'Ze hebben de basis en het talent om olympisch kampioen te worden'

Weinig vrouwen in de springsport

Anders dan bij dressuur, zijn bij het springen de meisjes en vrouwen ernstig ondervertegenwoordigd. Hoe komt dat toch? Gelukkig is er hoop: Lisa Nooren en Sanne Thijssen hebben het in zich om op termijn door te dringen tot de wereldtop. Door Jurriaan Nolles Foto's Jiri Buller

Lisa Nooren in actie op de Grote Prijs in Maastricht, ze werd derde. Foto Jiri Buller

'Hier is Limburgs trots. Geef haar een hartelijk applaus', zegt de speaker als Lisa Nooren de piste in Maastricht binnenrijdt. De 13-jarige Sophie Narinx haalt de telefoon uit haar broekzak om een foto te maken van de jonge amazone. Waarom Nooren haar voorbeeld is? 'Ze is een van de weinige meisjes die meedoet.'

Amazones zijn bij alle internationale wedstrijden in het springen ondervertegenwoordigd. Hoe dat komt? De Nederlandse bondscoach Rob Ehrens slaakt een zucht op de plek waar ruiter en paard de piste betreden bij Jumping Indoor Maastricht. 'Die vraag speelt al heel lang. De springsport is kennelijk een moeilijke wereld voor een vrouw.'

In de paardensport mogen mannen en vrouwen al ruim zestig jaar (1956) tegen elkaar uitkomen. Maar pas nu heeft Nederland volgens de bondscoach twee jonge amazones die de hegemonie van de mannen kunnen doorbreken. Sanne Thijssen (19) en Lisa Nooren (20) beschikken volgens Ehrens zelfs over voldoende talent om de wereldtop te bereiken.

Dat het zo lang heeft geduurd, is best opmerkelijk. Meisjes doen veel vaker aan paardensport dan jongens: acht keer zo vaak, volgens de cijfers van de hippische bond KNHS. Ook bij volwassenen blijft dat verschil bestaan, al slinkt het iets: bijna driemaal zoveel vrouwen als mannen. Bij de Grote Prijs van Maastricht zijn de vrouwen zondag daarom vanzelfsprekend in de minderheid: 11 van de 40 deelnemers. En tot dat selecte gezelschap behoren Thijssen en Nooren.

Lisa Nooren. Foto Jiri Buller

De jonge amazones vallen op tussen de mannen: ze zijn kleiner, lichter, dunner dan hun concurrenten. Komen vrouwen soms kracht tekort om uit te blinken in paardensport? 'Nee', zegt Sanne Thijssen. 'We zijn afhankelijk van onze paarden. Als ik een beter paard heb dan Jeroen Dubbeldam (olympisch kampioen in 2000), is de kans groot dat ik win.'

Lisa Nooren ziet wel een fysiek verschil. 'Ik heb weleens een paard gehad dat ik niet kon rijden; dat beest was veel te sterk.'

Volgens Nooren zijn met name de buikspieren, armen en benen essentieel voor een goede ruiter. Fysieke kracht stelt sterke ruiters in staat op een dwingender manier paard te rijden. 'Als ik een nieuw paard krijg, pas ik me aan aan het paard. Ik probeer het verschil in kracht te compenseren door op een niet-mannelijke manier te rijden.'

Lisa Nooren na afloop in de stallen. Foto Jiri Buller

Anders dan dressuur

Nooren en Thijssen zeggen nooit een achterstand te hebben gevoeld vanwege hun sekse. Ze hebben ook niet overwogen met dressuur te beginnen, de sport die sinds 1996 juist alleen maar vrouwelijke olympisch kampioenen heeft opgeleverd. Thijssen: 'Ik heb het alleen even bij de pony's gedaan, maar alleen omdat dat moest.

'Springruiters zijn wat brutaler, hebben minder angst', vervolgt ze. 'Je moet toch over een hindernis van 1 meter 60. En we vallen er vaak genoeg van af.' Hebben mannen meer durf? 'Dat hoeft niet. Het ligt meer aan de persoon zelf', aldus Thijssen.

De carrières van Nooren en Thijssen vertonen opvallende gelijkenissen. Beiden reden al voor hun 18de internationale wedstrijden. Beiden werden uitgeroepen tot talent van het jaar. Bovendien hebben ze allebei vaders die in de ruitersport beroemd zijn.

Lisa's vader is Henk Nooren, voormalig bondscoach en tweemaal actief op de Olympische Spelen. Sanne's vader is de internationale ruiter Leon Thijssen, die twee keer als reserve werd opgeroepen bij de Olympische Spelen. Beide vaders coachen hun ambitieuze dochters zelf. Zij zien toekomst voor hun dochters in de springsport, al beseffen ze dat vrouwen minder vaak de top bereiken.

Een simpele verklaring voor dat verschil is er volgens hen niet. Henk Nooren legt een verband met het fysieke verschil tussen mannen vrouwen. 'Dan heb ik het niet eens zozeer over het moment van de wedstrijd. Ik heb het vooral over de dagelijkse realiteit van een ruiter of amazone. Als je de top wilt bereiken, zal je iedere dag zeker tien paarden moeten rijden. Dat is belastend voor een lichaam. Op den duur zie je een aantal vrouwen afhaken.'

Sanne Thijssen kijkt op een tablet haar proef terug. Foto Jiri Buller

Leon Thijssen heeft een andere mening. 'Het heeft niets met kracht te maken. Als mens kan je nog zo sterk zijn, maar van een paard van 600 kilogram ga je het nooit winnen. Nee, het gaat erom dat je op de juiste momenten de goede signalen geeft.'

Thijssen ziet eerder een verklaring buiten de sport. 'Veel vrouwen willen rond hun 30ste kinderen. In onze sport is dat haast niet te combineren. Je moet 45 weekenden per jaar van huis als je de top wilt bereiken. Dat is een groot verschil met dressuur, waar je maar één of twee keer per maand een concours hebt.'

Topstal

Bondscoach Rob Ehrens noemt het gebrek aan vrouwen in de top van de spring sport 'een lastige kwestie'. 'Ik moet helaas toegeven dat Nederland nog minder vrouwelijke springruiters heeft dan bijvoorbeeld Verenigde Staten of Engeland.'

Een verklaring is wellicht de handel. Internationale ruiters als Jeroen Dubbeldam, Jur Vrieling en de Duiters Marcus Ehning hebben een topstal. De bondscoach. 'Wie een goede ruiter wil zijn, moet zich ook bekwamen in de handel. Een topruiter kan niet zonder een topstal, zeker niet in Nederland, waar je beste paarden vaak verkocht worden. De handel is lange tijd gedomineerd door mannen, maar nu zie je steeds meer vrouwen actief worden. Net als in de top van het zakenleven.'

Sanne Thijssen. Foto Jiri Buller

Het zijn kwesties waarover Nooren en Thijssen zich zorgen hoeven maken. Het netwerk van hun vaders heeft er voorlopig in geresulteerd dat ze altijd de beschikking hadden over goede paarden. Of ze ook zo ver waren gekomen zonder de hulp van hun vader? 'Ik heb van mijn vader een heel goede opleiding gekregen', aldus Nooren. 'Het was een heel groot voordeel.'

In Maastricht eindigt Nooren bij de Grote Prijs van Maastricht op een derde plaats na een foutloze proef: achter twee mannen, maar vóór gelouterde topruiters als olympisch kampioen Jeroen Dubbeldam (17de), Jos Lansink (22ste) en Ludger Beerbaum (7de). Sanne Thijssen werd twaalfde, nadat ze op de allerlaatste hindernis een balk had afgestoten. De bondscoach is verheugd over de goede resultaten: 'Ze hebben de basis en het talent om olympisch kampioen te worden.'

weekends per jaar moet je van huis als je als springruiter echt de top wilt bereiken, zegt Leon Thijssen, die denkt dat mede daardoor minder vrouwen doorbreken in de wereldtop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.