10 duizend uur trainen voor de wereldtop handbal

Vandaag begint in Frankrijk het olympisch kwalificatietoernooi. Nederland is kansrijk. Dat is mede te danken aan de Handbal Academie, een initiatief uit 2006 met als doel handbal te beoefenen als topsport.

2006. Roxanne Wiegerinck van SEW is een van de eerste speelsters die 'intern gaat' op Papendal. Beeld null
2006. Roxanne Wiegerinck van SEW is een van de eerste speelsters die 'intern gaat' op Papendal.

Het begin

In het begin was er slechts een idee. Het ontsproot aan het brein van Sjors Röttger, de bondscoach van de nationale vrouwenploeg, die bij het WK in Rusland de tot dan de beste Nederlandse verrichting uit de handbalhistorie leverden: de vijfde plaats. 'De speelsters waren gemiddeld 27,8 jaar en zouden nog hooguit twee jaar mee kunnen. De clubs in Nederland trainden nog steeds zeven uur per week. De laatste grote prestatie van het Nederlandse handbal leek geleverd.'

Röttger bedacht, samen met sportdirecteur Ben Spaai en jeugdcoach Monique Tijsterman, dat er een jeugdplan moest komen. Het terrein kende hij: Papendal. 'Als Arnhemse jongen wist ik dat daar de grijze bunker stond. Die moest voor ons worden.' Röttger zei tegen zijn meedenkers: 'Is het geen goed idee om de eerste teamsport te worden die een sport-, studeer- en woonprogramma inricht?'

Het handbalverbond (NHV) had na de vijfde plaats van het WK recht op een A-status voor zijn internationals. Daar zag de bond van af. Röttger: 'We hadden met Charles van Commenée te maken, de opvolger van Joop Alberda als technisch directeur van NOC*NSF. Ik zei: die man wil iets nieuws, iets anders. Wij kwamen met iets anders. 24 handbalsters op Papendal, in eigen kamers, met 16 uur training per week.'

Enthousiast

Van Commenée was enthousiast. Hij stuurde Jochem Schellens en Mirjam Uppelschoten om te assisteren. Hij waardeerde de lef van het NHV om een nieuwe richting in te slaan. De TD wilde ook sportbevolking op Papendal. AA Drink ging het project sponsoren. Er kwam een budget van 450duizend euro en er werd veel moeite gedaan om Röttger los te weken bij Defensie, zijn werkgever. Tijsterman werd 'moeder overste'. Zij had de speelsters al gepolst.

In mei 2006 was er nog een spannend moment. De clubs sputterden tegen. In de vergadering blufte Röttger. 'Als jullie nu beloven voortaan 16 uur per week te trainen, gaat de stekker uit dit plan.' De stemming was tien clubs voor, een tegen, een onthouding. De HandbalAcademie was een feit.

10 jaar Academie

-Sinds de oprichting in 2006 zijn 96 speelsters toegelaten tot de Handbal Academie.

-37 werden A-international.

-Ze speelden 1.427 interlands.

-In het project is 4,5 miljoen euro geïnvesteerd, zo'n 450 duizend euro per jaar.

-Van de huidige selectie hebben de volgende internationals de Academie doorlopen: Angela Malestein (83 interlands), Danick Snelder (115), Estavana Polman (85), Jessy Kramer (88), Kelly Dulfer (45), Laura van der Heijden (144), Lois Abbingh (88), Lynn Knippenborg (55), Martine Smeets (53), Sanne van Olphen (58), Tess Wester (39).

De filosofie

De aanpak is gebaseerd op de tienduizendurenregel. Het is een internationaal gehanteerde benchmark, een vuistregel. Een sportman c.q. sportvrouw moet tienduizend uur hebben doorgebracht in de trainingshal, voor er aansluiting is bij de wereldtop. Met zeven uur trainen bij een club komt een handbalster daar niet aan.

Zestien uur op Papendal, twee uur bij de club op vrijdag plus een competitiewedstrijd vormen de twintig uren per week die voor de score van duizend uur per jaar zorgen. School is vlakbij, huisvesting is op Papendal om reisuren te beperken. De vijf pijlers waar de opleiding tot tophandbalster op rust zijn techniek, tactiek, fysiek, mentaal en sociaal. 'Die laatste pijler is cruciaal', meent Röttger, een ex-militair die hecht aan innerlijke discipline.

Sjors Röttger (archieffoto). Beeld null
Sjors Röttger (archieffoto).

Denemarken

Voor het trainingsprogramma werd naar Denemarken, succesland in het handbal, gekeken. Röttger: 'Er was daar geen vergelijkbaar programma. Ik keek naar het voetbal, naar Vitesse in Arnhem. Werd ik ook niet vrolijk van. Toen zijn we met inspanningsfysioloog Gerard Rietjens gaan werken. Hij was actief bij de schaatsploeg TVM en later ook bij de commando's. Hij heeft onze fysieke training ontwikkeld, met het hanteren van een logboek.'

Per dag is er een sessie kracht en een pure handbaltraining. Daarbij komt de Nederlandse visie voor het voetlicht. Die is in 2000 geschreven door Ton van Linder, samen met Bert Bouwer, Henk Groener en Sjors Röttger, het technisch hart van het Nederlands handbal. 'Onze trefwoorden zijn snel, verrassend, dynamisch en effectief. Onze speelsters zijn niet extreem lang, daarom is er gekozen voor veel snelheid. Dynamisch is snel doen. Verrassend is individueel handelen. Het teamtactisch concept, patroonhandbal, heeft afgedaan. Het is situatief handelen, uit de Zweedse leer.'

Als Rusland niet verslagen kan worden in het trage speltype, dan wordt daar de Nederlandse school tegenover gezet. Röttger wilde zeventig aanvallen per wedstrijd zien, ongekend veel. Het werkte. Het ongenaakbare Rusland werd op 21-21 gehouden.

70
aanvallen per wedstrijd is het doel van Sjors Röttger, bondscoach en geestelijk vader van de Academie.

11
internationals die de academie hebben doorlopen, nemen vanaf vrijdag deel aan het olympisch kwalificatietoernooi. Tegenstanders zijn Frankrijk, Japan en Tunesië.

Het resultaat

In tien jaar tijd is Nederland aangesloten bij de wereldtop. Het is de min of meer voorspelde uitkomst van tienduizend gemaakte trainingsuren. Bij het WK in Denemarken eind 2015 eindigde de nationale ploeg als tweede. Alleen Noorwegen bleek een maat te groot voor het getalenteerde team van coach Henk Groener dat een oogstrelende techniek op de vloer legde.

De Handbalacademie die in september zijn tienjarig bestaan viert, heeft 37 internationals voortgebracht. In totaal werden 96 meisjes aangenomen voor de opleiding op Papendal. Uit de huidige ploeg die vandaag in Metz om olympische kwalificatie strijdt hebben elf (van de zestien) speelsters een 'academische' achtergrond. De rest is zij-instromer.

De wereld kijkt jaloers naar het succes van het opleidingsmodel dat er slechts is gekomen, omdat het clubsysteem van het NHV onvoldoende topkwaliteit voortbrengt. Door het ontbreken van meerdere topclubs - de enige professionele, Sercodak Dalfsen, stopt - moeten de opgeleide handbalsters na maximaal drie jaar het buitenland opzoeken. Toptalenten als Polman en Abbingh vertrokken al. Over de grens spelen liefst 38 Nederlandse vrouwen in professionele dienst. Daarmee is de handbalster een exportartikel geworden.

Estavana Polman tijdens een persbijeenkomst van de Oranjedames. Beeld null
Estavana Polman tijdens een persbijeenkomst van de Oranjedames.

B-ploeg

De opleiding levert zoveel talent dat de Nederlandse ploeg (met zijn zestien tot achttien beschikbare plaatsen) intussen niet elke kandidaat meer kan herbergen. Bondscoach Groener wil een B-ploeg beginnen.

Röttger: 'Dat idee gaan we na de Spelen van Rio bespreken. Onze opleiding moet anderhalf speelster per jaar opleveren, om de A-selectie op kracht te houden. De ploeg zit bijna vol, al zie ik de komende vier jaar toch wisselingen ontstaan.'

Het doel van het Nederlandse handbalmodel is 'continu bij de wereldtop' te behoren. Röttger: 'Als we daar structureel deel van uitmaken, rolt daar vanzelf een keer een wereldtitel of een olympische titel uit. Of een Europees kampioenschap, wat het zwaarste toernooi van allemaal is. Daar gaan we voor.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden