‘Schoenen aan en het veld op, is mijn droom’

Snelle aanvaller van HSV is al een jaar geblesseerd, maar hij blijft positief: 'Ik geloof dat Jezus geneest, anders was ik nu depri geweest'

Intens verlangt Romeo Castelen naar een dribbel waarbij hij tussen twee, drie man door glipt. Onhoudbaar, bijna zwevend. ‘Ik wil weer die atmosfeer voelen als je het veld op komt.’

Hij snuift diep, alsof hij het stadion kan ruiken. ‘Dát gevoel. Als het publiek achter me gaat staan, word ik alleen beter. Dan ben ik weer een jongetje van 5 jaar dat alleen wil voetballen.’

Maar Castelen (25), de kwikzilverachtige rechtsbuiten, de pleintjesvoetballer uit Paramaribo, blijft door een knieblessure al bijna een jaar verstoken van zijn passie.

De dagen rond wedstrijden zijn het moeilijkst, zeker toen hij nog op krukken liep. Dan kwam hij niet bij HSV, zijn club uit Hamburg. ‘Je liep daar maar op je krukken. Nu is het weer fijn om bij de jongens te zijn. Ik heb steeds meer zin en doe er alles aan om terug te komen.’

Twee kraakbeenoperaties wierpen hem terug. Dokter Heijboer in Rotterdam, die hem eerder met succes aan de enkel had geholpen, opereerde hem eerst. Die ingreep mislukte. ‘Ze haalden een stukje kraakbeen weg. Na vier maanden moest ik speelklaar zijn.

‘Waarschijnlijk is ergens een stukje blijven knellen. Het is niet goed gebeurd. Als je dan hoort dat het weer vier, vijf maanden gaat duren, zit je er een paar dagen doorheen.’

Dokter Bönisch, bij wie hij dinsdag op controle was, opereerde hem opnieuw. De laatste tijd lag hij thuis op de bank, met zijn knie en voet omhoog in een apparaat dat het been automatisch beweegt, zes uur per dag. ‘En ik ben eindelijk van de krukken af, na zes weken.’

Misschien mislukt één op de 100 knieoperaties, veronderstelt de tienvoudig international. ‘Eerst dachten ze dat het alleen verklevingen waren, maar een tweede operatie was nodig. Ook het kraakbeen is hersteld, met de zogenoemde Steadman-behandeling. Ze boren gaatjes tot op het bot, er komt bloed bij en er ontstaat een nieuw soort kraakbeen. Dat is niet zo sterk als het oorspronkelijke kraakbeen, maar je kunt ermee voetballen.’

Castelen liep de blessure op toen hij wegdraaide, wilde schieten en een scherpe pijn in de knie voelde. Natuurlijk heeft hij na al die maanden wel eens getwijfeld over de voortgang van zijn loopbaan. Zijn positieve inborst houdt hem overeind. ‘Als je te lang negatief bent, werkt het averechts. Hoe zwaar het herstel ook is, ik probeer positief te blijven. Misschien is het ook nog niet mijn tijd om te voetballen.’

Castelen gelooft in bestemming. Hij gelooft in God. ‘In het stadion van HSV hangt een spandoek: Jesus heilt. Jezus geneest. Daarmee ben ik het eens, anders was ik depri geweest. Innerlijk ben ik rustig.’

Thuis slaat hij dagelijks de Bijbel open, bladerend naar psalm 23. Uit het hoofd, staccato: ‘De Heer is mijn Herder. Mij ontbreekt niets. Hij doet me neerliggen in grazige weiden. Hij verkwikt mijn ziel. Hij leidt mij door diepe dalen....’

In die psalm kan hij zich vinden. ‘De Heer is inderdaad mijn herder en mij ontbreekt het aan niets. Het maakt niet uit hoe zwaar ik het heb.’ En wat is een knieoperatie voor iemand die bij de SLM-ramp bij vliegveld Zanderij van bijna 20 jaar geleden zijn moeder verloor, een zus en een tante?

‘Ik ben geen droevige jongen maar een blij persoon. Ik heb nu vijf moeders. Vijf zussen, voor wie ik nog steeds het kleine broertje ben. Zij hebben eerder de zon gezien. Dat zei mijn vader altijd in het Surinaams, als iemand bijdehand deed: ik heb de zon eerder gezien, dus let op je tellen.

‘Ze vragen me wel eens: met wie zou jij willen ruilen? Met niemand. Ik weet wat ik achter me heb. Misschien kan ik dat lot dragen. Iemand anders zou dat misschien niet kunnen. En iets dat voor een ander groot is, kan ik mogelijk niet dragen.’

Castelen kwam als jongen van 9 naar Nederland. Zijn vader stierf als oude man in Suriname. ‘Hij zei altijd: maak je school af en zoek werk. Ik was geslaagd en tekende een contract bij ADO Den Haag, terwijl mijn vader ziek op bed lag. Toen zijn we naar Suriname gegaan en meteen naar het ziekenhuis gereden. Ik pakte hem vast en we praatten nog even. Daarna is hij rustig ingeslapen. Voor mij was dat een heerlijk gevoel. Hij heeft me ook nog zien voetballen in Nederland, met de B1 van ADO tegen het Nederlands elftal onder 16. En hij heeft me de lessen van het leven bijgebracht. Die probeer ik nu over te brengen op mijn kind.’

Herinneringen kleuren zijn gemoed, maar liever denkt hij aan de toekomst, aan voetballen bij HSV, in een land dat idolaat is van sterren. ‘Als je iemand een hand geeft, is zijn dag goed. Trainers kijken waar iedereen loopt, maar al die duizenden mensen op de tribune kijken alleen naar jou als je aan de bal bent. Dat is prachtig.

‘Als ik nu weer ga voetballen, hopelijk ergens in maart, mag het allemaal weer op me afkomen. Dan staat er een nieuwe Romeo Castelen. Mijn voetbalschoenen aantrekken en naar buiten lopen, daar droom ik van.’

Romeo Castelen (Guus Dubbelman / de Volkskrant)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.