‘Misschien was het toch een fout. Na ja’

Willi Lippens had niet naar zijn vader moeten luisteren, dan was hij in 1974 wereldkampioen geworden. Met het Duitse elftal welteverstaan, want in Oranje werd ‘der Ente’ na één interland niet meer gepruimd....

De eenmalig international wandelt over zijn erf en begroet zijn bezoek op typisch Duitse wijze. ‘Hallo.’ Hij schenkt koffie in, wijst naar een van de duizenden afbeeldingen van eenden in zijn restaurant-hotel-Biergarten Mitten im Pott en zegt: ‘De mensen herinneren zich mij, omdat ik als een eend liep en goed kon voetballen. Und das ist es.’

Willi Lippens is een geval apart. Hij is de man voor wie het geslacht van zijn bijnaam werd veranderd. Hij is de man die als amateurtrainer zijn spelers een boete gaf als ze deodorant met drijfgas gebruikten.

In zijn dertien jaar als speler bij Rot-Weiss Essen stond hij bekend als Spassvogel. En hij is de man van de beroemdste rode kaart in het Duitse voetbal.

Maar voor hij dat vertelt, wil hij eerst even de eendentour van zijn restaurant geven. Dan hebben we dat gehad. ‘Je moet de mozaïekeenden zien, in de toiletten, die zijn echt cool.’

Op de toiletten zijn inderdaad twee eenden in mozaïek te bewonderen. ‘Die wilde iemand graag voor me maken. Ze komen altijd met eenden aan, ik heb me er maar bij neergelegd. Ik ben nu eenmaal Ente Lippens. Kwak, kwak! Ente! Na ja.’

Dat zit zo. Toen Willi Lippens in 1965, 19 jaar oud, op zijn eerste training bij Schwarz-Weiss Essen kwam, zei de trainer: ‘Der kann ja nicht mal richtig gehen.’ Lippens waggelde. Later noemde een verslaggever hem Ente. Er kwamen twee varianten. Ente Lippens en Die Ente.

Later bleek dit toch wat ongelukkig gekozen. Die Ente was tenslotte een man: Willi Lippens. (In Nederlandse kranten werd hij Willy genoemd, maar dat is verkeerd, zegt Willi. In Duitsland kennen ze hem als Willi met een i. Hoe het in zijn – Nederlandse – paspoort staat? ‘Wilhelm’.)

Dat werd dus der Ente. Zelf zegt hij daarover, ietwat raadselachtig: ‘Na ja, als ze die Enten zeggen, dan zitten daar ook de mannetjes bij, dus dat maakt niet uit.’

Hij verlaat het toilet. En inderdaad, Willi Lippens waggelt. Hij heeft o-benen en waaiert al lopend uit over de lijn van de toiletten naar de tafel.

Een keer was Willi Lippens Oranje-international. Op 24 februari 1971 in De Kuip, tegen Luxemburg. Hij maakte de 1-0. Een intikker, nadat de doelman de bal had losgelaten. ‘Iemand schoot, ik scoorde. Ik had een goede neus voor zulke situaties.’

Het was Rinus Israel die niet zo goed op doel schoot. Linksbuiten Lippens tikte bij de tweede paal in buitenspelpositie in. De grensrechter vlagde, maar de Albanese scheidsrechter negeerde hem. Het was de enige interland die Lippens zou spelen.

Lippens: ‘Fraai gemiddelde.’

Bondscoach Frantisek Fadrhonc nodigde de ‘gastspeler’ (de Volkskrant) ook voor de volgende interland uit, tegen Joegoslavië, maar Lippens was geblesseerd. Daarna, zegt Lippens, kwam Michels. ‘En toen was het afgelopen.’

Dat is niet helemaal waar, want Fadrhonc maakte pas later plaats, maar Willi Lippens is er de man niet naar om zijn tekortkomingen al te zeer te benadrukken. En waarom zou hij? Der Ente was een geweldige voetballer.

Tweebenig, dribbelaar en goaltjesdief – een Dribbelkönig en Knipser, volgens de Duitse media. Een combinatie van doelmatigheid en spelvreugde en een van de beste twintig voetballers in het na-oorlogse Duitsland, zo vindt Lippens zelf. ‘Ik maakte 92 doelpunten in 242 Bundesligaduels. Ik heb een kans nooit overhaast om zeep geholpen, ik verspeelde zo’n kans liever door te lang te pingelen.’

Welke huidige voetballer op hem lijkt? Tsja. Wie draait ze nog binnenstebuiten en dan nog eens? Robben misschien? ‘Ja, Robben! Maar die kan niet alles wat ik kon.’

Als het aan Lippens had gelegen, had hij niet alleen voor het Nederlands elftal gespeeld, maar ook voor de Mannschaft. Dat een en ander niet is gebeurd, bijvoorbeeld wereldkampioen worden in 1974, lag aan verschillende dingen, maar bovenal aan de mishandeling van zijn vader door Duitse soldaten.

Het verhaal gaat dat Willem Lippens, geboren in Heerlen, een antifascist was, maar dat weet Willi niet zeker. Want waarom was zijn vader dan met een Duitse vrouw getrouwd, als hij zo’n hekel had aan Duitsers.

Zeker is wel dat Willem weigerde Duitser te worden, en daarom bijvoorbeeld geen huis kon kopen in Hau bij Kleve, waar hij woonde. Later werd hij gepest, en in elkaar geslagen.

Dus toen Helmut Schön, de Duitse bondscoach, Willi belde of hij Duitser wilde worden, zei Willi ja. ‘Maar mijn vader zei nee. Hij zei: als je dat doet, kom je er thuis niet meer in. En dus werd ik geen Duitser.

‘Schön had me verzekerd dat ik in de basis zou staan. Maar we luisterden naar onze vader, zo had hij ons opgevoed. Anders was ik wereldkampioen geworden.’

Hij neemt een slok koffie. ‘Mijn vader had dat professioneler moeten zien. Later deed hij dat wel, in 1978. We keken naar een wedstrijd op de televisie, en toen zei hij plotseling: Misschien was het toch een fout. Na ja.’

Er was nog een andere reden waarom Willi Lippens geen wereldkampioen is geworden. Hij weigerde uit de spelersbus te stappen die het Nederlands elftal op 24 februari 1971 naar De Kuip bracht, terwijl daar toch genoeg aanleiding voor was.

Op een zeker moment zette de chauffeur een Duitse zender op, of een zender die een Duits liedje speelde. ‘Een aantal spelers was al pissig op mij. Dat vond ik normaal, ik sprak tenslotte Duits. Maar Rinus Israel was echt vervelend. ‘Zet die nazi-zender uit’, zei hij tegen mij, of iets wat daarop lijkt.

‘Ik had die zender niet aangezet, dus ik zei: waarom? Hij trok een lelijk gezicht en zei: jij bent geen echte Hollander.

‘Ik had toen moeten uitstappen. Na die wedstrijd mocht ik niet meer voor Duitsland spelen. Maar ik had kunnen beslissen om uit te stappen. Om daarna tegen mijn vader in te gaan. Willem van Hanegem deed trouwens ook een beetje komisch, maar ik geloof dat die niet erg intelligent is.’

Onder Michels kwam Lippens niet meer in de ploeg. Lippens: ‘Blöd, want Michels was de meest Duitse trainer ooit. Maar ook een Ajax-man. En Piet Keizer was ook Ajax. Dus kozen ze in 1974 voor Keizer, die moest kennelijk ook een paar Mark verdienen. Uiteindelijk speelde Rensenbrink. Tss. Die voetbalde in België.’

En dat terwijl Lippens zelf ook bijna Ajacied was geweest, en een echte Hollander was geworden. Ajax nodigde hem vlak voor kerst 1970 uit in De Meer. ‘Van Praag bood 900 duizend Mark voor me, de duurste speler ter wereld. Maar Rot-Weiss liet me niet gaan. Toen heeft Ajax Horst Blankenburg maar gekocht, een verdediger. Ze wilden dat geld nou eenmaal uitgeven.’

Dat is de laatste reden, waarom hij geen wereldkampioen is geworden. ‘Anders had ik binnen zes weken Nederlands geleerd en had zelfs Israel mij geaccepteerd. Dan zou alles goed zijn gekomen.’

Want: ‘Met mij erbij zou Nederland wereldkampioen zijn geworden. Zeker weten. Ik kan het niet bewijzen, maar ik weet het zeker. Alle Duitse verdedigers deden het in hun broek voor mij en Nederland miste een afmaker voorin.’

Tijdens de WK-finale lag hij op het strand van Mallorca te balen. Hij zag de wedstrijd later. ‘Dat overwicht van Nederland in de tweede helft*, ik had er zeker één ingeschoten.’

Wat overbleef van zijn internationale carrière was het shirt van de interland tegen Luxemburg. Helaas geen oranje shirt. ‘We speelden die dag in het wit. Luxemburg had geen uittenue.’

Maar begrijp Willi Lippens niet verkeerd, hij is niet verbitterd. Ja, hij had graag interlands gespeeld, om op die manier in Nederland te worden erkend. Maar door het voetbal heeft hij zijn restaurant en hoeft hij eigenlijk niet meer te werken, al doet hij dat soms nog wel. En hij onderhoudt zijn paard Wilbur, 19 jaar oud, die 80 duizend Mark bijeen heeft geracet, soms met Willi als ruiter.

Willi Lippens: ‘Ik heb gebouwd, ik heb altijd gebouwd.’

En een naam opgebouwd, vooral met die rode kaart. Dat is zijn belangrijkste verhaal, dat hij wilde gaan vertellen voor hij de eendentour maakte door zijn restaurant.

Er is trouwens nog een aantal ondergeschikte anekdotes. Zoals de keer dat hij met keeper Sepp Maier had afgesproken dat Maier Lippens per ongeluk de bal in de voeten zou spelen, waarop Lippens de bal naar hem zou terugspelen. Een paar weken voor Rot-Weiss – Bayern hadden ze dat afgesproken. Maier durfde niet, bij een 1-1 stand.

En Willi Lippens maar gebaren. ‘Hij deed net alsof hij me niet zag. Nou, dat kon niet missen.’

Maar het bekendste verhaal van Willi Lippens is de rode kaart, eens der schönste Platzverweis der deutschen Fussballgeschichte genoemd.

Het was in 1968, tegen Westfalia. Lippens werd veel geschopt, dat kon toen nog, en schopte een keer terug. Kwam de scheids op hem af, en zei: ‘Ich verwarne Ihnen!’ – verkeerd Duits, zoals ‘Ik waarschuw jij!’, maar dan in de beleefdheidsvorm. Lippens stond op en zei met een glimlach: ‘Ich danke Sie!’ – ‘ik bedank jij’.

De scheids begreep het niet. ‘Die stuurde me alleen van het veld, omdat ik iets terug zei.

Na zijn carrière werd de uitspraak een Duitse legende. Nu heeft Lippens’ restaurant een uithangbord, waarop een eend staat, en ‘Ich danke Sie!’ Hij verkoopt er ook T-shirts (euro 12,50) en mokken (euro6) van. ‘Per jaar verkoop ik er zeker duizend. Van de T-shirts misschien iets meer.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.