Afrika Cup is altijd feest, maar zonder écht spektakel

De Afrika Cup straalt liefde voor het voetbal uit. Maar brengt het continent ooit de wereld kampioen voort? Tegenwoordig is de doelman de uitblinker.

Supporters vieren de overwinning van Kameroen op Egypte.Beeld afp

Eens, alweer zolang geleden, leken de Afrikaanse landen op weg naar de wereldtitel in het voetbal. De Super Adelaren van Nigeria, de Ontembare Leeuwen uit Kameroen, de Zwarte Sterren uit Ghana. Al dat atletische vermogen, de honger naar succes, de techniek op de vierkante meter. Wie kon Afrika stoppen op den duur?

Dat was dus ook de vraag van de krant aan Gerrie Mühren, op een terras in Bamako, Mali, tijdens de Afrika Cup van 2002. Mühren, overleden in 2013, was in de jaren zeventig de legendarische middenvelder van het grote Ajax. Een van de grootste technici, die zijn klasse in dienst stelde van Cruijff en Keizer.

Hij bezocht het toernooi in Mali als scout van Ajax, ook om de toenmalige Ajacieden Mido en Trabelsi te bekijken. Aan de hand van twee uitspraken van Mühren destijds, volgt hier een analyse van de staat van het Afrikaanse voetbal, vijftien jaar later. Het stuk valt uiteen in twee delen. Wat kan Nederland leren van Afrika? En waarom wordt een Afrikaans land nooit wereldkampioen?

Hard werken, niet zeuren, voetbal vieren ...

Opgaan in de Afrika Cup is prachtig. De kleuren en geuren van Ouagadougou, Bamako of Accra opsnuiven, de tribunes beklimmen in T-shirt, het superbe avondlicht ontwaren, de rituelen van de spelers vastleggen, de gezelligheid proeven, meeleven met het gepassioneerde spel, de onverwachte erupties van emotie noteren.

Het toernooi volgen op tv is een zwakke weerspiegeling van de werkelijkheid, maar zelfs door de beeldbuis straalt warmte. Warmte die het Europese voetbal ergens onderweg is kwijtgeraakt, door de nadruk op geld, op belangen. Voetbal is een bloedserieuze business geworden, zonder glimlach.

Thuis was deze verslaggever hartstochtelijk voor Burkina Faso, de leukste ploeg in de halve finales, jammerlijk uitgeschakeld door een gemiste strafschop van Ajacied Traoré. De Hengsten stuitten op de defensieve muur van Egypte.

Kameroen wint Afrika Cup

Kameroen heeft zondag voor de vijfde maal de Afrika Cup gewonnen. In de finale was het elftal van de Belgische bondscoach Hugo Broos met 2-1 te sterk voor Egypte. Het winnende doelpunt in Libreville in Gabon kwam in de 89ste minuut op naam van invaller Vincent Aboubakar. Halverwege stond Egypte nog op voorsprong. Mohamed Elneny opende na 22 minuten de score. Nicolas N'Koulou maakte na een uur spelen gelijk voor de 'Ontembare Leeuwen'.

Burkina Faso, een straatarm land, was in 1998 de kennismaking met de Afrika Cup. Kinderen wilden in het begin niet eens naar hun eigen nationale ploeg, die nog nooit een wedstrijd op de Afrika Cup had gewonnen. De ontwikkeling begon toen, in 1998. En nadat ze eenmaal hadden gewonnen, wilden ze dolgraag, al zaten ze voor de aftrap uren in de hitte.

Voetbal gaf het volk een lift naar tijdelijk geluk. Tevreden mensen, een tevreden elftal, hardwerkend, zonder vedetten. Dat is toch het overheersend sentiment van de Afrika Cup: supporters met hun schitterende beschilderingen en dans, zonder giftige spreekkoren, niet beneveld door drugs. Spel, snoeihard, zonder klaagzangen.

Zo is het nog steeds, zeker bij de landen uit West-Afrika. Bijvoorbeeld in de halve finales de tackles van de Ghanees Wakaso, die helemaal over de bal gleed in een poging een schot van Bassogog te stoppen. De tegenstanders accepteerden de hardheid van elkaar. Ze vroegen nooit om een kaart.

Spelers van Burkina Faso vieren de overwinning op Ghana.Beeld afp

Soms, als het om puurheid gaat, heeft Afrikaans voetbal iets van vrouwenvoetbal, maar dan in de harde variant. De Egyptenaren, zij lijken zowaar op Zuid-Europeanen, zij rekken tijd en vragen om kaarten. Maar de West-Afrikanen werken hard en zeuren niet. Ze dromen van een baan in Europa of in een ander werelddeel waar ze geld kunnen verdienen met voetbal, voor henzelf en voor hun familie. En als ze die baan hebben gevonden, dromen ze van een betere baan. Honderden jongens verdwijnen ook in de vergetelheid. Ze durven van schaamte niet eens meer naar huis, als hun droom is gesneefd.

Maar als de besten van het continent meedoen aan de Afrika Cup, vieren ze het voetballeven. Dan is er ontspanning, dan zijn ze onder elkaar. Ghanezen, zingend in de bus. Biddende voetballers, moslims en christenen samen. Het is voetbal zoals voetbal bedoeld is, zoals het in Nederland soms een beetje vergeten zijn te beleven.

... maar echte spektakelspelers ontbreken

Tot nog toe heeft Mühren gelijk gekregen met zijn uitspraak. In 2002, een half jaar na de Afrika Cup van Mali, bereikte Senegal de kwartfinales van het WK. In 2006 werd Ghana uitgeschakeld in de tweede ronde door Brazilië. De rest was toen al naar huis. In 2014: Nigeria en Algerije in de tweede ronde uitgeschakeld door Frankrijk en Duitsland.

Alleen 2010 was redelijk: Ghana bereikte bijna de halve finales, maar de hand van Suarez wist het lot van Uruguay positief te beïnvloeden. De spits voorkwam een Ghanees doelpunt. Uruguay bereikte de halve finale.

De Belgische coach Hugo Broos wordt op het schild gedragen door zijn elftal.Beeld afp

De grote namen zijn gestopt: Drogba, Eto'o, Essien, Touré, Aboutrika. De nieuwe generatie heeft moeite met opstaan. Afrika was altijd het continent van matige tot slechte doelmannen. Vroeger was het vaak lachen om Afrikaanse keepers, zoals in Brazilië. Wie kon voetballen, laafde zich aan doelpunten, aan de aanval. Wie niets kon, ging op doel.

Maar in Gabon ging het over El-Hadary, de 44-jarige doelman van Egypte, en over Ondoa, met zijn onwaarschijnlijke reddingen voor Kameroen. Doelmannen overvleugelden de aanvallers, de geboren spektakelspelers. Zij ontbraken, de ware vedetten. Ze lagen aan de ketting bij georganiseerde defensies. Het lef is een beetje weg uit het Afrikaanse voetbal. De Afrika Cup was qua avontuur een soort EK, maar dan op slechtere velden, met slechtere voetballers.

Kameroen scoorde vijf keer tot de finale, Egypte viermaal. Het spel was voorzichtig. Landenvoetbal steekt tegenwoordig sowieso schraal af tegen het spel van de beste clubs, met hun verzameling talent. Landenvoetbal beleeft een soort crisis, zeker in Afrika, waar tal van spelers liever bij hun clubs bleven dan hun land te dienen.

Doelman El-Hadary maakt een redding.Beeld afp

De coaches zijn doorgaans mannen die in Europa zijn uitgewerkt. Er is altijd wat te doen om geld. Over Kameroen en gedoe met premies is werkelijk elk toernooi een verhaal te schrijven. Bondscoach Hugo Broos sprak er schande van, voor de zoveelste keer.

De Belg had ook een stuk of acht afzeggingen in zijn selectie. Spelers kiezen steeds vaker voor hun club, die ze fors betaalt. De chaos blijft ze dan bovendien bespaard. Broos prees zich gelukkig met '23 vrienden' in zijn groep. Teamverband won, maar Afrikaans voetbal was juist altijd zo mooi om zijn individuen.

En dan worden steeds meer 'Afrikanen' geboren in Europa. De Afrikaanse wortels zijn almaar dieper verborgen. Van degenen met een dubbel paspoort kiezen de besten voor het podium van hun Europese vader- of moederland. Paul Pogba, ster van Manchester United, speelt voor Frankrijk. Zijn broer Mathias, Spartaan, is international van Guinee.

Overal ter wereld lopen voetballers met Afrikaanse wortels, van Boateng tot Balotelli, van Pogba tot Depay. Ze zijn wereldburgers. Afrika zit nog in ze, maar ze zijn niet meer exclusief van Afrika.

Aanvullingen en verbeteringen: In een eerdere versie van dit artikel werd door een eindredactionele ingreep de indruk gewekt dat Ghana en Uruguay tijdens het WK van 2010 de halve finale tegen elkaar speelden en dat Uruguay de finale haalde. Deze landen troffen elkaar in de kwartfinale. De finale ging tussen Nederland en Spanje.

Mühren in 2002:

'Ondanks de armoede in Mali ogen de mensen gelukkiger dan wij. Zij lachen, wij klagen. Wij gaan vier keer per jaar op vakantie, maar eigenlijk willen we vijf keer. Wij kunnen geen stap meer terug. Zij kunnen nog honderd meter vooruit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden