Interview

'Wat!? Ik naar de Olympische Spelen? Enig!'

Mien Schopman-Klaver, de oudste nog levende olympiër ter wereld

Ze kwam als lid van de estafetteploeg kilo's aan door het eten op de boot en in de trein naar Los Angeles zag ze indianen en cowboys. De Spelen van 1932 waren een onvergetelijk avontuur voor de 105-jarige Mien Schopman-Klaver. Nog steeds volgt ze de sport intensief. 'Ik kijk zelfs naar voetballen.'

Mien Schopman-Klaver: 'We moesten op de kaart kijken waar Los Angeles lag.' Foto Rolf Bos

Mien Schopman-Klaver (105) is de oudste nog levende olympiër ter wereld. De atlete ging in 1932, nu 84 jaar geleden, als reserve van de Nederlandse 4x100-meterploeg naar de Spelen van Los Angeles. Andere tijden: met de boot en de trein naar het verre Californië, in totaal 66 dagen van huis. 'Mijn moeder zei: wat een drukte allemaal.'

1911

Wilhelmina is koningin, in Wenen probeert Adolf Hitler een carrière als kunstschilder op te bouwen, in Bosnië zit Gavrilo Princip op de middelbare school en in Amsterdam wordt Mien geboren.

'Ik ben een Amsterdams meisje, van de Ceintuurbaan. Ik kom uit een gezin met eerst zes kinderen, later kwamen er nog twee nakomertjes. Mijn vader werkte om de hoek, bij de brouwerij van Heineken.

'Nu kun je je dat niet meer voorstellen, maar we speelden altijd buiten. Er reden alleen trams. Elk seizoen kende zijn eigen spelletjes. Knikkeren, hoepelen, diabolo - een blokje om rennen, elk een andere kant om, kijken wie het eerst terug was.

'We zwierven door de hele stad. Naar Schellingwoude, daar waar toen nog de Zuiderzee was, naar Noord, naar Het Vliegenbos en dan met de pont terug naar het Centraal.

'Ik ging naar de lagere school in de Van Ostadestraat en daarna naar de Mulo, die duurde toen nog drie jaar. Nadat ik mijn diploma had gehaald ging ik werken, ik was toen 16, op kantoor.'

In het shirt van ADA.

1927

Tussen Noord-Holland en Friesland wordt begonnen met de aanleg van de Afsluitdijk - Mien wil hardlopen!

'Er was aan het begin van de jaren twintig nog geen atletiekvereniging voor meisjes. We deden wel aan turnen, bij Hollandia. Ik kan me herinneren dat er een advertentie in de krant stond. Daarin stond een oproep om een atletiekvereniging voor vrouwen op te richten. Ik dacht: hé, dat is iets voor mij! Ik wil hardlopen! Door die oproep is uiteindelijk atletiekvereniging ADA ontstaan.

'Nu zie je overal jonge vrouwen hardlopen, maar dat was toen nog niet het geval. Het had ook nog heel wat voeten in de aarde voordat wij op de sintelbaan op het Olympiaplein terechtkonden. De gemeente heeft toen voor een aparte dameskleedkamer gezorgd. De mannelijke atleten die daar ook trainden, vonden ons eerst maar idioot.

Ik deed aan sprinten, aan hoog- en verspringen. Lange afstanden bestonden niet voor vrouwen, zelfs de 200 meter was er nog niet. 100 meter, en 80 meter horden, dat was het wel. Starten deed je vanuit een zelf gegraven kuiltje. Die kunststofbanen van nu, die had je nog niet. Dus een schepje zat er altijd in de sporttas, net als een hemdje, een kort broekje en spikes.

'De vrouwenatletiek kwam in het hele land op. We gingen eind jaren twintig, begin jaren dertig op zondagen met de trein naar Groningen om te lopen, of Den Haag. Sporten op zondag was voor ons in de stad geen thema. U moet niet vergeten dat we toen zes dagen per week werkten. Ik heb nog meegemaakt dat mijn vader voor het eerst vakantie kreeg, drie dagen. Want vakantie, dat was aan het begin van de 20ste eeuw niet gewoon, hoor.

'Meisjes waren we, getrouwde vrouwen deden niet aan sport.'

1928

De Olympische Spelen worden in Amsterdam gehouden - Mien gaat naar het hockey.

'Atletiekwedstrijden in het Olympisch Stadion heb ik niet gezien, maar een vriendje uit Haarlem had wel twee kaartjes voor de finale van het hockeytoernooi, tussen Brits-Indië en Nederland. We hadden staanplaatsen, ik stond tussen mannen met hoeden in, en moest echt op mijn tenen staan om iets te zien. Het stadion zat helemaal vol. Ik heb niet alles kunnen zien, maar Nederland verloor met 3-0.

Wat ik me herinner: sommige Indiërs liepen op blote voeten.'

1932 (1)

De wereld gaat gebukt onder een grote economische depressie - Mien krijgt een verrassend telefoontje.

'Ik deed graag aan atletiek, was snel, hoorde bij de toptien van Nederland op de 100 meter. Ik liep in die jaren soms tegen Tollien Schuurman, die was echt goed, die had zelfs het wereldrecord op de 100 meter. Zij zat in de nationale estafetteploeg, ik liep in de ploeg van ADA.

'Ik was derde loopster. Ik deed de laatste bocht, ik was daar goed in: bochten lopen. Bij de olympische dag in juni '32 liep ik individueel sterk, maar liep ik in de ploeg van ADA de estafette. De Nederlandse ploeg won die dag, en zou als team naar Los Angeles gaan. Jammer, want individueel was ik sneller dan sommige loopsters uit die nationale ploeg. Maar de heren wilden het team niet veranderen.

'Een week later een telefoontje op kantoor: of ik mee wilde naar de Spelen van Los Angeles, als vijfde lid van de estafetteploeg. Ik zeg: Wat!? Dolgraag natuurlijk! Enig!

'Mijn vader vond het prima. Mijn moeder zei: wat een drukte allemaal.'

Bij de Spelen van 1932.

1932 (2)

Olympisch tenue passen in de Bijenkorf - Met de boot naar Amerika - Mien ziet het Vrijheidsbeeld!

'Bij de Bijenkorf mochten we ons olympisch tenue ophalen. Hoedje, jasje, rok - het was een mooi uniform.

'Mijn ouders hebben me naar Rotterdam gebracht. Mijn vader had een auto gehuurd. In Rotterdam lag de Statendam, het passagiersschip dat ons naar New York zou brengen. Ik was weleens tot bij de grens met Duitsland of België geweest, maar verder nooit. Zandvoort, dat was het wel. We moesten op de kaart kijken waar Los Angeles lag.

'Het schip was een geweldige ervaring. Wat een luxe en wat groot! We verdwaalden voortdurend. U moet niet vergeten, het waren de crisisjaren, we waren niet veel gewend. Het was armoede troef, met heel veel werklozen die gedwongen waren twee keer per dag te stempelen.

'We aten aan boord lekker door, veel te veel, we kwamen flink aan. Nu zou je zeggen: geen goede voorbereiding op de Spelen, maar wij hadden daar geen weet van. De mannen hadden een trainer, wij niet, moesten het zelf maar een beetje uitvinden. We waren de eerste dagen flink zeeziek.

'Wij trainden op het dek van de eerste klas, daar trokken we sprintjes. De wielrenners hadden aan dek rollerbanken waar ze hun fietsen opzetten. Vooral wielrenner Jacques van Egmond kon stevig tekeer gaan, die had een geweldige conditie. De zwemsters moesten, onder leiding van trainster Ma Braun, oefenen in een klein zwembad. Steeds maar keren.

'De olympische paarden voeren op een ander schip - die schepen gingen door het Panamakanaal.

'Na een week varen ben ik op zaterdagochtend heel vroeg opgestaan, om het Vrijheidsbeeld te zien.'

1932 (3)

Met de trein naar Los Angeles - Mien ziet indianen en ontmoet Marlene Dietrich.

'In New York zijn we na een nacht aan boord gegaan van een trein, voor nog eens een reis van een week. We gingen via Washington, waar we door de burgemeester werden ontvangen. Het was een enige reis, zo dwars door Amerika. We zijn gestopt bij de Grand Canyon. Onderweg zagen we indianen en cowboys te paard. We gingen door de bergen, door de hoogte kregen sommigen van ons neusbloedingen. Het was ook warm, wij hadden geen airco in onze wagons. De Duitse ploeg had een eigen trein, die had wel airconditioning. Natuurlijk.

'In Los Angeles werden we geweldig onthaald. Er waren veel Nederlandse immigranten, die ons overal voor uitnodigden. Vooral Tollien was populair, er was daar een Friese immigrantenclub, met wie zij in het Fries kon praten. Vonden ze geweldig, dat Fryske Famke. Ik ging steeds mee, van diner naar diner, de kilo's vlogen eraan.

'De mannen zaten ver weg in het olympisch dorp, waar ze zelfs een Nederlandse kok hadden. Het dorp, met allemaal leuke kleine huisjes, werd bewaakt door cowboys. Wij, de vrouwen, verbleven in het Chapman Park Hotel. Palmbomen in een prachtige tuin en dan ook nog die mooie bergen op de achtergrond.

'We zijn naar Hollywood geweest, naar een opname van De Blonde Venus. De regisseur, Josef von Sternberg, stelde ons voor aan zijn filmsterren, Cary Grant en Marlene Dietrich.'

1932 (4)

De Spelen worden geopend - Mien verliest de kwalificatiewedstrijd.

'We trainden op een keiharde kleibaan. Jo Dalmolen en ik moesten uitmaken wie als vierde in de estafette mocht lopen. Zij won de race. Meestal was ik sneller, maar ik had mijn dag niet. De snelheid was er ook een beetje uit, we hadden op de reis eigenlijk te veel gegeten. Ik was te laat om me individueel nog voor de sprint en het verspringen te mogen inschrijven. Boos, dat ik de hele lange reis had gemaakt, om reserve te zijn? Nee hoor, ik vond het alleen maar jammer.

'Op 31 juli werden de Spelen geopend. We gingen met bussen naar het Olympisch Stadion, waar we in onze uniformen lang in de zon hebben moeten wachten voordat we naar binnen mochten. En het was me toch heet...

'De opening was geweldig. We liepen achter de vlag, die door ruiter Pahud de Mortanges werd gedragen, het stadion in. Er zaten wel 100 duizend mensen. Indrukwekkend hoor! De eed werd afgelegd, de olympische vlag werd gehesen, er werden duiven losgelaten en toen waren de Spelen geopend.

'Ik heb veel wedstrijden gezien. Van Tollien werd als wereldrecordhoudster eigenlijk een gouden medaille verwacht op de 100 meter, maar ze stelde teleur. Er was iets met haar spikes. Ach, het was allemaal zo amateuristisch.

'De estafetteploeg werd vierde, viel net buiten de prijzen. Dat was jammer, want ze waren wel snel. Bij het wielrennen en zwemmen was de ploeg succesvoller, met in totaal zeven medailles. Pahud de Mortanges en Jacques van Egmond wonnen goud, ja.

De Statendam.

'Ik heb twee herinneringsmedailles, een is er getekend door de burgemeester van Los Angeles.

'Half augustus moesten we de lange terugreis weer maken. We gingen nu met de trein langs die prachtige kust naar San Francisco, en daarna via de Niagara Falls naar New York. Met de Rotterdam gingen we terug naar Nederland. Door een staking moesten we uitwijken naar Cherbourg, en met de trein via Parijs terug naar huis.

'Mijn vriendje herkende me niet. Ik was 10 pond aangekomen.'

1933

In Duitsland komt Adolf Hitler aan de macht - Mien stopt met sporten.

'Na de Spelen moesten de handen uit de mouwen. Mijn vriendje Leo Schopman kon als bouwkundige geen baan vinden. Toen zijn we in Amsterdam in de Heemstedestraat een delicatessenzaak begonnen. Het was aanpoten hoor, zeker toen Leo een baan kreeg bij een garage en ik de winkel alleen deed. Stond ik 's ochtends om half zes in de Markthallen in de Marnixstraat mijn producten uit te zoeken. In 1936 zijn Leo en ik getrouwd.

'Voor sporten was geen tijd meer. Nee, van de Spelen van Berlijn, waar ik best aan had kunnen meedoen, heb ik weinig meegekregen.

'Het was een slechte tijd. Je was al blij als je met heel hard werken een karige boterham kon verdienen.'

1946

De oorlog is voorbij - Mien gaat als jonge moeder weer sporten.

'De oorlog hebben we deels in Arnhem, en later weer in Amsterdam doorgebracht, waar mijn schoonvader een huis voor ons had. We hadden uit Arnhem veel steenkool meegebracht, die konden we voor aardappelen ruilen.

'In 1937 was ons eerste kind, een zoon, geboren, later kregen we vrij kort op elkaar nog vier kinderen. Na de oorlog ben ik weer eens naar ADA gegaan, op advies van de dokter. Ik had last van mijn rug, sporten zou mij goed doen.

In het shirt van ADA.

'Op de baan op het Olympiaplein trainde ik met Jan Blankers, de man van Fanny. Het ging meteen weer lekker, Blankers zei: Mien, kom zondag eens met de estafetteploeg lopen.

'Ik dacht: heerlijk!

'Thuis zei mijn man: als je het maar uit je hoofd laat. Ik heb als je verloofde zo vaak langs die baan gestaan, dat ga ik nu met vijf jonge kinderen niet meer doen.

'Dat lopen heb ik toen maar afgezegd.'

2016

De achterkleinzoon van koningin Wilhemina komt pannekoeken bakken - Mien wordt 105.

'Tot mijn 99ste heb ik gefietst. Nu maak ik buiten soms een ommetje. Ik heb verder altijd aan gymnastiek gedaan. Ik blijf bewegen - dat houdt de geest helder.

'Mijn gehoor is nog goed, en met mijn ogen... ach het gaat, ik moet het er maar mee doen. Ik had een tijdje last van onrustige benen, maar daar heb ik nu eindelijk goede medicijnen voor.

'Ik heb een grote familie - kinderen, klein- en achterkleinkinderen. Ik hoef maar te kicken, of er staat iemand voor mij klaar.

'Leo is al lang dood. Ook een van mijn zonen is gestorven. Hij was 72, hij had het aan zijn hart. Al mijn kinderen hebben wat met hun hart - dat hebben ze niet van mij, maar van Leo.

'Ik lees veel, de krant, boeken. Ja, u ziet het goed, hier ligt de nieuwste van Amos Oz. Ik luister naar de radio, kijk televisie, zie alle sport - kijk zelfs naar voetballen.

'Natuurlijk volg ik Dafne Schippers. Een groot talent, mooie vrouw ook. Wat loopt ze hard, zeker als je dat vergelijkt met onze tijden. Maar nu zijn er dan ook van die prachtige, snelle kunststofbanen. Dafne hoeft niet met een schopje een startkuiltje te graven.

'Sporten is tegenwoordig een beroep. Wij werkten zes dagen per week, en sportten voor onze lol.

'Koning Willem-Alexander is onze buurman. Op een zondagochtend kwam hij met zijn gezin als verrassing voor de bewoners van de serviceflat pannekoeken bakken. Dat deden ze enig.

'Ja, hij heeft als sportliefhebber en voormalig IOC-lid veel interesse voor de Olympische Spelen. Maar dat ik in 1932 in Los Angeles als atlete bij de Spelen was, dat was hem toch even ontgaan.

'Maar ik vergeef het hem, de pannekoekjes waren heerlijk.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.