voor sommigen is voetbal gewoon elf tegen elf met een bal. Hoe is dat thuis in Oldenzaal? Bent u daar ook de grote trainer van Ajax?

‘Mijn vrouw heeft niets met voetbal. Ze volgt ons. Ze komt soms kijken, maar ze staat er niet om te springen. Ze weet dat het mijn humeur beïnvloedt. Verder maakt het voor haar niet uit of ik win of verlies. Ik heb haar zelf gekozen en ben heel gelukkig met haar. Maar het is voor haar en de kinderen ook weleens vervelend. Het gaat altijd over Ajax. Het gaat dus altijd over mij, nooit over haar. Dat is soms knap irritant als je de vrouw van bent, of het kind van.’

Bij het ontbijt praat u niet over Ajax?

‘Niet als ze er niet specifiek om vraagt. Ze volgt het wel, en zij zit op sociale media. Ze wijst me weleens op iets, of vraagt me naar zaken die zijn voorgevallen. Ze leeft mee. Ze weet echt wel wanneer we spelen en hoe het is afgelopen. Nee, ik zit niet op sociale media, omdat ik me niet wil laten beïnvloeden. Ik filter de media.’

En zij filtert de sociale media voor u?

‘Zoals ik al zei: we hebben een goede samenwerking.’

U sprak eens over de afzeikcultuur in Nederland. Voor uw vrouw en kinderen moest het onaangenaam zijn om te lezen hoe u werd aangevallen.

‘Dat is een nare bijkomstigheid. Die automatismen zul je moeten aanvaarden. Mensen worden steeds extremer in hun uitingen. Op sociale media, maar ook in normale media. Je moet scoren om gehoord te worden, om brood te verdienen.

‘Ik houd liever voor mezelf wat dat met me doet. Mijn vrouw kan die polarisering goed relativeren, voor kinderen is de manier waarop moeilijk te plaatsen. In zijn algemeenheid zeg ik: professionele media kijken met kritische blik en doen verslag. Dan kunnen ze er weleens naast zitten, maar dat gebeurt dan uit professionaliteit. Andere media zijn soms vals, hebben alleen oog voor eigen belang, moeten scoren.’

U wint, maar van triomfalisme is niets te ontdekken.

‘Nee. Ik sla mezelf niet op de borst. Ik ben er alleen om het elftal beter te laten spelen. De invloed van media op de kleedkamer probeer ik zo veel mogelijk buiten de deur te houden, door naar eer en geweten mijn werk te doen. Als de band sterk is, weten spelers en trainers dat veel van het geschrevene klinkklare nonsens is. Mijn spelers halen hun schouders op over bepaalde zaken. Niet alleen over wat ze over mij zeggen en schrijven, nee, in zijn algemeenheid. Zij nemen bepaalde journalisten en analisten totaal niet serieus. De ene keer gaat het over een speler, dan over de scheidsrechter, dan weer over de directeur. En heel vaak over de trainer. En die moet onverstoorbaar zijn.’

CV

2 februari 1970 Geboren in Haaksbergen

1989-2002 Speler van De Graafschap, FC Twente, RKC, FC Utrecht en weer FC Twente

2002-2008 Hoofd opleidingen FC Twente/Heracles

2009-2012 Assistent-trainer PSV

2012-2013 Trainer Go Ahead

2013-2015 Trainer beloften Bayern München

2015-2017 Trainer FC Utrecht

2016 Rinus Michels Award, prijs voor de beste trainer van de eredivisie

2018 Trainer Ajax

2019 Wint nationale beker en landstitel met Ajax; halve finale Champions League

2019 Nominatie verkiezing wereldvoetbalbond FIFA trainer van het jaar

2019 Rinus Michels Award

Erik ten Hag is getrouwd en heeft twee dochters en een zoon.

Het Volkskrant Magazine blikt terug op dit jaar aan de hand van tien interviews; tien persoonlijke portretten van iemand voor wie 2019 echt zijn of haar jaar was. 

Ladies Night-host Merel Westrik – ‘Ik vind het zo’n bullshit om te doen alsof carrière een geplaveid pad is vol rozenblaadjes’

Trumps ex-woordvoerder Anthony Scaramucci – ‘Ik nam de vooroordelen van mijn omgeving over. Daar schaam ik me voor’

Atleet Sifan Hassan – ‘De pijn zat in mijn hoofd. Ik liep alle boosheid eruit’ 

Strafrechter Frank Wieland – ‘Ik ben er altijd op bedacht dat ik een klap voor mijn harses kan krijgen’

Keepster Sari van Veenendaal  – ‘Mijn moeder vindt dat hele voetbal eigenlijk maar niks’

Schrijfster Manon Uphoff – ‘Het is hárd werken om een persoon te worden die niet ten diepste denkt dat ze alleen maar chaos verdient’

D66-voorman Rob Jetten – ‘Een jonge politicus loopt het risico dat fouten worden uitvergroot en dat hij vroeg opbrandt’

Influencer Ruba Zai – ‘Het komt voor dat ze denken dat ik dom ben. Alsof mijn hoofddoek mijn hersenen afknelt’ 

Boegbeeld van het boerenprotest Sieta van Keimpema – ‘We kunnen elkaar tegenwoordig niet vinden, pratenderweg. Het lontje is kort’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden