ReconstructieAjax-Tottenham Hotspur

Ajax - Tottenham, een nederlaag om nooit te vergeten

Dusan Tadic van Ajax baalt na de 2-3 van Tottenham Hotspur tijdens de returnwedstrijd Ajax tegen Tottenham Hotspur in de halve finale van de Champions League.Beeld ANP

De finale van de Champions League leek bereikt. Toen viel die fatale goal, diep in de blessuretijd (3-2-nederlaag). Niet Ajax ging door, maar Tottenham Hotspur. De ontknoping is een open wond. 

Algemeen directeur Edwin van der Sar.Beeld BSR Agency

Edwin van der Sar (49), algemeen directeur Ajax: ‘Je staat. Je zit. De aanval van Tottenham. De bal wordt half geschaafd. Iemand glijdt uit. Dan gaat de bal richting goal. Hij kan er niet in, toch? Je ziet hem in het net rollen. Dan is er niks meer. De vloer zakt onder je benen vandaan. Nee, ik had geen voorgevoel. In de rust kwamen veel mensen naar me toe: gefeliciteerd. Ik zei dat we nog een helft moesten, dat het voetbal bleef.

‘Ik heb zelf zat spannende wedstrijden gespeeld. Als directeur had ik dit nog niet meegemaakt. Ja, ik bleef staan na de 2-3 en ben nog even in de kleedkamer geweest bij de jongens. Schouderklopje geven. Zoveel kansen krijg je niet in je leven. We waren zo dichtbij. Het was hard to take. Twee weken later zat ik bij de finale twee rijen achter voorzitter Daniel Levy van Spurs. Hij zat eigenlijk op mijn stoel, naast Uefa-voorzitter Ceferin.’

Verslaggever van Het Parool Josien Wolthuizen.Beeld Linda Stulic

Josien Wolthuizen (27), verslaggever Het Parool: ‘Ik was net terug van een lange reis door Midden-Amerika, ik had geen kaartje. We keken in mijn stamkroeg, Kuijper in Amsterdam-Oost. Van die laatste minuut kan ik me niet zo heel veel herinneren. Het was zó bizar, ik heb het waarschijnlijk verdrongen. Ik weet nog wel dat ik halfuur met mijn hoofd op een tafel heb gelegen. Josien, alsjeblieft, kom nou, zei mijn vriend na een tijdje.

‘In de tweede helft kantelde het. Iedereen werd steeds zenuwachtiger, na de 2-2 helemaal. Je voelde de paniek in het team. Er kwamen vijf minuten bij, ik wist dat het de langste minuten van mijn leven zouden worden. Het was afschuwelijk. Ik heb me tijdens een voetbalwedstrijd nog nooit zo beroerd gevoeld.

‘Een paar dagen later won Ajax met 4-1 van FC Utrecht en waren we officieus kampioen. Dat was zó ongelofelijk knap, na die dreun. Zo gingen we van het allerergst denkbare verdriet naar enorme vreugde. Het seizoen was niet verpest.

‘Dat is wat voetbal mooi maakt; de uitersten. De vreugde en het verdriet. De nederlaag tegen Tottenham Hotspur heeft me ook iets moois opgeleverd: nieuwe Ajax-vriendinnen. Iedereen in Kuijper probeerde elkaar te troosten. In al het gedoe raakte ik mijn sjaal kwijt, en Georgina vond hem. Ik kende haar niet, maar nu gaan we elke keer met z’n allen naar Ajax.’

Youp van 't Hek, cabaretier en seizoenskaarthouder. Beeld ANP

Youp van ’t Hek (65), cabaretier, seizoenkaarthouder: ‘De voorstelling in Utrecht was met een uur vervroegd, naar zeven uur. Daar kwam geloof ik één boze brief op. Zwichten voor voetbal, je kent het wel. Mijn optreden duurt een uur en 55 minuten. Daarna kwam een scherm naar beneden voor de wedstrijd. Bijna alle 850 bezoekers bleven zitten. Een enkeling vertrok. Ik keek in de artiestenfoyer en liep af en toe naar de zaal. Nog nooit heb ik een zaal zo snel zien leeglopen na de 2-3. We waren zo verschrikkelijk dichtbij. Maar dat is ook het leuke aan voetbal, dat zoiets kan gebeuren. Het leven gaat gewoon door. Ik heb nog wel een drankje genomen. Ik drink nooit een chagrijnig biertje.’

Roel Berghuis (62), sectorhoofd FNV Vervoer: ‘Ik was in het stadion met Jan, mijn oudere broer. Ook toen we 2-0 voor stonden was ik bang dat het verkeerd zou aflopen. Mijn gevoel bleek te kloppen. De aanval van Tottenham, spelers van Ajax die zomaar omvielen, Onana die niet vrijuit ging – de bal die er niet in kon gaan, ging er in.

‘Ik kijk altijd hoe mensen na afloop reageren. Meestal is de afgelopen jaren iedereen in het stadion vrolijk en zelfverzekerd. Weer een wedstrijdje gewonnen. Beetje mans gedrag, Amsterdams. Maar deze keer hingen de koppies. Mensen zaten erbij als kasplantjes, iemand schopte tegen een prullenbak.

‘Het doelpunt heb ik niet teruggezien, maandenlang heb ik het proberen te vermijden. Aan het begin van het seizoen zag ik het weer, in een overzicht van de hoogtepunten en dieptepunten van Ajax in de Champions League. Nee! Het was zo erg, ik kon er nog steeds niet naar kijken.’

Doelman van Ajax André Onana. Beeld Getty Images

André Onana (24), doelman Ajax: ‘Onlangs, toen ik in de stad liep, zag ik een groep jongens. Hé Onana, hoe gaat het me je? Eentje riep: Onana, je hebt me veel geld gekost. Door jou speelde Ajax geen finale. Ik zei: sorry broer, als dat je herinnering is aan Onana, het zij zo. Wat kan ik doen? Ik maak fouten, net als iedereen. Ik probeer altijd de beste keuzes voor mij en de ploeg te maken.

‘Soms denk ik: dat is de juiste keuze. Maar dat blijkt dan niet zo te zijn. Jij zegt dat ik de laatste uittrap naar de zijkant had moeten schieten. Mijn doel was alleen: André, schiet die bal zo ver mogelijk weg. Maar ik kan hem niet het stadion uitschieten. De scheidsrechter riep af en toe dat ik te veel tijd rekte. Maar als we de wedstrijd zouden moeten overspelen, zou ik het precies hetzelfde doen. Opnieuw, opnieuw en opnieuw. Als een van de leiders van het team is het mijn keuze om het spel te vertragen of te versnellen.’

De Braziliaan Lucas Mora scoort zijn derde doelpunt van de avond. De mokerslag.Beeld REUTERS

Melle Drenthe (41), applicatiebeheerder DPG: ‘Ik ga altijd met een vaste groep naar thuiswedstrijden, met mijn broertje Stijn en een jeugdvriend, Jerry, en zijn vader en zwager. We zitten in vak 115, achter het doel. Bijna altijd is dat het doel dat Ajax in de tweede helft verdedigt. Wij zien de tegenstander op ons af komen. Dat was nu ook zo.

‘Het doelpunt heb ik niet gezien. Ik keek naar iemand naast me, een man die vol ongeloof zei dat we in de finale van de Champions League stonden. Toen ik weer naar het veld keek zag ik de bal in de hoek rollen, heel traag.

‘Het was een Matrix-moment. In een keer werd alle lucht uit het stadion gezogen. Wffff. Het werd helemaal stil. Een voor een vielen de Ajacieden om. De VAR, hoop je nog even, buitenspel misschien, maar er gebeurde niks. Stijn en ik keken elkaar alleen maar aan. Ik was helemaal leeg.

Dit is niet erg, het is maar voetbal. Maar van alle niet-erge dingen die ik in mijn leven heb meegemaakt, is dit de ergste. Het komt nooit voor dat totale euforie binnen een halve seconde omslaat in een totale deceptie; dat je zo snel van honderd naar nul gaat.

‘We zijn met de metro naar het Amstelstation gegaan. Daar hebben we een blikje bacardi-cola gekocht. Op een trap hebben we het opgedronken. Toen drong pas tot ons door wat er precies was gebeurd.’

Scoreverloop Ajax-Tottenham Hotspur.

Simon de Waal (58), schrijver en rechercheur: ‘Als jongen al ging ik naar Ajax. Bij Voorland over een slootje springen en een gulden aan de suppoost geven en ik was binnen. En doordeweeks naar de trainingen kijken aan de Middenweg. En nu ga ik vaak met mijn zoon naar Ajax, we hebben seizoenkaarten.

‘We zaten in vak 123, aan de lange zijde. Wat er gebeurde was belachelijk. Ik heb nog nooit zo hard gevloekt. Echt niet normaal. Wie erbij was zal het nooit vergeten. Eerst dat juichen in de laatste seconden, vijftigduizend man in een kolkende oceaan. En toen die doodse stilte. Tering. Dit kan niet. Dit kan niet.

‘Het duurde een paar minuten. Toen de jongens dat kutrondje op het veld moesten lopen, kregen ze het grootste applaus aller tijden. Het was onze dank voor alles wat ze ons hadden gegeven. Al die schitterende wedstrijden. En het waren ook nog eens allemaal sympathieke jongens.

Dit was de mooiste nederlaag ook. Het was heel verbindend. Allemaal voelde we dezelfde, intense pijn. Na de WK-finale in 1974 is dit de mooiste, en tegelijkertijd de meest verschrikkelijke en onverdiende nederlaag ooit.’

Schrijver Raymond van de Kluundert.Beeld ANP

Raymond van de Klundert (Kluun, 55), schrijver: ‘Ik zat op de tweede ring. Negentig minuten waren voorbij en ik drukte mijn stopwatch in op de iPhone. Ik was de enige in mijn buurt. Ze keken naar mij. Ze vroegen: hoe lang nog? Ik was het epicentrum van de tijdbewaking. Toen viel die goal, één seconde na het verstrijken van de officiële speeltijd. Ik heb nog nooit zo’n implosie meegemaakt. Mannen in tranen. De uitschakeling tegen Valencia onlangs viel vergeleken daarmee gewoon mee. De wedstrijd tegen Spurs staat in mijn topdrie van voetbaltrauma’s, samen met de finale van het WK in 1974 tegen West-Duitsland en de fatale kopbal van Georges Grün in 1985, waardoor we niet naar het WK gingen.’

Volkskrantredacteur Jaap Stam is ruim vijftig jaar Ajaxfan. Vol vertrouwen heeft hij de vliegtickets naar de finale van de Champions League in Madrid die 8ste mei al op zak. Wat kan er nog fout gaan? Een persoonlijk relaas.

Max Flam (54), doctorandus bedrijfskunde, lid van verdienste van Ajax: ‘Ik ben van de ouderwetse tijd. Geen stopwatch. Ik belde mijn vriendin Madeleine. Ze zat bij de tv. Ik zei dat ze moest aftellen, vanaf tien seconden voor het einde van de blessuretijd. Tien, negen, acht. Ze was net uitgeteld toen die goal viel. Ik hang je nu op, heb ik gezegd. En toen ging ik huilen. Ik was shocked. Dit was buitencategorie van de ergste orde. Ik heb minutenlang voor me uitgestaard, terwijl een maat zei: het is maar voetbal. Het gevoel was tweeledig. 1: het is niet waar en 2: het is onherroepelijk.

‘En je weet op dat moment dat het team uit elkaar valt. Hoe lang gaat dit weer duren? Laten we eerlijk zijn: we hadden dit nooit meer verwacht. Het programmablad van die wedstrijd ligt thuis met de voorkant naar beneden. Ik heb dit seizoen drie keer de samenvatting van Tottenham – Bayern teruggekeken, 2-7. Heerlijk.’

Ajax-trainer Eric Ten Hag. Beeld BSR Agency

Victor Reinier (56), acteur: ‘Met Jules Croiset speelde ik de voorstelling Een goed mens in Spijkenisse. Daar zeiden ze: Ajax, op een scherm? Nee, daar komt niets van in. Jules is net zo’n Ajacied als ik. Tijdens de rust was de voorstelling afgelopen en reden we terug naar Amsterdam. Wij op de achterbank. Blikje bier mee, kijken op de iPad, radio aan. Het radioverslag was zo optimistisch na die 2-0. Het kon niet meer mis gaan. Van de eerste helft hadden we niets gezien. We vroegen ons af waarom Dolberg speelde. We zagen slecht voetbal.

‘Precies met de blessuretijd was ik thuis. Mijn vriendin en dochter waren in het stadion. Ik woon drie hoog en bleef beneden op de trap zitten, met de iPad. In het donker. Bang om iets te missen. Een laatste biertje. Toen viel die 2-3. De totale desillusie. Ik ben naar het café gegaan. Bijna iedereen was weg. Ik heb veel bier gedronken. Het is zo ongelooflijk dat dit prachtige elftal de finale niet heeft bereikt.’

Roger van Boxtel (65), directeur NS: ‘Ik was net opa geworden van mijn eerste kleinkind. Mijn jongste zoon begreep er niets van, dat ik naar zijn oudere broer in New York ging. We keken in de grootste sportbar op Manhattan. Een megatent, helemaal vol schermen. Er waren zeker honderdtwintig Ajacieden. Allemaal in Ajax-shirts. Op alle schermen was Ajax te zien. Boven, in de kelder, overal.

‘In de rust, bij 2-0, hebben we vliegtickets naar de finale in Madrid geboekt. Mijn andere zoon had al geboekt. Die was er vooraf al van overtuigd dat Ajax het zou halen. Het zou een uitje worden van een vader met twee zonen. Daarna kregen we die belachelijke minuten waarin het 2-2 werd. Vanaf dat moment voelde ik: het gaat mis. 

‘Dat getreuzel van Onana. Ik dacht steeds: ros die bal weg. Weg ermee. En toen ging het dus mis. De totale implosie ook in dat café, zoals vroeger met een oude tv met een beeldbuis. Als je die kapot gooide, spatte die niet uit elkaar, maar in elkaar.

‘Al die Ajacieden keken elkaar vertwijfeld aan, tranen in de ogen. Ik vergeet dat nooit meer. Maar sport verbroedert ook. Mensen troostten elkaar. Vroeger in de Meer had je niet eens in de gaten dat je naar het beste team van de wereld keek. En nu dacht ik: we horen er weer bij. We zijn op een gegeven moment weggegaan, naar mijn kleinzoon. Anders waren we gaan schlempen in New York. 

‘Het is echt een onderdeel van onze familiegeschiedenis geworden. We hadden ook voortdurend appcontact met onze andere zoon in de Arena. De lotsverbondenheid met mijn zonen wordt voor een deel door Ajax bepaald. Ik heb tegen die jongste gezegd: kom op, ook trots zijn. Wie had vijf jaar geleden gedacht dat een Nederlandse club weer zover zou komen? Dat was het troostrijke. De hele wereld kletste over dat aanvallende voetbal van kapsonesloze jongens.’

Marc Overmars (46), directeur spelersbeleid Ajax: ‘Ik zag de spelers één voor één omvallen. Alleen Magallan, die bleef staan. Nu ik er over praat, krijg ik weer een brok in de keel. Het doet echt wat met me.’

Voorpagina
Met het oog op de deadline was de voorpagina van donderdag 9 mei gereed voor het laatste fluitsignaal had geklonken. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden