Nieuws Ronde van Vlaanderen

Aanvallen loont, bewijst Alberto Bettiol in de Ronde van Vlaanderen

De Ronde van Vlaanderen kleurde zondag Italiaans. Bij de mannen won Alberto Bettiol na een solo over 17 kilometer. Marta Bastianelli was in de sprint van de vrouwenkoers Annemiek van Vleuten te snel af.

Alberto Bettiol verbijt de pijn op weg naar de eindstreep in Oudenaarde. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

De laatste honderden meters van de Ronde van Vlaanderen voelden voor Alberto Bettiol alsof hij de Mortirolo aan het beklimmen was, de ruim 12 kilometer lange Italiaanse Alpencol. Met de pijnscheuten in de benen trapte de 25-jarige Italiaan stug door. Het stijgingspercentage van nog geen 1 procent in de laatste strook werd hem na 270 kilometer bijna te veel.

Ze hebben me te pakken, dacht Bettiol toen er een schaduw langszij kwam. Hij vertikte het om achterom te kijken. Hij wachtte even, toen klonk het geronk van een televisiemotor naast hem. De cameraman wilde de zegetocht van dichtbij in beeld brengen.

De 103de editie van de belangrijkste Belgische voorjaarsklassieker kreeg zondag voor het eerst sinds Alessandro Ballan in 2007 een Italiaanse winnaar. Een onbekende 25-jarige man, waar zelfs de aanwezige Italiaanse journalisten Google voor moesten raadplegen. Had hij al eens eerder een belangrijke koers gewonnen? Niet dus.

‘Het is ze vergeven, hoor’, zei de vrolijke Bettiol op de persconferentie na afloop. ‘Dat ze me niet kennen ligt niet aan hen, maar aan mij. Vorig jaar bij BMC lukte niets. Zo gaat dat. Wielrenners zijn ook mensen van vlees en bloed. Dit jaar bij Education First heb ik mezelf opnieuw uitgevonden.’

Bettiol viel 3 kilo af en koos voor een strenger trainingsregime. Met zijn 1.80 meter behoort hij niet tot de lichtgewichten die gemaakt zijn voor de lange beklimmingen. Hij kan het beste uit de voeten op de korte, steile heuvels zoals in de Vlaamse Ardennen.

Hij koos de aanval op de Oude Kwaremont, de beroemde klim van ruim 2 kilometer, op zo’n 17 kilometer van de finish. Dat hij daarna op de Paterberg, de laatste berg van de dag, niet meer werd teruggehaald door de groep met favorieten, was voor een groot deel te danken aan zijn Nederlandse teamgenoot Sebastian Langeveld. Bettiol: ‘Ik hoorde Sebas over de radio zeggen: ze zitten hier kapot, stuk voor stuk, doorrijden!’

Ruziënd kwam Langeveld over de streep met wereldkampioen Peter Sagan, die vond dat hij hem in de weg had gereden in de slotfase. ‘Ach, er zat denk ik gewoon wat frustratie bij Sagan. Ik heb veel afstopwerk gedaan en ben als een stoorzender door de groep gereden, toen Bettiol alleen op kop reed. Alles binnen de grenzen van het toelaatbare.’

Terwijl Langeveld zich die laatste kilometers als een horzel in het wiel van kopmannen als Greg Van Avermaet, Bob Jungels, Mathieu van der Poel en Wout Van Aert nestelde, kroop zijn Italiaanse teamgenoot diep over zijn stuur. Hij reed een solotijdrit. Zijn geluk was dat er niemand was in de achtervolging die zichzelf wilde opbranden door de inhaalrace te leiden. Kasper Asgreen (Quick-Step) en Alexander Kristoff (UAE) moesten het doen met de tweede en derde plek.

De organisatie had de hoop uitgesproken op een Vlaamse winnaar. Koersdirecteur Wouter Vandenhaute had een aantal jaar geleden zelfs de finale van de wedstrijd verlegd, om het eendagsvliegen moeilijker te maken. ‘Weseman, Nuyens, Ballan, Bartolami; je kreeg van dat soort winnaars’, zei Vandenhaute daarover. Toen Vandenhaute in de aanloop naar de koers de vraag kreeg of hij niet flink zou vloeken als iemand als Bettiol zou winnen, was zijn antwoord kort en krachtig: ‘Die wint niet.’

Maar noem Alberto Bettiol geen eendagsvlieg, zei de Deen Matti Breschel. Hij kwam er pas laat achter dat zijn teamgenoot op weg was naar de overwinning. Breschel lag op achterstand en had zijn oordopjes uitgedaan. Het geschreeuw van zijn ploegleiders werkte op zijn zenuwen.

Toen Breschel zijn oortjes weer in deed, was het geschreeuw nog niet opgehouden. Het begon hem langzaam te dagen. Zou er dan misschien een ploeggenoot op kop liggen? ‘We wisten dat hij goed in vorm was. Hij werd vorige week nog vierde in de E3-prijs. In de Tirreno-Adriatico een maand terug reed hij nog een supertijdrit.’

Met welke renner zou hij zijn Italiaanse teamgenoot willen vergelijken? Breschel: ‘Ik zou het in het huidige peloton niet zo goed weten. Maar als ik dan iemand moet noemen: Paolo Bettini (winnaar van Milaan-Sanremo en tweevoudig wereldkampioen, red.).’

Bettiol doet niet aan vergelijken. Hij wil laten zien wie hij is: ‘Een aanvaller. In Milaan-Sanremo kon ik prima top-10 rijden, maar ik koos ervoor om aan te vallen op de Poggio. Opportunistisch misschien, maar hoe veel mensen kunnen er nou zeggen dat ze het geprobeerd hebben op de Poggio!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden