Column

Ach Boedapest, stad van Puskás, Robbie de Wit en Queen

Boedapest is zo romantisch dat je er in de emotie een plaat van een straatorkest met zigeunermuziek koopt, die je thuis nooit meer draait omdat Boedapest er niet meer bij zit.

Denk even die gekke premier weg met zijn rare wetten. Denk aan de mooie blauwe Donau. Of aan Ferenc Puskás, in 2006 overleden en bijgezet in een tombe in de Sint-Stefanusbasiliek. De Galopperende Majoor, een van de beste voetballers in de geschiedenis. Lid van de Magische Magyaren die in de groepsfase van het WK in 1954 met 8-3 van West-Duitsland wonnen en de finale met 3-2 verloren, mede omdat Puskás een geweldige schop had gekregen.

Twee jaar later, nadat Russische tanks de straten waren ingerold om de opstand neer te slaan, bleef hij na een Europese wedstrijd in Spanje achter, om veel te winnen met Real Madrid.

Boedapest is betoverend mooi, met uitzicht vanaf Gellért Hill. In Boedapest begon het avontuur, toen vriend Frank en ik in 1986 met de trein door Europa trokken. Wij waren klaar voor de wereld, al raakte het geld ook toen sneller op dan we dachten. We arriveerden met de nachttrein en legden ons te rusten op een bankje in het park, onder een brug. Beurtelings bleven we wakker, want Hongarije was dan wel een communistische heilstaat, je wist nooit zeker of ze van je spullen zouden afblijven, want spullen hadden ze zelf niet.

Over de regenboog gesproken. Ook in Hongarije bestonden toen al homoseksuele gevoelens, al werden die onderdrukt. Frank en ik gingen zonder voorkennis naar een Turks badhuis. Zwemmen onder machtige koepels, in een bad vol loerende mannen, hun hoofd net boven het dampende water. Nooit zal ik vergeten dat Frank, de meest bedaarde vriend in de geschiedenis van mijn vrienden, verschrikt het water uitkwam, wees op een man en zei: ‘Hij kneep in mijn zak.’

Ach, Boedapest, waar Robbie de Wit in 1985 soleerde door de Hongaarse defensie, als ware hij Mozes met zijn stok die de Rode Zee splitste, gevolgd door een heerlijke stiftbal, in het stadion dat toen Nép-Stadion heette. Het Volks Stadion, waar Queen een jaar later een voor een rockband zeldzaam concert achter het IJzeren Gordijn gaf, een optreden dat op Oudjaarsdag jaarlijks op de Nederlandse commerciële zender te zien is, omdat ze niets anders hebben of omdat Queen zo goed was.

Ach, Boedapest, de discoboot op de Donau. Ze draaiden ‘Wake me up before you go-go’ van Wham en ik ontwaarde de schoonheid Marian. Ze was in het wit gekleed, ik wilde met haar dansen en trakteerde haar kring vrienden op grote flessen bier om nader tot haar te komen, flessen die ze van mond tot mond lieten gaan en, eenmaal leeg, overboord gooiden. Ze oordeelden dat de relatie tussen Marian en mij iets te klef werd en hun leider, Jorgos, wilde mij overboord gooien, achter de flessen aan. Gelukkig bezwoer Frank dat we veilig waren, want zijn linnen schoeisel was ook bruikbaar als karateschoentjes.

Enfin. Zondag zit de Puskás Aréna vol, bij Nederland - Tsjechië. De plaat is verloren gegaan. Boedapest leeft.

Willem Vissers Beeld de Volkskrant
Willem VissersBeeld de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden