Reportage Adwin Snellink

Adwin Snellink, shorttracker tussen wal en schip

Zeven schaatsers telt de schorttrackselectie slechts en toch is er geen plaats voor Adwin Snellink. Ook elders is geen ijs voor hem, terwijl hij in maart nog een sterk WK reed. Hij lijkt slachtoffer van de starre houding van de bond over scheidslijn tussen talent en arrivé. ‘Stoppen? Ik wil nu geen besluit nemen, waar ik later misschien spijt van krijg.’

Adwin Snellink (links) in januari tijdens de finale 500 meter van de KPN Invitation Cup in het Thialf stadion. Beeld ANP

Met een oorverdovende dreun laat Adwin Snellink zijn halter op de grond vallen. De massief betonnen vloer van de krachttrainingsruimte in Thialf trilt onder de 65 kilo die stang en schijven samen wegen. ‘Mooi, oud ijzer gooien’, zegt de 25-jarige shorttracker met een grijns.

Hij staat met zijn rug naar de ijsbaan. Door de ramen is te zien hoe de nationale shorttrackselectie een langebaantraining doet. Vorig jaar was Snellink een van hen. Nu niet meer. Sterker, hij heeft helemaal geen ploeggenoten meer. Hij is door de kieren van het beleid van schaatsbond KNSB gevallen en ­niemand heeft hem opgevangen. Hij heeft al zes weken niet meer op het ijs gestaan.

Zijn topsportloopbaan lijkt ten einde, terwijl hij in maart nog de aflossingsfinale van het WK shorttrack in Montreal reed. ‘Het was bijna uitverkocht en het publiek had er echt een sfeertje gebouwd. Ik zei tegen mezelf: genieten, Ad.’ De ploeg stelde teleur met een vierde plaats, maar Snellink zelf kreeg een complimentje van de bondscoach. Hij had in zijn eerste WK-finale ‘sterk en stabiel’ gereden.

Dat was een opkikker na een seizoen dat verder teleurstellend was verlopen. Hij had de Winterspelen niet gehaald en had internationaal nauwelijks wedstrijden gereden.

Hij besloot een stap terug te doen en afscheid te nemen van de ploeg van bondscoach Jeroen Otter. Toen zijn ploeggenoten op de Winterspelen waren, trainde hij bij het Regionaal Talentencentrum (RTC) in Utrecht en merkte hij dat zijn techniek tekort schoot. ‘Bij de nationale ploeg wordt veel op omvang getraind en als je iets aan je techniek wil doen, moet het uit jezelf komen.’ Snellink vond een plekje bij RTC Noord, bij coach Dave Versteeg, die hij nog kende van Jong Oranje.

Ook Otter had gezien dat Snellinks progressie stokte. De Westlander, die in 2016 als lid van de aflossingploeg goud won op het EK, kreeg nog wel een uitnodiging voor de nationale ploeg, maar onder de voorwaarde dat hij in de zomer ‘significante progressie’ zou laten zien. Bleef die uit, dan zouden hun wegen in oktober scheiden.

Neusje van de zalm

Otter: ‘Adwin traint ontzettend hard en is gemotiveerd, maar wij zoeken het neusje van de zalm. Hij heeft al 8 jaar lang onder de beste omstandigheden kunnen trainen, maar het bleef net niet. Als we vasthouden aan de ouderen in een team, dan nemen zij een plek in van de jongeren.’

Snellink sloeg de voorwaardelijke uitnodiging af en meldde zich volgens afspraak in april bij de trainingsgroep van Versteeg in Thialf. In de loop van het voorjaar werd duidelijk dat ze bij de KNSB niet blij waren met de route die de shorttracker had uitgestippeld. Het RTC, zo stelde de bond, is voor opkomend talent en niet voor een 25-jarige die een stap terug zet. Eind juli werd daarom besloten dat Snellink weg moest bij RTC Noord.

Otter: ‘Je zet ook geen student tussen middelbare scholieren.’

Dat in het langebaanschaatsen regelmatig sporters vanuit een commerciële ploeg terugvallen naar regionale trainingscentra, maakte volgens de bond niets uit. Evenmin dat Snellink geen plek innam van een talent, maar als extra RTC-rijder werd gezien. ­Technisch directeur van de KNSB, Remy de Wit: ‘Elke minuut die een coach aan hem besteedt, gaat ten koste van de aandacht voor anderen.’

Tussen twee oefeningen in stapt Snellink weg van zijn halter en loopt naar de glazen wand achter zich. Hij wijst naar het groepje shorttrackers dat op het middenterrein van Thialf rondjes rijdt. ‘Dat is de groep van het RTC. Ze zeggen dat er geen plek is voor mij, maar er rijden maar negen schaatsers nu. Bij de nationale ploeg stonden ze afgelopen zomer soms wel met 21 sporters op het ijs. En dat er geen senioren bij de RTC’s rijden, klopt niet. Daar rijdt een jongen die 21 is.’

Volgens de KNSB moet Snellink naar een club of een gewestelijke selectie, maar dat is geen reële optie, vindt hij. Met zijn snelheid en kracht is hij op het krappe baantje een gevaar voor de, vaak veel jongere, schaatsers op gewestelijk of clubniveau.

Amerikaanse selectie

Hij kon in de zomer met financiële hulp van zijn ouders naar de Verenigde Staten om daar mee te trainen met de Amerikaanse nationale selectie, onder leiding van de Nederlandse coach Wilma Boomstra. Zij had hem vorige winter ook had opgevangen in Utrecht.

Hoopvol keerde hij aan het einde van de zomer terug naar Nederland, maar werd door Otter niet geselecteerd voor de wereldbekercyclus. Ook de hoop dat de KNSB in de tussentijd een alternatief voor hem gevonden had, bleek ijdel.

Snellink heeft het geld niet om weer naar het buitenland te gaan. Hij heeft sinds maart geen topsporttoelage van NOCNSF meer en werkt 30 uur per week in een herenmodezaak in ­Gorredijk om zijn vaste lasten te kunnen voldoen.

Geruime tijd was het in de kleine shorttracksport belangrijk om schaatsers zo lang mogelijk vast te houden omdat er maar weinig talenten werden opgeleid. Nu de opleiding beter functioneert, blijkt dat er wel is nagedacht over de instroom van talent, maar niet over de uitstroom.

Er is geen ruimte voor laatbloeiers of schaatsers die hopen op een tweede kans. En dat terwijl het aantal serieuze shorttrackers klein is. De nationale ­selectie van Otter telt slechts zeven mannen. Bij de drie RTC’s trainen 36 schaatsers (van 13 tot circa 21 jaar).

Cirkelredenering

Een weeffout wil De Wit het niet noemen, maar hij erkent dat het anders moet. ‘Ik vind dat de KNSB een verantwoordelijkheid heeft om het systeem zo in te richten dat er een plek voor hem is.’

Toch wil hij, zolang er nog geen beleid is, geen uitzondering maken. Een duidelijke reden geeft De Wit niet. Hij blijft hangen in een cirkelredenering. Het besluit is genomen ‘omdat we die keuze hebben gemaakt’. De Wits woorden van medeleven ­– ‘ik vind het heel vervelend voor Adwin’ – klinken de schaatser hol in de oren. ‘Hij heeft me in de steek gelaten.’

Ondanks de starre houding van de schaatsbond rijdt Snellink een aantal keer per week na zijn werk naar de krachtruimte in Thialf om zijn conditie op peil te houden. Misschien dat hij volgend seizoen wel ergens terecht kan, hoopt hij.

Stoppen doet hij voorlopig nog niet. ‘Ik wil nu geen besluit nemen, waar ik later ­misschien spijt van krijg’, zegt hij en neemt de halter weer op zijn schouders. Met 90 kilo in de nek zakt hij door de knieën en strekt weer uit. De kracht is er, nu nog een plek om er iets mee te doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.