AchtergrondTopsporters op dieet

Aankomen en afvallen: olympisch kampioenen Badloe en Büchli op dieet voor een nieuwe sportdiscipline

Olympisch kampioenen Kiran Badloe (windsurfen) en Matthijs Büchli (wielrennen) zijn om verschillende redenen gedwongen naar hun gewicht te kijken. De een hoopt dat de kilo’s eraan vliegen, de ander wil juist flink interen. Maar hoe doe je dat?

Rob Gollin en Eline van Suchtelen
Kiran Badloe in actie tijdens de Spelen van Tokio, waar hij zich tot olympisch kampioen kroonde. Beeld REUTERS
Kiran Badloe in actie tijdens de Spelen van Tokio, waar hij zich tot olympisch kampioen kroonde.Beeld REUTERS

Kiran Badloe, windsurfen

Doel: 15 kilo aan gewicht winnen, vanwege overstap naar nieuw board met foil

De jukbeenderen van Kiran Badloe steken niet langer uit en zijn ribben zijn niet meer te tellen. Badloe heeft voor het eerst in jaren spek op de botten. In vier maanden is de olympisch kampioen windsurfen van Tokio vijftien kilo aangekomen.

Voor Badloe is de keuze voor extra gewicht logisch. De RS:X-klasse waarop hij in Tokio het goud won, wordt in Parijs in 2024 vervangen door de spectaculaire foilplank, die door een speciale vin uit het water wordt getild. Eenmaal boven het water gaat het stukken harder dan het traditionele windsurfen. Bij het foilen maken de lichtgewichten geen kans, zegt Badloe. ‘Als je eenmaal vliegt, wil je zo snel mogelijk druk kunnen leveren. Daar heb je kracht en dus kilo’s voor nodig.’

Omdat alleen de vin nog door het water glijdt, is er veel minder weerstand bij het foilen en gaat het veel harder. Het hoeft maar een klein beetje te waaien om snel vooruit te komen. Door de extra snelheid is er meer spierkracht nodig om het zeil in bedwang te houden.

Kiran Badloe met de wing van zijn nieuwe foilplank in de hand. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Kiran Badloe met de wing van zijn nieuwe foilplank in de hand.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Badloe denkt dat hij in de nieuwe klasse kan uitblinken als hij ongeveer 90 kilo weegt. Dan is hij licht genoeg om snel omhoog te komen uit het water, en heeft hij genoeg kracht om het zeil strak te houden. Hij weegt nu 87 kilo. Met zijn lengte van 1.95 meter was zijn vorige gewicht van 73 kilo op de wedstrijddagen niet fijn, zegt Badloe. ‘Je zit op het randje van ongezond. Je bent super vatbaar voor ziektes en snel vermoeid. Als ik dan in een warm land de airco in en uit kwam, begon ik al snel te snotteren.’

Badloe zocht lang naar wat voor hem het ideale gewicht was op de RS:X-plank. Hij probeerde sinds 2015 verschillende dingen uit. ‘Ik heb ook wel eens rond de 71 gezeten met een vetpercentage van 4 procent, maar dan was ik net een zak met botten. Ik had geen kracht meer in mijn lijf. Ik was licht, maar dat was het dan ook.’

Hoeveel Badloe precies woog, was ook afhankelijk van het weerbericht. Waaide het hard, zorgde hij dat hij rond de 75 kilo woog zodat hij wat meer druk kon zetten op de plank. ‘Tijdens een kampioenschap heb je vaak verschillende weersomstandigheden in een week. Op de dagen met weinig wind doen de lichte jongens het wat beter, bij veel wind de zwaardere. Je moet zorgen dat je niet te veel aan de ene of andere kant zit.’

De 27-jarige surfer probeert sinds de terugkeer uit Japan bij al zijn maaltijden ‘een schep erbij’ te doen. ‘Dat is nu het basisprincipe van mijn dieet. Ik eet hetzelfde, maar meer van alles. Stel dat ik als lunch normaal twee broodjes met avocado en ei eet, zijn dat er nu drie of vier, met drie of vier eieren.’

Naar binnen knallen

Na het avondeten, voordat hij naar bed gaat, drinkt hij nog een eiwitshake. ‘Dan knal ik nog even 400 of 500 calorieën naar binnen, wat mijn lichaam lekker tijdens het slapen op kan slaan.’

Hij doet ook voor het eerst in zijn leven aan krachttraining. Dat deed hij voorheen niet, omdat hij daar te zwaar van werd. Nu zit hij drie keer per week in de sportschool. Met de deadlift, een halter door te hurken vanaf de grond omhoog tillen, begon hij met 70 kilo. ‘Ik had dat nog nooit gedaan, dus we zijn voorzichtig begonnen. Je wilt je lichaam niet meteen uit de kom trekken. De techniek en vorm moeten eerst goed zijn. Ik til nu iets over de 100 kilo.’

Badloe is net terug van een trainingskamp met de Nederlandse foilers op Aruba. De overstap is hem niet tegengevallen. Badloe heeft vorig jaar al een tijdje op de nieuwe plank gestaan toen de Spelen van Tokio met een jaar werden uitgesteld. Hij werd meteen de eerste Europees kampioen in de nieuwe olympische klasse. ‘Ik was bang dat ik een enorme achterstand had, omdat de beste jongens van Nederland er al wat langer mee bezig zijn. Het viel me mee. Het voelt heel gewichtloos aan. Als het zo voelt, is alles in balans.’

Badloe werd in de RS:X-klasse drie keer achter elkaar wereldkampioen in 2019, 2020 en 2021. Hij won in 2019 en 2021 de Europese titel, en werd in Tokio met het goud de opvolger van zijn surfvriend Dorian van Rijsselberghe.

Plekje in museum

Samen met Van Rijsselberghe maakte Badloe zich hard om het foilen op het olympische programma te krijgen. De RS:X plank heeft hij sinds zijn olympische titel niet meer aangeraakt. Het vaartuig lag nog een tijd in Tokio en kwam onlangs aan in Scheveningen bij het Watersportverbond. ‘Ik moet nog bedenken wat ik ermee ga doen. Misschien kunnen we een plekje in een museum vinden.’

Badloe zal niet meer voor de lol op de oude plank gaan staan. ‘Ik heb dat al die jaren al gedaan. Het is juist leuk dat ik nu met iets nieuws aan de gang kan. Dit dieet maakt het ook leuk. Je kunt weer iets heel anders proberen.’

De windsurfer voelt zich beter in zijn nieuwe lijf. Al moest hij er wel een nieuwe garderobe voor aanschaffen. Niets paste meer. ‘Ik heb nog een tijdje in heel strakke broeken gelopen. Die kunnen naar de bak voor tweedehands kleding.’ En zijn vriendin? Die is blij met de extra kilo’s. ‘Mijn sixpack is nu wel weg, maar verder zag ik er natuurlijk niet uit. Je kon mijn ribben tellen. Ik heb nu een normaal postuur. Van haar mogen er nog wel een paar kilo bij.’

Matthijs Büchli in volle sprint tijdens de wereldkampioenschappen baanwielrennen. Beeld ANP
Matthijs Büchli in volle sprint tijdens de wereldkampioenschappen baanwielrennen.Beeld ANP

Matthijs Büchli, wielrennen

Doel: 10 kilo gewicht kwijtraken, vanwege overstap van baan naar weg

Hij is verrast: Matthijs Büchli (29) traint tegenwoordig zo’n vijf uur per dag op de racefiets - met uitzondering van een week met koorts en hoofdpijn als gevolg van corona - en er valt nauwelijks tegenop te eten. ‘Bizar hoeveel calorieën je verbrandt. Tijdens het fietsen moet je het al aanvullen.’ Daarmee vergeleken vallen de porties die hij verorberde toen hij zijn dagen op de wielerbaan sleet in het niet. ‘Maar dan sprintte je vier, vijf keer op vol vermogen, elke keer zo’n 30 seconden, en tussendoor lag je vooral op de grond.’

Hij zit aan een kom yoghurt, aangevuld met een schep eiwit en wat muesli. Minder naar binnen werken is blijkbaar geen optie, toch zullen er kilo’s af moeten bij de wereldkampioen van 2019 op de keirin en de olympisch kampioen op de teamsprint in Tokio. Büchli maakte onlangs bekend na een carrière van ruim tien jaar te stoppen als baanrenner. De Apeldoorner, in dienst van Beat Cycling, wil zich gaan manifesteren als sprinter in wegkoersen.

Op de baan was de motivatie verdampt. De grote doelen waren bereikt, de monotonie (‘telkens maar linksom’) begon hem op te breken, zeker nadat corona het team anderhalf jaar in volstrekt isolement dwong en tot aan de Spelen in Tokio geen wedstrijd meer werd gereden. ‘Eigenlijk had ik het in april 2019 al besloten, na de WK in Polen. Ik zat in Japan, voor het keirincircuit daar. Ik reed buiten, in het zonnetje, in een schitterende omgeving, en stelde vast dat het cirkeltje rond was. Ik wist dat het na Tokio voorbij zou zijn.’

In de kreukels

Een begin van gewichtsverlies is er al. Hij merkt dat het bovenlichaam aan omvang heeft ingeboet, sinds hij het krachthonk niet meer van binnen ziet. Voorheen moesten armen en schouders sterk zijn om de fiets stabiel te houden. Hij zal de halters niet missen. ‘Het was voor mij altijd wel een lijdensweg. Als ik de grens opzocht, lag ik daarna altijd in de kreukels.’

Hij heeft er alles aan gedaan het postuur van de mannetjesputters uit het baanteam - Roy van den Berg, Jeffrey Hoogland en Harrie Lavreysen - te benaderen. ‘Dat was nodig om voor wereldtitels te strijden. Die jongens zijn krachtpatsers. Ik ben anders gebouwd. Ik ben supersnel, maar niet heel sterk. Ik heb er drie, vier jaar aan gewerkt, ik maakte meer uren dan anderen in het krachthonk. Maar ik squatte nooit meer dan 150 kilo, terwijl zij 250 haalden. Dat is een immens verschil. Ik kreeg last van mijn rug, alsof mijn lichaam liet weten dat ik hier niet voor gemaakt was.’

Büchli, trainend op de weg. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Büchli, trainend op de weg.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

In die periode sloeg de weegschaal uit naar 93, 94 kilo, een handvol boven zijn normale lichaamsgewicht. Zolang het spiermassa betreft, is er weinig reden tot zorg. ‘Wat vooral telde was een laag vetpercentage. Je gaat liever niet met twee kilo aan vet de baan op. Voor de Spelen ben je een jaar bezig om heel geleidelijk af te vallen. Je moet opletten dat je de spieren behoudt. Dat is een lastig proces. Maar je komt al een heel eind met suikers skippen en het mijden van chips en taartjes.’

Nu hij zich op de weg wil mengen in de explosie op de laatste meters is 90 plus uitgesloten. Büchli schat dat hij zal uitkomen op 83 kilo, ‘misschien nog iets minder’. Veel lichter moet het niet worden. Hij zag het aan Theo Bos, de net gestopte sprinter die in 2009 net als hij het hout verruilde voor het asfalt. ‘Theo had zijn beste jaren op de weg, toen hij nog niet megadun was. Het is alsof ergens een sweetspot is: je wint aan duurvermogen om je in lange koersen te kunnen handhaven, terwijl je nog de kracht van de pure sprint behoudt.’

Evenwicht vinden

Van blindstaren op de kilo’s zal geen sprake zijn. Zijn nieuwe trainer, Louis Delahaije, had het hem al voorgehouden: met 90 kilo ben je een heel, heel zware wielrenner, met 80 kilo ben je dat ook. Büchli: ‘Op het vlakke maakt het ook weinig uit. Je zit in het peloton, je fietst vooruit. Maar eind januari rijd ik mijn eerste koers van het seizoen, de Challenge Ciclista Mallorca. Daar rijden gasten als Alejandro Valverde. Ik kom geen berg over. Dan gaan de kilo’s wel tellen. Maar de sprint is mijn enige wapen. Ik zal een evenwicht moeten vinden tussen gewichtsverlies en het behoud van spiermassa.’

Voorlopig, zegt hij, is de grootste uitdaging het simpelweg kunnen bijhouden van het peloton. Hij reed in oktober de Ster van Zwolle (87-ste) en de Ronde van Drenthe (afgestapt). ‘Het ging gewoon te hard, ik kon niet meer. Maar wie ongetraind is in duursporten, kan in het begin enorme stappen zetten. Daar ben ik nu mee bezig. Goed trainen, gezond eten.’

Hij heeft intussen gekeken naar toekomstige concurrenten als Dylan Groenewegen en Caleb Ewan. ‘Vergeleken met mij en Theo zijn dat geblokte en gespierde gasten, die van nature misschien wat minder snel zijn. Apart om te zien hoe dat kan uitpakken. Er zijn zoveel mogelijkheden in het wielrennen: van vlakke eendagskoersen tot etappewedstrijden van drie weken in de bergen. Ergens in dat spectrum moet ik toch iets kunnen winnen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden