Jorrit Bergsma (rechts) wordt geduwd door Koen Verweij (midden), die op zijn beurt weer hulp krijgt van Jan Blokhuijsen.
Jorrit Bergsma (rechts) wordt geduwd door Koen Verweij (midden), die op zijn beurt weer hulp krijgt van Jan Blokhuijsen. © ANP

Achtervolging loopt totaal in de soep, Nederlanders plaatsen zich op de tiende plaats in veld van dertien

'Normaal trekt Jorrit het in de eerste bocht bij'

'Als zo'n race in de soep loopt, dan loopt-ie ook echt in de soep.' Geert Kuiper, bondscoach van de Nederlandse achtervolgingsploeg had vrijdagavond bij de wereldbekerwedstrijd in Thialf wat uit te leggen. Op het onderdeel, waar de Nederland al jaren automatisch op goud kan rekenen, blameerde het team zich met de tiende plaats in een veld van dertien.

Zuid-Korea, over drie maanden het olympisch gastland en daarmee automatisch geplaatst voor de Winterspelen, won de wedstrijd die voor de drie Nederlandse mannen op een afgang uitliep. Het probleem lag bij Jorrit Bergsma, die het tempo van zijn ploeggenoten Jan Blokhuijsen en Koen Verweij niet kon volgen. Sven Kramer had zich met luchtweginfectie afgemeld.

Bij de start ging het onmiddellijk al mis voor de Nederlanders. Blokhuijsen vertrok van kop en Bergsma moest daarachter meteen een paar meter prijsgeven. 'Dat was ingecalculeerd', zei Kuiper. 'Jorrit heeft moeite met de eerste 50 meter. Normaal trekt hij het in de eerste bocht bij.'

34,84 seconden had Kai Verbij vrijdagavond in Heerenveen nodig voor de 500 meter. De wereldkampioen op de sprintvierkamp veroverde er brons mee, na de Noor Havard Holmefjord Lorentzen (34,69) en de Duitser Nico Ihle (34,78).

Het duurde veel langer dan één bocht. Bergsma had een halve ronde om bij Blokhuijsen aan te sluiten. Na één beurt op kop blokkeerden zijn benen opnieuw en voorgoed. 'Hij plofte', sprak de coach. Bergsma beaamde: 'Ik kon niet meer in het wiel zitten, zeg maar. Ik kon niet meer herstellen. Ik wilde wel aansluiten, maar mijn benen wilden niet meewerken.'

Met duwwerk van de collegiale Verweij en via langere kopbeurten van gangmaker Blokhuijsen worstelden de drie zich naar de finish. Tiende. Zo'n slecht resultaat heeft Nederland sinds de introductie van het onderdeel in 2002 nog nooit geboekt, afgezien van een enkele valpartij of diskwalificatie. Het toont aan dat het niveau van de andere landen flink is toegenomen en dat Nederland, de heersende grootmacht in schaatsland, zich tegenwoordig geen misstap meer kan veroorloven.

Het toont aan dat het niveau van de andere landen flink is toegenomen en dat Nederland zich tegenwoordig geen misstap meer kan veroorloven

Opvallend diplomatiek

Verweij, die zijn Friese ploeggenoot telkens moest duwen, reageerde opvallend diplomatiek na de mislukking. Sinds de Winterspelen van Sotsji, waar Bergsma zich vlak voor de finale van de ploegenachtervolging terugtrok als reserve, sluimert er animositeit tussen beide schaatsers. De afgelopen weken speelde dat opnieuw op rond de selectie voor de massa-start, de minimarathon die in februari in Pyeongchang zijn olympische doop krijgt.

In de catacomben van Thialf was van wrevel tussen de twee niets te merken. 'Het kan iedereen overkomen', zei Verweij vergoelijkend. Bovendien, zo vond hij, was het voor Bergsma vervelender dan voor hem of Blokhuijsen. 'Het is voor degene die het minste rijdt het meest frustrerend.'

Dat kon Bergsma alleen maar beamen. Op een individuele afstand zou hij alleen zichzelf treffen met een slechte dag, maar op het teamonderdeel benadeelde hij ook zijn ploeggenoten. Dat maakte het schuldgevoel groot. Bergsma: 'Ik heb natuurlijk sorry gezegd. Die jongens hebben het hartstikke goed gedaan.'

De Fries, een stayer met beperkte versnelling, had geen echte verklaring voor zijn slechte race, behalve dan misschien de ijsvloer in Thialf. 'Het ijs was echt heel slecht. Ik verslikte me er bij de start in.'

Er was al 264 keer een schaatser door de bocht gesneld. Het ijs was door al die mannen flink 'uitgetrapt'

Dat was geen slap excuus. Nederland reed tegen Noorwegen in de laatste van zeven ritten. Dat betekende dat er al 264 keer een schaatser door de bocht gesneld was. Het ijs was door al die mannen flink 'uitgetrapt' zoals dat in schaatsjargon heet. Voor een marathonschaatser als Bergsma mag dat eigenlijk geen beletsel zijn. Het was het wel.

De rode loper naar het olympische ploegachtervolgingsgoud, na twee (bronzen) mislukkingen in Sotsji dan eindelijk bij de rechtmatige eigenaar beland, is voor Nederland na het debacle van Thialf bepaald niet uitgerold. In drie wereldbekertoernooien wordt het olympische startveld van acht landen bepaald. Dat bestaat uit de zes besten uit het klassement plus de twee tijdsnelsten. 'En Zuid-Korea is altijd geplaatst', zo verduidelijkte bondscoach Kuiper de kwalificatieregels.

Toptijd in Calgary

Kuiper komt voor de twee laatste wedstrijden, in Calgary en Salt Lake City, met een probleem te zitten. Toppers als Kramer en Blokhuijsen zullen na de wereldbeker in Canada terug naar Europa gaan voor een laatste trainingskamp in de zon, in voorbereiding op het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) van eind december. Dat OKT dat staat het hoogst genoteerd in alle individuele routes naar Pyeongchang.

Met een toptijd in Calgary zou het Nederlands drietal zich direct kunnen plaatsen, maar er blijven dan toch twijfels. Kuiper persisteert in het rangeren van een sterke ploeg voor Salt Lake City. Hoe en wat zal de geplaagde coach in Calgary beslissen? De vraag was of grote bezorgdheid op zijn plaats is. Koen Verweij antwoordde in de rol van nieuwe captain: 'Dat denk ik niet. Nederland staat er wel als het moet. Ik weet bijna zeker dat Nederland (olympisch) kampioen gaat worden.'


Wereldrecord op Fries ijs

Tien jaar lang was er geen wereldrecord geschaatst in Thialf. Sven Kramers mondiale toptijd op de 10 kilometer (WK allround 2007) leek aldus van een unieke soort. Drie vrouwen uit Japan losten vrijdag Kramer af als laatste wereldrecordhouder op Fries ijs. Miho Takagi, Ayano Sato en Nana Takagi verbeterden op dag één van het wereldbekertoernooi in Heerenveen het wereldrecord op de ploegachtervolging: 2.55,77. Dat was sinds 2009 in handen van het Canadese drietal Nesbitt, Schussler en Groves: 2.55,79.

De Japanse ploeg, sinds tweeënhalf jaar in handen van de Nederlandse coach Johan de Wit, was in een onderling duel veel te sterk voor het Nederlands team, regerend olympisch en wereldkampioen op de zes ronden samenwerking. Het verschil was liefst 3,29 seconden. De Wit was behoorlijk verbaasd over het wereldrecord op een laaglandbaan. De echte wereldtijden worden normaliter op de hooglandbanen Calgary en Salt Lake City gereden.

De Wit: 'Mijn ploeg ging weg op een schema van 2.57. Dat deze tijd er uit komt, is echt wel een verrassing. Aan de andere kant, we steken er veel tijd in. Bij ons is de prioriteit hoog, net als in Nederland. Maar wij trainen centraal en hebben de ruimte het te oefenen. We analyseren veel, werken met data. En we hebben dit jaar geen blessures. Mijn jaar kan na vandaag niet meer stuk: een kind en een wereldrecord. Wat wil je nog meer?'