Analyse Uit de misère

Acht lessen om Nederland aan het voetballen te krijgen

Voor de reeks Uit de Misère sprak de Volkskrant de voorbije maanden met tal van kenners, begeleiders, trainers, opleiders, spelers, dataspecialisten en uitvinders. Uit binnen- en buitenland. In een poging oorzaken en oplossingen voor het verval van het Nederlandse mannenvoetbal te vinden. Acht lessen beklijfden.

Oranje traint in aanloop naar de oefeninterlands tegen Slowakije en Italië. Foto ANP

1. Techniek is ons verleden en onze toekomst

Nieuwe bezems zijn zeker welkom, maar allereerst moeten de pass-trapoefeningen en alle andere techniektrainingen naar een hoger niveau. Er is sprake van handelingstraagheid in plaats van –snelheid zowel in de eredivisie als bij het Nederlands elftal, waar dat vroeger juist ons uithangbord was. Betrokken routiniers Robin van Persie en Rafael van der Vaart en ook Cruijff-apostelen Wim Jonk en Ruben Jongkind hamerden op het belang daarvan. Van der Vaart: ‘Het kan niet zo zijn dat een speler geen bal meer kan aannemen en geen goede pass heeft. Dat zie ik te vaak en daar kan ik niet bij.’

Rafael van der Vaart op de training van Oranje in 2010. Foto ANP

2. Laat jonge spelers dribbelen

Arjen Robben is nog steeds Nederlands beste voetballer. Waar blijven de nieuwe dribbelkoningen? In de eredivisie zagen we het voorbije seizoen alleen Oussama Assaidi, Frenkie de Jong, Roy Beerens en Younes Mokhtar wel eens een tegenstander uit stilstand passeren. Ze leerden het op straat. Maar veel pleintjes zijn thans vaak leeg, de jeugd heeft andere hobby’s. Bij clubs wordt de dribbel vaak als te risicovol geacht en dus ook niet gestimuleerd.

De dribbel is en blijft de makkelijkste weg naar een numerieke meerderheid tegen steeds beter georganiseerde en getrainde tegenstanders. Bij de Belgische voetbalbond, de KBVB, is de dribbel al in 2000 tot topontwikkelingsprioriteit verheven, vertelt hoofdopleider Bob Browaeys. ‘De dribbel is waarmee je het verschil kunt maken en waarmee je mensen naar het stadion lokt.'

Foto Guus Dubbelman / de Volkskramt

3. Schaf klassementen bij de jeugd af

In Duitsland en België, waar de nationale elftallen de laatste jaren juist bulken van het talent, zweren ze bij het stimuleren van risicorijke acties en dus ook bij het afremmen van resultaatgerichte jeugdcoaches. Markus Hirte van de Duitse voetbalbond: ‘De jeugd moet fouten mogen maken. Te veel eigenzinnige talenten raken gefrustreerd door het overdreven teamdenken van coaches.’

Er worden in België geen klassementen bijgehouden bij alle teams onder 13 jaar. Browaeys: ‘Trainers hebben toch de neiging om voor een kampioenschap te gaan, maar moeten de focus leggen op de individuele ontwikkeling. Winnaarsmentaliteit komt later wel.’

4. Meet meer en beter en handzamer

Winst valt ook zeker buiten het voetbalveld te boeken door middel van externe hulp- en meetmiddelen. Meet de staat van lichaam en geest (hersenen, spieren, gewrichten, mentale conditie) om onder- en overbelasting te voorkomen. Verzamel data die clubs helpen de juiste selecties samen te stellen en die Nederlandse topspelers helpen de juiste club te kiezen. Stel coaches aan die daarvoor openstaan, maar er niet in doorslaan. Bewaak de balans.

5. Trainers moeten een eigen visie ontwikkelen

Meer ambitie bij het opleiden van coaches, is zeer wenselijk. Het ontwikkelen van een eigen visie bleef lang onderbelicht bij de (prof-)trainersopleiding. Het gevolg: veel trainers met dezelfde achtergrond met dezelfde denkbeelden. Stilstaand water.

‘Wie ben je? Wat kun je? Waar sta je voor? Simpele, maar belangrijke vragen’, zegt oud-docent en -trainer Foppe de Haan. ‘Ik heb jongens meegemaakt die trainer willen worden, maar zichzelf niet eens kennen. Hoe kun je dan iets goed overbrengen op een groep? Je moet eerst voor jezelf bepalen waar je voor staat.’

En nog een tip: maak de trainersstaf divers. Dus niet alleen oud-profs, maar ook innovatieve, didactisch sterke types.

Foppe de Haan ‘Ik heb jongens meegemaakt die trainer willen worden, maar zichzelf niet eens kennen.' Foto ANP

6. Stop talentverspilling door het geboortemaandeffect

Ja, neefje Thijmen was technisch ruimschoots goed genoeg voor de prof-opleiding van NEC en ‘zag’ het spelletje als geen ander. Maar ja, hij werd omvergelopen door grotere pubers, want neefje Thijmen was geboren in december en de jongste van het stel. De trainer zei: ‘Als Thijmen echt zo goed is, moest hij juist tegen grotere jongens voetballen. Wordt-ie beter van en sterker.’ Neefje Thijmen had juist helemaal geen zin meer in voetbal.

Zoals hem zijn er zoveel. Het heet het geboortemaandeffect. Jeugdvoetballers spelen met jaargenoten, maar tieners groeien in een paar maanden soms centimeters in lengte en breedte waardoor grote fysieke verschillen ontstaan. Daardoor gaat menig talent verloren. Performance coach Den Uil van Sparta: ‘De KNVB moet clubs verplichten uit elk kwartaal evenveel spelers te selecteren. Heb je een team van twintig spelers, dan betekent dit vijf spelers per kwartaal.’

7. Zeg eerst eens A

De Premier League mag het (financiële) walhalla van het clubvoetbal zijn, het blijkt voor Nederlandse voetballers steeds vaker een carrièrekiller. De stap is te groot, want onze spelers krijgen in de eredivisie te weinig weerstand, worden te veel gepamperd en werken vaak niet hard genoeg aan hun ontwikkeling.

De Serie A lijkt een ideale tussenstap. Stefan de Vrij, Wesley Hoedt, Marten de Roon, Kevin Strootman en Hans Hateboer boekten er enorme progressie, vooral op tactisch en fysiek gebied.

Hans Hateboer droomt van de Premier League. Hij hoopt er via de Italiaanse Serie A te komen. Foto ANP

Hateboer, opgeleid en doorgebroken bij FC Groningen, koost bewust voor Atalanta Bergamo. ‘Ik ben ambitieus, wil ooit graag in de Premier League spelen. Maar zou Hans Hateboer van FC Groningen daar direct krediet krijgen? Dat vroeg ik me ernstig af. Eerst maar eens in de Serie A proberen te slagen.’

Inmiddels is hij aangehaakt bij Oranje, waar Davy Klaassen sinds zijn weinig succesvolle overstap naar de Engelse middenmotor Everton is afgevallen.

8. Creëer specialisten, liefst spitsen

Over Klaassen gesproken; wat kan hij nou enorm goed? Wat is zijn wapen? Diezelfde vraag kun je stellen bij Siem de Jong, Urby Emanuelson, Daley Blind, Marco van Ginkel, Jorrit Hendrix, Jordy Clasie. Waarin excelleren ze? Is dat de reden dat deze middenvelders (vooralsnog) niet doorstoten naar de top?

Wat spitsen betreft is het nog dramatischer gesteld. Achter Van Persie en Huntelaar gaapt al tijden een gat. Specialistentrainers met een roemrucht verleden zijn bij de topclubs aangesteld. Bij PSV loopt Ruud van Nistelrooij rond, bij Feyenoord Roy Makaay, Ajax had Dennis Bergkamp. Ze vertellen jonge spitsen gerichter te schieten, aan hun tweebenigheid te werken, hun koptechniek, positie te kiezen, de vooractie, functionele techniek. Los nog van alle fysieke bagage die een topspits vandaag de dag moet hebben.

Extra tip: Schei uit met kunstgras

Alles is anders op kunstgras. De bal rolt anders, duels zijn anders en het effect op het lichaam is anders. Het ziet er ook nog eens niet uit. En om met de gelauwerde grasmeester van Feyenoord, Erwin Beltman, te spreken: ‘Als je veel tijd en liefde in gras steekt, krijg je dat terug van het gras.’

Deze serie werd hoofdzakelijk geproduceerd door Willem Vissers en Bart Vlietstra met bijdragen van Maikel Suilen, Guus Peters en John Volkers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.