‘Weet je hoeveel leed er leeft in ’t voetbal?’

Moeder van Andwélé Sloryonderzoekt sociale en emotionele aspecten in relaties tussen jeugdvoetballers van profclubs, hun trainers en school...

Of het moeilijk is voor Marjorie Esajas om zich in de voetbalwereld te bewegen? ‘Wat denk je? Ik, zwarte vrouw, in een keihard, conservatief mannenbolwerk. Maar ik ga ervan uit dat iedereen het beste voor heeft met het Nederlandse voetbal.’

Marjorie Esajas (41), de moeder van Feyenoorder Andwélé Slory, verrichtte voor de KNVB onderzoek naar sociale en emotionele aspecten in de verhoudingen tussen jeugdvoetballers van profclubs, hun trainers en school. En die verhoudingen zijn lang niet altijd goed: ‘Weet je hoeveel leed er leeft in het voetbal?’

Thuis in Heemskerk verhaalt ze over vroeger, toen Andwélé tiener was. Hij was eens brutaal tegen zijn vader en moest zijn excuses aanbieden. Anders reed pa niet naar Groningen, voor een duel met de Telstar-jeugd. Slory weigerde. Zijn ouders belden de trainer, vanwege het gedrag van zoonlief, en zeiden: Andwélé komt niet. ‘De trainer was niet boos op hem, maar op ons. Wij verpestten het voor het team.’

Het is een voorbeeldje van de soms moeilijke verhouding tussen trainer, ouders en school. Te weinig contact, haperende begeleiding, onbegrip, verschillen in cultuur. Ze pleit voor pedagogisch onderlegde tussenpersonen om de verhoudingen te stroomlijnen en voor meer opleiding voor trainers.

Ze wil dat ouders worden gehoord, maar ook dat de angst van trainers voor ouders ter sprake komt. Met de resultaten van haar onderzoek gaat ze de boer op. Ze geeft lezingen, houdt informatieavonden en publiceert in wetenschappelijke bladen.

Esajas wil het hele proces van volwassen worden beter laten volgen, ook door de sociale en emotionele vaardigheden van de jeugdvoetballers van tijd tot tijd te meten. Dan is misschien ook sneller duidelijk ‘wie de mentaliteit voor betaald voetbal heeft. Dan heb je minder kans op nattevingerwerk.’

Esajas deed tientallen interviews met betrokkenen en keek ook en vooral als opvoeder. Ze geeft les aan vrouwen tussen de 18 en 36 jaar in de moeilijkste categorie, aan een roc in Amsterdam, in de Bijlmer. ‘Sommigen zijn dropouts. Er zit een dakloze vrouw tussen met twee kinderen. Je probeert ze op de rails te krijgen.’

De gesprekken met de betrokkenen en de ervaringen als moeder van Andwélé, hebben haar doen inzien hoe groot het onbegrip af en toe is, tussen trainers en voetballers bijvoorbeeld.

Ze voedde Andwélé op als een mondig kind. ‘Maar dan moet je opeens alles accepteren en slikken wat de trainer zegt. De opvoeding door ouders verschilt vaak totaal van de coaching en de stijl van een trainer. Wie geeft je het recht om op een bepaalde manier met kinderen van anderen om te gaan?’

Ze heeft alles gezien. Schreeuwende trainers die de gekste opmerkingen naar de hoofden van pupillen slingerden of ze zonder uitleg op de bank zetten. In de benadering is bovendien vaak heel weinig zicht op de emotionele ontwikkeling van het kind, vooral in de puberteit.

‘Je hoort zo vaak dat een jongen mentaal niet in de orde is, terwijl hij het door de scheiding van zijn ouders of door een andere oorzaak misschien een tijdje heel moeilijk heeft.’

De voetbaljeugd wordt ook weinig voorbereid op een leven dat zich misschien anders ontwikkelt dan gedacht of gedroomd. ‘Veel jongens doubleren op school, omdat ze twee keer per dag op het veld staan. Wie geeft de garantie dat ze ook een goede voetballer worden? Staat de club garant voor de toekomst? Negentig procent wordt helemaal geen prof.’

In haar nabijheid ziet ze de gevolgen van het samengaan van de opleidingen van AZ en Telstar, met het doel het rendement van de scholing te vergroten. Er is een gerede kans dat dat lukt, maar ‘hele gezinnen zijn verdrietig’, nu vooral Telstar-jongens uit de opleiding vallen.

‘Dromen liggen aan diggelen. Er word gewoon meegedeeld dat jouw jongen geen plaats meer heeft in de opleiding. Ik vroeg een van die moeders onlangs hoe het met haar zoon was. Ze barstte in tranen uit. Eindelijk was haar kind speciaal, en nu moet hij weer gewoon zijn. Ik heb hier nog ergens een poster van een B-ploeg van vroeger. Andwélé en Correia zijn de enigen die nog voetballen bij een profclub.’

Van belang is vooral een volgsysteem van talent. ‘Hoe kunnen we onze kinderen helpen? Trainers hebben te weinig pedagogische achtergrond. Er wordt zoveel talent weggegooid. Leer jongeren stapjes zetten en van jongs af met stress omgaan. Die soft skills zijn belangrijk, maar in het voetbal praat bijna niemand erover. En als ze veel verdienen, hoe gaan ze dan om met geld en roem?’

Van een afstand volgde Esajas met interesse het verwijderen van Sno en Drenthe uit de selectie van Foppe de Haan, na de Olympische Spelen. De bondscoach was zeer kritisch op het duo, zonder in details te treden. De spelers in kwestie waren zich na een gesprek met De Haan van geen kwaad bewust.

‘Vertel ze precies wat ze hebben gedaan. Daarvan leren ze. Nu lijkt het er toch te veel op dat je zomaar uit het team kunt worden gegooid als je verliest. Dat geeft geen veilig gevoel. De coach staat natuurlijk in zijn recht om zo’n beslissing te nemen, maar wat is dan het recht van de speler?

‘Het is zo vaak het verhaal van de machtige coach, die zegt: dat en dat is fout gegaan, en daarom moeten die en die eruit. Je beoogt daarmee geen ontwikkeling. Het lijkt op een politieke actie. Er is iets gebeurd en er moeten koppen rollen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.