ColumnPaul Onkenhout

Afellay is gelukkig alleen maar een voetballer

Er is een kleedkamer vernoemd naar Ibrahim Afellay, het nieuws werd deze week bekendgemaakt. Zijn tijd bij PSV zit er op. De kleedkamer van de jeugd onder 18 op trainingscomplex De Herdgang heet voortaan de ‘Ibrahim Afellay Room’.

Ik vond dat aanvankelijk nogal grappig, ook omdat een kleedkamer tegenwoordig kennelijk een room wordt genoemd. Het gebaar wekt bovendien de indruk dat PSV geen idee had hoe Afellay moest worden geëerd en toen maar een room naar hem vernoemde. Het kan trouwens altijd nog erger. Ik noem Grand Café Van Gaal in het stadion van AZ.

Trainer Ernest Faber wees op de symbolische waarde van de kleedkamernaam en zei dat Afellay een van de succesvolste jongens van de jeugdopleiding was. Zo is het natuurlijk ook. Afellay debuteerde in 2004 voor PSV, werd vier maal kampioen - op rij zelfs, in Amsterdam hebben ze er nog nachtmerries van - en verdiende in 2011 een transfer naar FC Barcelona.

Hij speelde 53 interlands en dat zouden er veel meer zijn geweest als blessures zijn loopbaan niet voortdurend hadden onderbroken. Het afgelopen seizoen kwam hij bij PSV nauwelijks in actie. Bovendien is hij al 34 jaar. Dat zullen de redenen zijn geweest waarom zijn vertrek bij PSV vrij geruisloos verliep. Of het is omdat hij een Marokkaan is, dat kan natuurlijk ook.

Na het lezen van hun prikkelende boek Marokkaanse trots, smaakmakers in de eredivisie vermoed ik dat Thomas Rijsman en Nordin Ghouddani deze stelling niet meteen zullen verwerpen. Ze zijn twee jeugdvrienden uit Tilburg die in de (sport)journalistiek verzeild raakten. Rijsman is de schrijver die zich in een onbekende wereld stort, Ghouddani de sidekick. Hij is Marokkaan en draagt dat voortdurend uit.

Het boek van Rijsman en Ghouddani.Beeld Atlas Contact

Het duo sprak met meer dan twintig Marokkaanse Nederlanders, voetballers, trainers en zaakwaarnemers. Volgens de tekst op de achterkant blijft in hun boek ‘geen taboe onbesproken’. Tegelijkertijd is het een ode aan de Marokkaanse voetballers, schrijven ze in de inleiding; linke soep, want wie een ode schrijft, is niet geneigd kritisch te zijn. Ook niet als daar alle aanleiding toe is, bijvoorbeeld in het geval van een onzin ratelende voetballer (Anouar Diba).

In Marokkaanse trots wordt de zaak op scherp gezet. Niet de overeenkomsten worden uitgebreid benadrukt, maar de verschillen. Het groepsdenken overheerst, het is wij tegen zij, vaak subtiel, soms opzichtig.

Een van de gesprekspartners is Said Bakkati, assistent-trainer bij Feyenoord. Als Bakkati heeft verteld dat hij alle spelers gelijk behandelt, schrijven Rijsman en Ghouddani suggestief dat hij ‘natuurlijk geen onderscheid mag maken tussen spelers op basis van hun etnische achtergrond’.

De kern van het boek balt zich samen in een terloopse opmerking van Rijsman tegen Bakkati. ‘Van alle Marokkanen die Nordin en ik gesproken hebben, vind ik jou de minste Marokkaan.’ De minste Marokkaan, het roept de vraag op wat dat precies is, een Marokkaan; en wat iemand tot een hele Marokkaan maakt. Of een halve.

In een column in Trouw schreef Abdelkader Benali dat hij bang is dat het boek ondanks de goede bedoelingen alle vooroordelen zal bevestigen die er bestaan rond Marokkaanse jongens. Dat gevaar ligt inderdaad op de loer. Iets meer weerwoord in de gesprekken had ook geholpen. Niet alleen vanwege de pijnlijke voorbeelden van achterstelling is Marokkaanse trots daarom bij vlagen een ongemakkelijk boek.

Ibrahim Afellay werkte mee aan een afscheidsfilmpje. Het staat op psv.nl. Zittend op een kruk in een donker stadion leest hij een tekst voor waarin hij terugblikt op zijn loopbaan en de supporters bedankt.

Een groot voorlezer is hij niet, Afellay, maar zijn woorden klinken oprecht. Hij is geen Marokkaan, geen halve en geen hele, en evenmin een Nederlander. Hij is gelukkig alleen maar een voetballer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden