INTERVIEW

'Ze denken dat je als kopper wordt geboren'

Interview Ruud Boymans, spits van FC Utrecht

Drie basisplaatsen, zes invalbeurten, zeven goals. Na een jaar blessureleed is Ruud Boymans terug. Nu op naar de bekerfinale tegen Feyenoord.

`Elke wedstrijd is een finale om je te laten zien.` Zondag komt ADO Den Haag naar Utrecht. Beeld ANP Pro Shots

Bloedchagrijnig, soms wanhopig was Ruud Boymans vanwege een slepende enkelblessure, die hem een jaar aan de kant hield. Sinds zijn rentree bij het succesvolle FC Utrecht scoorde hij zeven keer in negen niet eens volledige duels. Eén doelpunt per 57 minuten.

'Ik leef voor doelpunten', zegt Boymans (26) vanuit een box met uitzicht over het veld van stadion Galgenwaard. 'Doelpunten maken is het allermooiste in mijn leven, zeg maar; de drang naar doelpunten, naar bevestiging, naar beslissend zijn. Positiespel op de training, passen en trappen, dat is niet mijn ding, om eerlijk te zijn. En dat weet de trainer. Maar als we dan gaan afwerken of een partijspel doen, kom ik in mijn element, dan heb ik echt plezier. Dát een heel jaar niet doen, was killing.'

Hij geniet terwijl hij praat: 'Ik weet nog mijn eerste buitentraining na het herstel, dat ik op goal mocht schieten. Dat gevoel: de bal raken, op de goal af, het net raken, dat is kicken.'

Het is eigenlijk een interview in tweeën, met Ruud Boymans, spits. Deel 1 speelt zich af in december 2014, als de Limburger een sympathieke prater blijkt met een relativerende toon. Zo moet u ook bovenstaande uitspraken lezen: doelpunten zijn het mooist in zijn werkzame leven.

Hij kijkt verder dan voetbal. Hij was, met zijn zus, twee weken vrijwilliger bij projecten voor kinderen in Ghana. 'Ik zal dat nooit meer vergeten. De welvaart in Nederland is mooi, maar soms telt dat helemaal niet.'

'Scoren is mijn lust'

Twee dagen na het eerste gesprek raakte hij geblesseerd aan de enkel, tijdens het duel met Heracles, thuis. Hij kreeg al een tackle op de enkel te verwerken en kneusde een rib. Toch wilde hij door. 'Als ik had gescoord, was dat zes keer op rij geweest in de Galgenwaard. Een verbetering van het record van Kuijt, dat speelt toch mee. Ik dacht: ik kijk het nog tien minuten aan. Dat deed pijn... Toen ging ik ook nog een keer door die enkel. Alles was beschadigd.'

Hij was een jaar uitgeschakeld met een afgescheurde enkelband. Dat is acht maanden langer dan gemiddeld. In eerste instantie wilde hij geen operatie. Na genezing bleef de pijn. Toen volgde alsnog een ingreep. Hij bleef pijn houden. Relativeren was toen lastig.

Want scoren is dus zijn voetballeven. Dat was vroeger bij Fortuna nog anders. Goed meevoetballen en aanspeelbaar zijn, was toen belangrijker. Dat veranderde op een gegeven moment. 'Ik realiseerde me dat scoren mijn lust was. De geilheid om te scoren kwam erin. Als je er twee hebt gemaakt, wil je een hattrick. Als je op negen staat, wil je naar dubbele cijfers.'

Erger nog dan niet scoren, is niet spelen. Mentaal was zijn jaar zonder bal moeilijk. Hij kon het niet meer opbrengen om te komen kijken en sloeg de samenvattingen op tv over. 'Ik ergerde me aan spitsen die wel doelpunten maakten. Ik ging voetbal zo veel mogelijk vermijden.'

De liefde bloeide, dat wel. 'Mijn vriendin heeft me er doorheen gesleept. Het is dapper dat ze bij iemand bleef die zo down was, terwijl ze me leerde kennen toen ik nog fit was, met alle positieve energie. Ik veranderde totaal en was niet te genieten. Maar nu is het juist mooier, om ook de andere kant te zien. Nu genieten we intens.'

'Zo'n blessure beheerst je leven. Als je opstaat, is het eerste wat je je afvraagt: hoe is het met de enkel? Als je met de hond wandelt: hoe gaat het met de enkel? Overal zit je met die enkel te kloten. Er zijn bepaalde tikjes om de pijn op te roepen. Het is belachelijk. Twee uur later is die pijn echt niet minder. Dat is niet te doen.'

Na zijn rentree wilde hij meer: een basisplaats. 'Dat is de grap van het voetbal en misschien wel van het leven. Op het moment dat je fit bent, denk je: nu ben ik tevreden. Maar dan komen er weer nieuwe problemen. Dan ben je fit, moet je achteraan beginnen, je kans grijpen, invallen, scoren.'

Inkoppertje

Dat gebeurde op 19 december, in Alkmaar, bij een 1-0-achterstand tegen AZ, met een fabuleuze kopbal. 'Ik was twee weken fit. Ik had geen ritme, na een helft bij Jong Utrecht. Je zoekt met je aannames, naar ruimtes, naar het gevoel. Klaiber zette voor, ik kwam voor Ron Vlaar en kopte in. Supergaaf. Tegen AZ, in het stadion waar ik geen succes heb gehad (Boymans is oud-speler van AZ, red.), tegen Ron Vlaar, na een blessure. Fantastisch. De trainer had een speciaal woordje. Iedereen gunde het me enorm. Dat was een beloning voor geduld, hard werken en chagrijnig zijn.'

En dat terwijl hij vroeger helemaal niet kon koppen. Hij weet nog dat hij in zijn jonge Fortuna-tijd extra trainde in zijn woonplaats Born. Frank van Eijs gooide de bal aan, Boymans kopte. Eindeloos. 'Over koptraining praat ik nu ook met onze middenvelder Bart Ramselaar, niet zo'n kopper, of met jongens uit de jeugd die iets aan hun spel willen verbeteren. Ze geloven dan niet dat ik dat vroeger niet kon. Ze denken dat je als kopper wordt geboren. Maar het is een kwestie van oefenen, oefenen.'

Boymans voelt zich top nu. Hij scoort weer. Zeven doelpunten, de laatste tijd in een ander systeem: 4-4-2, met Haller als kompaan. 'Het is bizar. Drie basisplaatsen, zes invalbeurten, zeven goals.' Het is nu zaak om de vorm vast te houden, tot de bekerfinale tegen Feyenoord. 'Elke wedstrijd is een finale om je te laten zien, want iedereen wil spelen op 24 april. Ik ben ontzettend dankbaar dat ik weer op het veld sta.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.