Aanpak doping is een kwestie voor Brussel

Doping verpest de sport. Jan Rijpstra vindt het daarom tijd voor een debat over een Sportwet en voor maatregelen van de Europese Commissie....

Jan Rijpstra

Sinds 2001 is de illegale handel in geneesmiddelen voor betere prestaties in de sport, doping dus, een economisch delict. Toenmalig staatssecretaris Vliegenthart schreef in een toelichting dat het een taak van de Nederlandse overheid is een antidopingbeleid te voeren. En ook de antidopingconventie van de Raad van Europa, die door Nederland is geratificeerd, spreekt nadrukkelijk van een overheidstaak op dit punt.

Deze benadering komt overeen met het beleid in Duitsland, Groot-Brittannië en Scandinavië.

In het Witboek Sport van juli 2007 doet de Europese Commissie een aantal aanbevelingen om de krachten te bundelen. Zij stelt dat doping een wereldwijde bedreiging vormt voor de sport, dat ze het beginsel van open en eerlijke competitie ondermijnt en de beroepssporter onder onredelijke druk zet. Op Europees niveau moet bij dopingbestrijding rekening worden gehouden met zowel het aspect van ordehandhaving als met het aspect gezondheid en preventie. De Commissie beveelt aan dat de handel in verboden dopingproducten overal in de EU wordt behandeld als drugshandel.

Zijn de Nederlandse aanpak en de aanbevelingen van de Europese Commissie afdoende? Wie de de nota’s over sport van de afgelopen vijftien jaar leest, komt tot de conclusie dat in Nederland verschillende maatregelen zijn genomen.

Ook in Europees verband is het dopingprobleem gesignaleerd, maar van Europese maatregelen of wetgeving is geen sprake. In de Verklaring van Nice van de Europese Raad (2000) wordt gesteld dat de verantwoordelijkheid in de eerste plaats bij de sportorganisaties en de lidstaten ligt, met een centrale rol voor sportfederaties. De Europese Gemeenschap beschikt niet over rechtstreekse bevoegdheden op sportgebied, maar, zo wordt gesteld: ‘uit hoofde van de verschillende Verdragsbepalingen dient rekening te worden gehouden met de maatschappelijke, educatieve en culturele functie van de sport (...) , teneinde de ethiek en de solidariteit die noodzakelijk zijn voor het behoud van de maatschappelijke rol van de sport, te eerbiedigen en te bevorderen’.

Ik deel de oproep van CDA-Kamerlid Joop Atsma, dinsdag in NOVA, waarin hij zegt dat zowel de handel in, als het in het bezit hebben van, als het toedienen van stimulerende, verboden middelen onder Europese wetgeving moet komen te vallen. Ik wil nog een stap verder gaan en de Commissie vragen ook op korte termijn op andere terreinen met Europese wetgeving te komen, zoals het transfersysteem, de media, de bestrijding van voetbalvandalisme, het tegengaan van racisme in de sport, regels voor overheidssteun en bescherming van minderjarigen.

Ook in Nederland moeten we doorgaan. Een paar jaar geleden was er geen Kamermeerderheid voor een Sportwet. Dat gold ook voor de door mij gewenste Voetbalwet. Die komt er nu. Misschien kan de discussie over een Sportwet opnieuw gevoerd worden, gezien de huidige ontwikkelingen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden