‘Ze zijn dom geweest om mij te ontslaan’

Na een dienstverband van bijna tien jaar schoof de roeibond onverwacht Josy Verdonkschot aan de kant. De coach gist nog altijd naar de ware reden....

Aan zijn kwaliteiten als coach ligt het niet. Vraag het na bij een willekeurige roeier of bondsbestuurder en ze zullen zeggen dat Josy Verdonkschot een prima trainer is. Eigenzinnig misschien, soms op het betweterige af, maar loop door zijn palmares en de conclusie dat hij een ploeg klaar kan stomen voor een toernooi is gerechtvaardigd.

Toch werd hij enkele weken geleden door de roeibond bedankt voor bewezen diensten. De zware vrouwen, en in mindere mate de lichte vrouwen, wilden een andere bondscoach. Dus belde de Commissie Top Roeien (CTR) snel met René Mijnders, die afgelopen zomer al had laten doorschemeren dat hij vanuit Zwitserland graag terugkwam naar Nederland.

Verdonkschot laat in het midden wat nu eerder was: zijn ontslag of de aanstelling van Mijnders. Er kan een kwaadwillend scenario ten grondslag liggen aan zijn vertrek of een goedwillend. Hij wil alleen maar denken aan het laatste. ‘Ik ga ervan uit dat de CTR denkt dat dit een goede oplossing is en dat zij een aantal beren op de weg ziet die ik niet zie.’

Het belangrijkste verwijt dat Verdonkschot wordt gemaakt, is dat hij er niet in slaagde bij de WK in Eton een acht aan de start te krijgen. Het leidde tot een vertrouwensbreuk in zijn selectie. ‘Ik heb bij het begin gezegd: geloof mij nou maar, doe nou maar mee, dit is de lijn. En zij vinden dat ik die lijn niet heb doorgezet. Daarin hebben ze gelijk.’

Maar hij was niet de schipper die verantwoordelijk was voor de koerswijziging. Dat was de CTR. Verdonkschot stelde hoge eisen aan zijn roeiers. Verdonkschot wilde dat ze fulltime beschikbaar waren. Uiteindelijk zou dat in 2008 moeten leiden tot olympisch goud. ‘Ik heb mijn eisen niet door alle roeisters tot de letter laten uitvoeren. Ik vond het een proces dat langzaam in gang getrokken moest worden. Je moet een vuurtje aansteken voordat het brandt.’

Maar na de wereldbekerwedstrijd in Luzern hakte de CTR ineens de knopen door voor de zware vrouwenselectie. Voor het WK was de deelname van een Nederlandse acht ineens niet voorzien. ‘Waren de tegenvallende resultaten het gevolg van mijn keuzen? Nee’, zegt Verdonkschot vastberaden. ‘Ik heb toegestaan dat er een scheiding ontstond in groep, dat had ik nooit mogen toelaten.

‘Ik had harder met mijn vuist op tafel moeten slaan en er nooit mee akkoord moeten gaan dat mijn plan werd gewijzigd. Waarom ik dat niet heb gedaan? Omdat ik dacht dat het niet nodig was, ik dacht dat ik werd gesteund. Zoals ik andersom de CTR steunde in haar beslissingen.’

Zijn loyaliteit aan de organisatie waarvoor hij werkte, is misschien zijn grootste fout geweest. Maar voor Verdonkschot was dat iets vanzelfsprekends. Daarom is het wrang dat hij niet voor de nieuwe functie van topsportcoördinator in aanmerking komt omdat hij niet besluitvaardig zou zijn.

‘Hád ik mijn beslissingen maar mogen nemen dit seizoen, dan was het anders gelopen. Misschien zou ik dan eerder ontslagen zijn geweest, maar dat maakt mij geen donder uit.’

De kritiek dat hij ook geen teambuilder zou zijn, veegt Verdonkschot nog makkelijker van tafel. Was hij niet degene die Marit van Eupen en Kirsten van der Kolk, een tweetal dat volgens de buitenwereld niet door één deur kon, een aantal jaar perfect liet samenwerken? Het leidde in Athene tot olympisch brons.

Hij voelt zich slachtoffer van een falende structuur in het roeien. Want de coaches zijn verantwoordelijk voor het eindresultaat, maar de CTR neemt de beslissingen als haar dat beter uitkomt. Verdonkschot: ‘En het is nooit voorspelbaar wanneer zo’n moment zich aandient.’

Dat er, op aandringen van Charles van Commenée, technisch directeur van NOC*NSF, nu een topsportcoördinator wordt aangesteld, kan een vooruitgang zijn. Maar een oplossing is het volgens hem niet. ‘Het probleem in het roeien ligt niet in de namen of in de functies. Het probleem zit ’m in hoe de verantwoordelijkheden precies worden gedefinieerd. Dat weet ook iedereen.’

Verdonkschot erkent dat hij als coach niet feilloos is. Maar dat is Mark Emke ook niet, en Jan Klerks niet, Susannah Chayes niet en zelfs René Mijnders niet. ‘Als je wilt, kun je van iedereen slechte dingen zeggen. Ik hoef mezelf niet op te hemelen. Ik weet wat ik de afgelopen jaren voor elkaar heb gekregen in deze sport.’

Het wordt ook door niemand ontkend. Dat maakt zijn ontslag ook zo moeilijk te begrijpen. ‘Of iedereen liegt glashard in mijn gezicht, of ik heb een plank voor mijn kop en overschat mezelf. Ik snap er niets van. Ik voel in woord waardering maar niet in daad.

‘Ik ben twintig jaar coach en bijna tien jaar bondscoach. Als ik iets niet goed zou doen, hebben ze wel heel lang gewacht me dat te vertellen. Bovendien, ik heb kwaliteiten die anderen weer niet hebben. Ik denk dat ze dom zijn geweest om mij te ontslaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.