Ajax - Benfica 5 maart 1969

5 maart 1969: de dag dat Parijs Ajax-rood kleurde

Amsterdam was uitgestorven, vijftig jaar geleden. 500 kilometer verderop brak Ajax door op het internationale podium. Spelers en supporters blikken terug op de beslissingswedstrijd tegen grootmacht Benfica in de Europa Cup 1.

Ajax-supporters nemen na de wedstrijd Ton Pronk op de schouders. Beeld Spaarnestad

Na de wedstrijd stormden supporters het veld op en namen Barry Hulshoff op de schouders. Ze omklemden zijn benen alsof ze de robuuste verdediger nooit meer wilden loslaten. Eenmaal terug op de grond werd Hulshoff het shirt van het lijf gescheurd. Terwijl hij zich uit de voeten maakte, rukten supporters als honden aan het textiel in de hoop er een reep van over te houden.

Een halve eeuw geleden, op 5 maart 1969, bereikte Ajax de halve finale van de Europa Cup 1, de voorloper van de Champions League, door Benfica met 3-0 te verslaan in een beslissingswedstrijd in Parijs. De thuis- en uitwedstrijd waren beide in 1-3 geëindigd. Met tienduizenden waren Ajax-supporters hun club achterna gereisd.

Parijs kleurde die dag tot laat in de avond rood-wit en was even een Nederlandse stad. ‘Zo’n enorm straatfeest had Parijs sinds de bevrijding niet meer meegemaakt’, schreef France-Soir.

De overwinning op tweevoudig Europa Cupwinnaar Benfica wordt beschouwd als de internationale doorbraak van Ajax. ‘Wij zijn een gebied binnengegaan, waarvan we het einde nog niet kennen: het topvoetbal. Een weg terug is er niet meer’, zei trainer Rinus Michels. Al verloren de Amsterdammers dat jaar nog wel de finale van AC Milan.

Vijftig jaar later staat Ajax opnieuw voor een hels karwei. Dinsdag 5 maart moet het de 2-1-thuisnederlaag wegwerken in Madrid om de kwartfinale van de Champions League te bereiken.

De aanloop naar Parijs was sensationeel geweest. Benfica was een grootmacht, had in de acht voorgaande jaren in vijf Europa Cupfinales gespeeld en er twee gewonnen. Ajax speelde eerst thuis. Groot was het optimisme in Amsterdam toen het ging vriezen en het Olympisch Stadion onder een dik pak sneeuw lag.

Michels kneedde Ajacieden tot profs

Trainer Rinus Michels kneedde de Ajacieden in de tweede helft van de jaren zestig van betaalde liefhebbers tot profs. Hij maakte korte metten met de elftalcommissie die de opstelling bepaalde en voerde een dagelijkse training in. Spelers die wat verder weg woonden liet hij tussen de middag slapen op matjes in de gymzaal van stadion de Meer. Spelersmakelaars bestonden nog niet. De speler die meer geld wilde, werd ontboden bij de penningmeester thuis die hem de hotelrekeningen liet zien die Ajax moest betalen als het in het buitenland speelde. Het was zonneklaar dat er niet veel meer in zat.

Piet Keizer, Johan Cruijff en Klaas Nuninga waren de eerste fullprofs. Groninger Nuninga stond de eerste jaren dat hij bij Ajax speelde voor de klas. Zijn vrouw keek de proefwerken na opdat hij kon trainen.

Bennie Muller en Sjaak Swart hadden een sigarenzaak en verkochten kaartjes voor wedstrijden van Ajax, Keizer handelde een blauwe maandag in Perzische tapijten, Theo van Duivenbode deed in verzekeringen, Tonnie Pronk en Wim Suurbier runden een sportzaak.

De professionalisering had voorzitter Jaap van Praag nog niet uit de kleedkamer verjaagd. Die kwam voor de wedstrijd nog steeds een mop vertellen.

De grasmat werd min of meer sneeuwvrij gemaakt, maar de Portugezen zouden niet uit de voeten kunnen op de toendra, was de stiekeme hoop. Dat pakte faliekant anders uit, Ajax verloor met 1-3.

Niemand gaf nog een cent voor Ajax’ kansen, de returnwedstrijd werd niet eens uitgezonden op tv. De Amsterdammers speelden in Lissabon een van hun beste wedstrijden en wonnen met dezelfde cijfers. De knuffel die sterspeler Eusébio Johan Cruijff na de wedstrijd gaf, was veelzeggend. De machtsovername was aanstaande.

Een beslissingswedstrijd op neutraal terrein moest een winnaar opleveren. Ajax - Benfica was een van de laatste beslissingswedstrijden in UEFA-verband. Een jaar later werd de regel ingevoerd dat een verlenging en eventueel strafschoppen de beslissing moesten brengen bij een gelijke stand na twee wedstrijden.

Uitgelaten Ajax-supporters vieren de overwinning in hartje Parijs. Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/ANP

Het werd Parijs, Stade de Colombes, een vervallen stadion zonder lichtinstallatie, daarom was de aftrap al om drie uur ’s middags. Na ‘het wonder van Lissabon’ wilde iedereen erbij zijn.

‘Het was een gekkenhuis, heel Amsterdam was dagen van tevoren in rep en roer’, zegt Bennie Muller, die in Parijs in de tweede verlenging inviel. In de woning boven zijn oude sigarenzaak in de Haarlemmerstraat haalt hij herinneringen op. Een stuk of tien bussen had hij vanuit zijn winkel geregeld. Dat waren veel kaartjes voor een winkel in een DWS-buurt.

‘Zo mooi wordt het nooit meer’

‘Wij waren ver in de meerderheid. Als de Portugese supporters Benfica scandeerden, kwam er een overdonderend Ajax overheen. Ik krijg nog kippevel als ik daaraan denk.’ Alain Timmers was als brugklasser van de partij in Parijs. Zijn vader had kaartjes geregeld. De school deed niet moeilijk dat zijn zoon anderhalve dag verzuimde.

‘Zo mooi als toen wordt het nooit meer’, verzucht Timmers. ‘Er hing romantiek rond het elftal. Er was nog clubliefde, Vasovic en Danielsson waren de enige exoten. De anderen waren bijna allemaal Amsterdammers met wie je je heerlijk kon vereenzelvigen.’

Rob van Vuure zat in militaire dienst en was zonder toestemming met drie maten naar Parijs gereisd. De straf viel mee, de sergeant had er alle begrip voor, ze moesten twee weekeinden binnen blijven. ‘We zaten op een onmogelijke plek, we zagen niks, maar we waren erbij.’

Uitgestorven

Amsterdam was die middag uitgestorven. De trams waren leeg, winkels gesloten, marktkramen ingepakt en scholieren kregen vrij. Heel Nederland lag stil, bedrijven hadden tv’s gehuurd zodat hun werknemers konden kijken. De werkgevers becijferden dat die middag een verlies van 45 miljoen gulden was geleden, omgerekend naar de huidige waarde een dikke 90 miljoen euro.

In Zandvoort liet melkboer Piet Castien zijn wijk voor wat die was. Zijn klanten hadden niet eens in de gaten dat de melk een paar uur later werd bezorgd, ze keken zelf ook allemaal.

Hun huiskamer zat vol voetballiefhebbers die ook hadden moeten werken, herinnert zoon René Castien zich. Hij was 10 jaar. ‘Ik voelde dat er iets belangrijks gebeurde. Voor het eerst telde een Nederlandse club internationaal mee. Je had het gevoel dat er mooie dingen op komst waren, het gevoel dat je nu weer hebt met Ajax.’

Op vierhoog in Velserbroek schudt Heinz Stuy een plastic zak met foto’s leeg op de eettafel. Een kleine replica van de Europa Cup staat op een plank aan de muur. Stuy won hem drie keer met Ajax (1971, 1972 en 1973). In Parijs was hij reservekeeper.

Parijs was een sensatie, zegt Stuy. ‘We reden met twee bussen naar het stadion. In de eerste zaten de spelers, in de tweede onze vrouwen. Het verkeer stond muurvast met auto’s en uitgelaten fans. De politie loodste ons de andere weghelft op en drukte met zes motoren tegemoetkomende auto’s de berm in. Anders hadden we nu nog vastgestaan.’

Keeper Gert Bals tast mis. Links Velibor Vasovic, rechts Wim Suurbier. Beeld Spaarnestad

Met een dikke 63 duizend toeschouwers puilde Stade de Colombes uit. Over het aantal Ajax-supporters lopen de verhalen uiteen van dertig- tot vijftigduizend. Ze hadden Ajax-petjes op, toeterden erop los, zwaaiden met clubvlaggen en staken spandoeken in de lucht met ‘Benfica, de vette kluif is een makkie voor Johan Cruif’ en ‘Ajax at spinazie, Benfica wordt ’t hasie’. Gendarmes zaten in hurkzit langs het veld en keken geamuseerd naar de Ajax-gekte.

De wedstrijd was slecht, bleef spannend en eindigde in 0-0. In de verlenging sloeg Ajax met drie doelpunten toe. Persfotografen in lange jassen renden na de 2-0 het veld op om de juichende Ajacieden te fotograferen.

Supporters stormden van de tribune en holden het veld op. ‘Wees ­verstandig mensen, laat de wedstrijd rustig uitspelen’, smeekte radio-­commentator Theo Koomen.

Spijbelende helden

Chris van Lankeren zat in de vierde van het Pius X College in Amsterdam en liftte zonder kaartje met een vriend naar Parijs. Ze hadden alle twee een tientje op zak. Thuis hadden ze een briefje achtergelaten met de mededeling dat ze naar Ajax - Benfica waren. Bij de Utrechtsebrug staken ze twee stukken karton in de lucht, een met Parijs en een met Ajax. Binnen een kwartier hadden ze een lift naar Parijs.

Ze sliepen in een kerk, achter de biechtstoel vlak bij de verwarming, en gingen de volgende middag naar het stadion. Midden in de mensenmassa glipten ze langs suppoosten Stade de Colombes in.

Weer thuis deed opa Piet, die bij de Van Lankerens inwoonde, open. ‘Chrissie jongen, wat ze ook tegen je gaan zeggen, dit neemt nooit iemand meer van je af’, zei hij met een brede grijns.

Zijn ouders en de school dachten er anders over. Van Lankeren kreeg een tijd geen zakgeld, werd twee weken geschorst en moest een berg strafwerk maken. Terug op school werden de spijbelaars als helden binnengehaald door hun klasgenoten.

Ploeg van kerels

In de logeerkamer waar hij zijn voetbalrelikwieën bewaart, bladert Klaas Nuninga thuis in Baarn door een reusachtig plakboek. Ook hij zat in Parijs op de bank. Het plakboek is zo groot dat je de bladzijden met twee handen moet omslaan. ‘Ajax vernedert Benfica in extra tijd’, jubelt Het Parool. ‘Michels heeft een ploeg van kerels gemaakt.’

Michels, de stugge trainer Michels, sloeg de maat terwijl supporters hossend de Zilvervloot zongen. De superlatieven buitelen over elkaar in Nuninga’s plakboek. ‘Zoals een bruidegom zijn bruid over de drempel draagt, zo tilde het legioen Ajax naar de halve finale.’

‘Omdat de supporters erg opdringerig werden, mochten de spelers op eigen houtje de stad in’, schrijft masseur Salo Muller (geen familie van Bennie) in Mijn Ajaxjaren. Met Piet Keizer en hun vrouwen belandde hij in de Crazy Horse Saloon. ‘We vielen halverwege in een act met mooie topless dames. Een prachtige serveerster kwam onze bestelling opnemen.’

Keizer en Muller bestelden een whisky. Dat ging niet, je kon alleen per fles bestellen. ‘Omgerekend kwam het neer op 300 gulden. Piet en ik keken elkaar aan. Wegwezen hier. Na een superfooi aan de portier te hebben gegeven stonden we weer op straat. Tussen feestende Hollanders in Parijs!’

Stuy zuinigjes: ‘We zullen het niet bont hebben gemaakt, onze vrouwen waren erbij. Bovendien was ik niet zo’n stapper.’

Daags na de wedstrijd stond Muller weer in zijn sigarenzaak. Opgewonden klanten stonden hem al op de stoep op te wachten. ‘Heerlijke tijd, ik heb in de keuken achter in de zaak wat afgekletst over voetbal.’

In de herfst keerden voorzitter Jaap van Praag, trainer Michels en aanvoerder Gert Bals terug naar Parijs om de trofee voor de Europese ploeg van het jaar in ontvangst te nemen. Jacques Goddet, directeur van het voetbalblad France Football, roemde Ajax om de propaganda voor het voetbal die het die 5de maart had gemaakt.

Twintig maanden later won Ajax zijn eerste Europa Cup.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden