© ANP

Aardig extraatje voor Jorien ter Mors: winst op de 500 meter tijdens NK afstanden

'Op dit moment zijn de sprintdames schaars in Nederland.' Iets anders kon Jorien ter Mors niet concluderen nadat ze op haar allereerste 500 meter van het schaatsseizoen de nationale titel greep.

Zij is geen pure sprintster, maar vooral een vrouw van de 1.000 en 1.500 meter. Dat gold eveneens voor Marrit Leenstra en Sanneke de Neeling die tweede en derde werden.

De titel was voor Ter Mors daarom niet meer dan een aardig extraatje. Ze pronkt niet met haar medaille als ze van het podium stapt, maar propt hem in haar tas. 'Het is er weer een.'

Ter Mors reed eind september en begin oktober twee wereldbekerwedstrijden shorttrack en reed maar een trainingsrace op klapschaatsen. Dat was een 1.000 meter in Heerenveen. De snelheid van het kortste nummer was even wennen.

'Het was een prima race voor de eerste van het seizoen, maar het was een beetje zoeken.' 'Het was de vraag: hoe kom ik er doorheen? Er zaten wat foutjes in. Het was geen perfecte race. Zo'n race als vandaag wil je eind december niet.' Dan staat het olympisch kwalificatietoernooi op het programma. Daar moet het op weg naar de Spelen in februari allemaal wat soepeler lopen.

Toch blijft de 500 meter een bijnummer voor de 27-jarige Twentse. Wel eentje waar ze de beste van Nederland op is, maar dat zegt haar niet zoveel. Zij richt zich, net als alle andere schaatsers op de Spelen. En de buitenlandse concurrentie lachen om haar winnende tijd van 38,51. Dat weet ze. 'Internationaal stelt dit niets voor.'

De nadruk legt zij daarom op de 1.000 en 1.500 meter. Dat zijn afstanden die haar beter liggen en waarop zij en de andere de Nederlandse dames wel met de buitenlandse toprijders mee kunnen. 'De prestatiedichtheid is daar veel groter.' Een nationale titel op een van die afstanden is daardoor belangrijker.

Evengoed zal ze met alle plezier aan de start verschijnen als ze zich op de Winterspelen in Gangneung afstand plaatst op de 500 meter. 'Ik zie me niet zo gauw een olympische medaille winnen, maar ik zou hem wel rijden. Dat is goed voor mijn ritme, voor mijn snelheid. En je weet het nooit. Je steekt dan in een andere vorm. Misschien maken anderen fouten. Je hebt altijd een kans.'

Met de eerste gouden medaille van het kampioenschapsweekend op zak, richt Ter Mors haar blik op de 1.500 meter van zaterdag en de kilometer op zondag. 'Dat zijn belangrijke dagen. Vandaag was het iets wat we moesten doen.'