Aaneenschakeling van rariteiten, veerkracht en soms ook vuig spel

JOHANNESBURG - In de wedstrijd van de tot bijna onaanvaardbare proporties oplopende spanning boog een strijdend maar te weinig voetballend Oranje in de 116de minuut voor Spanje....

Rafael van der Vaart (R) in duel met Andrés Iniesta van Spanje. © anp

Weer is Nederland dus geen wereldkampioen, in de derde finale na 1974 en 1978. Weer tweede. De finale paste overigens wel in het beeld dat het Nederlands elftal van zichzelf schiep, gedurende de wonderlijke avonturen in Zuid-Afrika: een onnavolgbare aaneenschakeling van rariteiten, oprispingen, karakter, veerkracht, inzinkingen en soms ook vuig spel, wat leidde tot negen gele kaarten op deze frisse avond in Soccer City, onder de sterrenhemel van Johannesburg.

Spanje was voetballend beter, hetgeen overigens geen verrassing was. De Europees kampioen won derhalve verdiend. Maar het Nederlands elftal van 2010 is een vechtmachine in het oranje die weigerde te buigen en de tijd zelfs met tien man rekte, bijna tot de strafschoppen. De woede van Nederland richtte zich vooral op scheidsrechter Webb, die een halve minuut voor de fatale treffer een hoekschop vergat te geven, na een vrije trap van Sneijder.

Thriller
Wat een doldwaze wedstrijd was het weer van Oranje, een thriller die ontbrandde na de rust, toen de ploegen elkaar gaandeweg ruimte gunden, vermoeid als ze raakten. Jammer dat het elftal niet meer aan voetballen toekwam. Voetballen is 's lands handelsmerk.

Het Nederlands elftal heeft de wereld niet bepaald verwend, de afgelopen maand. Het was een andere ploeg dan de voetbalvolgers gewend zijn, een ploeg die te zelden het aanvalsspel liet zien waarop Oranje patent heeft en dat navolging vindt in de wereld. Het spel ging gepaard met te veel overtredingen, en was gelardeerd met 24 gele kaarten en dus één rode. Wat dat aangaat, is het tijd voor bezinning.
Het was vooral een steekspel tot de rust. Nederland verkeerde in de wetenschap dat het Spaanse middenveld oppermachtig is als het de bal mag rondtikken zoals het dat graag wil. Iniesta en co drukten Oranje steeds verder weg, maar de muur bleef staan, en af en toe schoot Oranje dankzij de aanvallende wapens.

Ontregelen
De botsende aanvalsstijlen van Spanje en Oranje probeerden elkaar lange tijd vooral te ontregelen. De finale van het WK is immers geen spel meer, het is bittere ernst, het is eeuwige roem of een vlek op het sportieve blazoen.

En Oranje, in de wetenschap dat de topvorm te vaak ontbrak tijdens het WK, weerde zich tot de Spaanse armada niet meer te houden was. Van Bommel had in zijn beschouwingen steeds gezegd dat de ploeg in noodgevallen desnoods voor strafschoppen moest gaan. Dat lukte net niet.

Zo kwam het rapport op het bord, na het zilver. Doelman Stekelenburg deed Van der Sar vergeten, in een schitterend toernooi. Van der Wiel is de rookie met een toekomst van goud. Heitinga was in zijn vierde toernooi eindelijk onomstreden. Zijn rode kaart in de verlenging was een optelsom. Mathijsen is soms verguisd, maar hij was immer betrouwbaar en hield voortdurend grote opruiming. Bijna scoorde hij zelfs in de finale, met het hoofd. Van Bronckhorst excelleerde in de laatste wedstrijd van zijn loopbaan, totdat hij in de verlenging moest afhaken ten gunste van de debuterende Braafheid.

Provocateur
Van Bommel is de provocateur en controleur ineen, de regelaar en ontregelaar. De Jong was zijn trouwe cipier. Robben, de dribbelaar, had Oranje misschien de wereldtitel kunnen bezorgen, bij de eerste hele grote kans van de wedstrijd. Sneijder was de nummer tien die soms zomaar opdook vanuit de totale onzichtbaarheid. Kuijt, de eeuwige arbeider, was op na 70 minuten en Van Persie bleek opnieuw geen spits, hoe graag hij dat ook wilde zijn. Hij mocht tot het bittere eind blijven staan van de bondscoach, Van Marwijk, die hem oneindig vertrouwen schonk.

De bondscoach dus, Van Marwijk, mag trots zijn op zijn werk, hoewel een terugkeer naar een meer pure vorm van voetbal valt aan te raden. De nederlaag was de eerste na 25 ongeslagen duels. Hij had alleen geen gelukkige hand van wisselen in de finale, met Elia en Van der Vaart als wissels.

Zinderend
Het was vooral een tot in elke vezel zinderende wedstrijd, die steeds voller liep van spanning. Aanvallen en tegenhouden, opjagen en afbreken, het opeens kunnen ontbranden met de wapens Robben en Sneijder, dat was het spel. Die ene kans van Robben, na de geniale pass van Sneijder, als dat eens een doelpunt had opgeleverd. Ja dan.

De toon was te vaak onaangenaam. Verkrampt, onbeschoft soms, met overtredingen die niets met voetbal te maken hebben. De Jong, met een karatetrap op het borstbeen van Alonso, had al meteen rood kunnen krijgen. De Jong, Van Persie, Van Bommel, ze balanceerden al snel op de rand van rood, net als Puyol en Ramos bij Spanje. Niets toegeven, doorgaan tot de botten kraken, dat was deze finale. Te weinig doelpunten, te veel spanning. Aftasten. Maar die onsportiviteit, slechts een beetje in de hand gewerkt door scheidsrechter Webb, die staat Oranje niet, die riekte te veel naar het vorige WK, naar de afgang tegen Portugal in de tweede ronde. Speltechnisch gezien kreeg de wereld daarom de juiste kampioen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.