'Pfff. . .vijftig.'

'De afdaling is begonnen', zegt Joop, onze Joop Zoetemelk. Hij wordt vandaag vijftig. 'Nou én?' Pas over drie weken is het feest....

Hij wordt vandaag vijftig, de beste wielrenner die Nederland ooit heeft gekend, en het wekt geen verbazing dat de publicitaire aandacht voor dit feit in geen verhouding staat tot de aandacht die de jarige er zelf voor heeft.

'Pfff. . .vijftig. Nou én?', meldt de laureaat vanuit zijn landhuis in Germigny-l'Evêque. Parijs is niet ver, enkele tientallen kilometers zuidwestelijk.

'Vijftig. . .De afdaling is begonnen', steunt de gelukkige. Het is geen prestatie, vijftig worden.

Toen hij nog fietste en wél grote prestaties leverde wilde Joop Zoetemelk ook al niet graag herinnerd worden aan de momenten van glorie. Olympisch kampioen ploegentijdrit (1968), winnaar van de Tour de France (1980), wereldkampioen (1985), het mooiste van al die honderden ereschavotjes vond hij de trapjes waarlangs je naar beneden kon vluchten.

Joop vijftig! Dat moet vandaag in het café van Germigny l'Evêque tot een dolle boel leiden. Of anders wel in het hotel Le Richemont, in het nabijgelegen en wereldser Meaux. Dat hotel van echtgenote Françoise waar Joop wel eens koffie uitschenkt, maar alleen voor een perspublicatie of een folder van het Syndicat d'Initiatives.

'Nee, we doen er niets aan', bezweert de jarige. Althans, vandaag niet. Laat nu uitgerekend op vaders verjaardag zoon Karl (23) onder de wapenen gaan. Vandaar. Over een week of drie, vier wordt er wel 'gefeest'. Welzeker mogen wij de zoon even aan de lijn krijgen.

'Allo, Karl hier.' Ja, wat wij van de krant nog even willen weten is of er straks dus alsnog een waardig groot feest wordt gegeven, want we hebben hier wel van doen met de grootste Nederlandse renner aller tijden, onze Joop, wij zeggen hier nog steeds Joop en niet Zoetemelk, en wat denk je wel niet welk een gala-avond de NOS straks voor Johan Cruijff in petto heeft als die volgend jaar vijftig wordt?

'Ja, er komt een feest. Geen groot feest, hoor. We gaan meestal met de familie naar een restaurant.' Stilte, aan beide kanten van de lijn. Karl praat als vader, het is wrikken naar woorden. Kan natuurlijk ook komen door de tweetaligheid.

Theo Straathof, jeugdvriend: 'Ik zat met zijn broer Chris in de klas. Rijpwetering-city had in die tijd nog geen duizend inwoners. Iedereen kende iedereen. Joop voetbalde niet en dan val je in zo'n dorp uit de toon. Hij was een buitenbeentje, een stille jongen. Het was geen echte vriendschap tussen ons, maar ik was de ongekroonde koning van de supportersclub.

'Ik was student en ik ging mee naar de wedstrijden. In de VW-bus van zijn vader. En dan schreef ik stukjes voor de Leidse Courant. Dan konden de dorpsgenoten de volgende dag lezen dat Joop derde was geworden in Tuitjehorn.

'Toen hij wereldkampioen werd zat ik in de auto met het gezin, op weg naar vakantie. Ik had de radio aan en heb de auto langs de kant moeten zetten. Ik heb tien minuten lang kippenvel over mijn hele lijf gehad. Maar de échte sport was voor mij bij de nieuwelingen. Dat we naar noord gingen, zoals we dat zeiden. Noord-Holland. Naar Tuitjehorn en Avenhorn. Rijden over de dijken. Geen ploegenspel, gewoon wie het hardste reed. Zijn persoonlijkheid werd daar gevormd. Met Joop was het nooit sex, drugs en rock and roll, om het zo te zeggen.'

Wim van Duivenbode, destijds secretaris van Swift, Joop's eerste wielerclub: 'Het was een iel ventje dat bij me voor de deur stond. Beetje nietszeggend. Maar hij viel wel op, bij de aspiranten. Hij werd wel altijd tweede, toen al. Henk Hoogenboom won al die wedstrijden, maar van Hoogenboom hebben we nooit meer gehoord.

'Hij viel vooral op in de Ronde van Zoeterwoude. Dat was een clubkampioenschap waar Karstens en Zoet aan meededen. Karstens was toen al een hele goeie amateur. Joop, een eerstejaars, sloop met de kopgroep mee en ze kregen hem er niet af, hoe hard ze ook demarreerden. Karstens kwam na afloop naar me toe en hij zei: ik word niet goed van die gozer, wie is dat ventje?

'Joop zocht de eenzaamheid, maar op zijn tijd was hij ook best gezellig. Ik heb nog wel tot twee uur 's nachts met hem in het café gezeten. Dat je dacht dat hij zo wel weg zou gaan, want ik was daar met een meissie. Maar hij bleef gewoon zitten.'

Joop Riethoven, ex-organisator van wielerwedstrijden: 'Zijn zoon is nóg stiller! Ik vond hem als amateur niet de allergrootste, dat was Fedor den Hertog. Maar Joop was echt een DKW-tje. Mijn broer had vroeger een DKW, ik een snelle auto. Dan reden we ergens naar toe, kreeg ik pech en was mijn broer er als eerste. Zo was Jopie.

'Het is een goeie jongen, nog steeds. We hebben hier in Leiden de singelloop voor het goede doel. Ze vroegen Jopie het startschot te geven. Hij kwam meteen. En hij vroeg hoe lang die loop is. Zes kilometer. O, zei ie, dan loop ik hem ook. Hij geeft het startschot op zo'n hoogwerker, ze laten hem zakken en hij loopt mee.'

Herman Krott, zijn 'wielervader', jarenlang organisator van de Amstel Gold Race, Nederlands enige klassieker: 'Nee, hier wil ik niet aan meewerken en ik zal u ook zeggen waarom. Vorig jaar had ik mijn afscheid bij Amstel. Iedereen was er, tot en met Eddy Merckx aan toe. Behalve Joop. Jan Janssen en Peter Post hebben hem er later naar gevraagd. En toen zei hij: ik kan niet overal zijn. Dat heb ik hem heel kwalijk genomen.'

Gerard Vianen, ploeggenoot bij Joop's eerste Franse profploeg: 'Al vijftig? Dan zal ik hem even bellen. Sympathieke man. Timmerman, net als ik. Hij kwam uit Rijpwetering, veertig kilometer bij mij vandaan. We zijn toen samen naar Gitane gegaan. Joop was toen al één van de leaders, zoals dat in Frankrijk heet. Hij miste alleen het felle om te dirigeren. Maar heel collegiaal. Dat is toch ook wat waard.

'In Frankrijk was het Zjopie, Zjopie Zwotemek. Heel populair. Enorm serieus, altijd met zijn fiets bezig. Bewonderenswaardig zoals hij zich heeft teruggeknokt na die valpartij in de Midi Libre. Ik kan me herinneren dat hij toen op het laatste moment niet met het vliegtuig vervoerd is. Dat zal vol en dat is achteraf zijn redding geweest. Dat was waarschijnlijk zijn dood geweest met die onderdruk in het vliegtuig.'

Harry Jansen, oud-renner, oud-radioverslaggever, oud-pr man: 'We waren elkaars grote concurrenten bij de nieuwelingen. Om Joop werd altijd een beetje gelachen. Hij had van die lange witte sokken aan, tot aan zijn knieën. Als we met zijn tweeën aankwamen won ik.

'Onze paden hebben elkaar eigenlijk voortdurend gekruist. Mijn laatste reportage voor de NOS-radio was het Wereldkampioenschap in Montello. Ik maakte in die tijd veel grappen met Koos Postema. Als er een Colombiaan in beeld was hield ik de microfoon voor een Colombiaanse verslaggever vanwege al dat geschreeuw. Maar toen met Joop, bij dat WK, zat ik als een gek te blèren.

'Ik heb nog steeds veel contact. Joop wil dat de Nederlanders eens gaan beseffen dat zijn hotel vlakbij Euro Disney staat. Dat ze dus bij hem kunnen logeren als ze daar naartoe gaan. Hij is vanaf acht uur elke avond aanwezig'

Hein Verbruggen, nu voorzitter van de internationale wielerfederatie UCI, ooit werkzaam bij de Belgische profploeg Marsflandria: 'Er was toen veel belangstelling voor hem. Herman Krott wilde dat hij naar een Franse ploeg ging, we hebben veel moeite moeten doen om hem te krijgen. Het was al snel duidelijk dat hij meer kon dan knecht spelen.

'Je hebt twee categorieën toppers: het extroverte, opvliegende type als Jan Raas en het meer gelijkmatige type. Indurain en Zoetemelk. Wars van kouwe drukte, alles zo simpel mogelijk. Als je nuchter bent als Joop, je eigen weg gaat, dan is dat een voordeel. Hij werd in zijn eerste jaar bij ons meteen tweede in de Tour.

'Het was niet zijn stijl om anderen te zeggen wat ze moesten doen. De manier waarop hij het WK won is alleszeggend. Hij demarreert niet, hij trekt de sprint aan voor Van der Velde'

Jan Raas, collega als renner en ploegleider: 'Bijna 39 en dan nog wereldkampioen worden. Nee, natuurlijk was het geen weggevertje! De week voor het WK reed ie in Veenendaal alles en iedereen drie minuten los. Ik zei nog: Joop, als je niet oppast word je nog wereldkampioen op je oude dag. En iedereen gunde het hem, hé.

'Ja, één keer is hij naar buiten toe écht boos geweest. Hij was als assistent-ploegleider mee in een wedstrijd, ergens bij Limoges. Vanderaerden, Kokkelkoren en Zuijderwijk maakten er een puinhoop van in het hotel. De meest wilde verhalen deden de ronde. Pissen tegen de muren, pornoboekjes, vernielingen. Als jongens niet serieus met hun vak bezig zijn kan Joop boos worden. Ik heb die drie uiteindelijk ontslagen. Joop is nog steeds één van mijn assistenten.'

Tony Eyck, pianist, wielerfanaat: 'Nou ken ik die man ruim twintig jaar en ik heb hem nog nooit iets lulligs horen zeggen over anderen in de wielrennerij. Mijn eigen zoon heeft nog voor Raas gereden toen Joop assistent-ploegleider was. De jongens waren dol op hem. Ze wilden altijd dat Joop meeging. Joop zei nooit wat. Hahaha! Maar ze hingen wél aan zijn lippen!

'Prachtvent en wat mooi dat ie met zijn neus in de boter is gevallen. Fransen zijn helemaal niet zo aardig, ik weet er alles van, maar de schoonouders van Joop zijn de liefste, meest gastvrije mensen van het land. Zo hartelijk! Als je binnenkomt is het meteen champagne. En gezellig hè. Ze wonen allemaal samen. Joop, de kinderen, z'n schoonouders.

'Ik zie hem nog vaak bij van die gentlemen-koersen. Hij was eens mijn gangmaker. Fietste ik achter hem en dacht ik: wat is er toch met Joop? Ineens zag ik het. Zijn benen waren niet geschoren. Ik kende Joop alleen maar met geschoren benen! Laatst was ik de dag na zo'n koers met acht Tourwinnaars, acht!, naar een wijnproeverij. Maar geen Joop. Was ie weer gaan jagen. Dat is zijn grote passie. En fanatiek, hè. Dat karakter is gevormd op de fiets.'

Karl Zoetemelk, zoon, amateur-wielrenner: 'Dit jaar werd ik dertigste in de Tour de l'Avenir. Mijn vader komt wel eens kijken. Meestal niet. Hij geeft wel advies. Pfff. . .over training, techniek. Ik ga nog twee jaar proberen om prof te worden. Anders ga ik iets anders doen. Ik heb net op de universiteit mijn diploma voor de, hoe zeg je dat, voor de verkoop gehaald. Ja, de zoon van Eddy Merckx is nu een goede profrenner. Ik zal wel zien of het mij ook lukt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.