'Laten we hopen dat Giri brutaal genoeg is om wereldkampioen te worden'

Oud-winnaar Hans Bouwmeester bezoekt als eregast het Tata Steel Chess Tournament

Hij is eregast bij het Tata Steel Chess Tournament: Hans Bouwmeester (88). De oud-winnaar was ooit een beroemdheid in de Nederlandse schaakwereld.

Hans Bouwmeester (r) speelt tegen Hans Ree in 1967. Foto anp

Plukjes jonge schaakfans lopen verlegen rond tijdens de opening van het jaarlijkse Tata Steel Chess Tournament, vernoemd naar de grote staalfabrieken in de buurt. Ze zijn met smoelenboek in de hand op jacht naar een handtekening van de aanwezige schaakmeesters. Het populairst is Magnus Carlsen, de Noorse nummer één van de wereld. Ook de Nederlander Anish Giri deelt veel krabbels uit.

Beroemdheid

Geen van allen kennen ze oud-winnaar Hans Bouwmeester. Dat was in de jaren zeventig ondenkbaar geweest. Bouwmeester was in die tijd een beroemdheid in de Nederlandse schaakwereld. Hij verkocht honderdduizenden boeken over de denksport. 'Noem het maar boekjes, hoor. Goedkope pockets waren het', relativeert Bouwmeester direct.

Hij is 88, maar verhaalt nog kwiek over zijn gloriejaren. Hij is als oudste nog levende Nederlandse winnaar en als eregast aanwezig in de luxe congreshal van Tata Steel in Velsen-Noord. 'Ik was pas 24 toen ik het toernooi won. Dat was in 1954. Toen zag het er heel anders uit. Het was een klein toernooi. De Europese top deed toen mee, nu doet ook de wereldtop mee. Ik noem het trouwens gewoon nog het Hoogovenstoernooi, zoals het in mijn tijd heette.'

Of hij het schaken van tegenwoordig nog volgt? 'Jazeker. Zeer intensief ook. Ik ben nog geabonneerd op vier tijdschriften. En ik kijk veel via Chess24, op de computer. Dat is ook ongeveer het enige wat ik kan met zo'n apparaat. Want schaken via de computer, daar ben ik maar niet meer aan begonnen. Daar is ook geen lol aan.'

Anish Giri. Foto Pauline Niks

Computer

Het schaken is erg veranderd door de computer, zegt Bouwmeester. Het is volgens hem ook wel wat makkelijker geworden voor de huidige generatie. 'Vroeger ging ik eens per week langs bij Max (Euwe, de inmiddels overleden schaaklegende) om hele analyses uit te denken. Dan las ik bijvoorbeeld iets over de openingstheorie en dan was ik daar dagen zoet mee. Jonge mensen van nu doen op een computer in een uurtje waar ik een week voor nodig had. Of misschien wel een maand.'

Maar, wil Bouwmeester graag toevoegen, het niveau is ook hoger dan dat het vroeger was. De moderne schakers zijn 'scherper'. Het zijn beroepsschakers, iets dat in zijn tijd ondenkbaar was. 'We hadden allemaal nog een baan. Max Euwe ook, toen hij wereldkampioen werd. En toen ik het toernooi won, gaf ik tegelijkertijd nog wiskundeles. Tegenwoordig kunnen de wereldtoppers er goed van leven.'

Correspondentieschaken

Zijn grote liefde was het correspondentieschaken. Spelen tegen schakers van over de hele wereld. Via een briefkaart. Daar is tegenwoordig niets meer aan volgens Bouwmeester. Door de uitgebreide computeranalyses waar iedereen over kan beschikken, eindigt vrijwel iedere wedstrijd in een remise.

Met veel enthousiasme vertelt hij over zijn eerste jaren als correspondentieschaker. 'Toen ik daarmee begon, we spreken hier 1967, speelde ik tegen mensen van over de hele wereld. Tegen Russen, Roemenen. Maar ook tegen Zuid-Amerikanen en Canadezen. Weet je hoe lang zo'n toernooi duurde? Soms wel vier jaar. Je moet je voorstellen dat zo'n briefkaart soms wel veertien dagen onderweg was.'

Haast

Zijn grote valkuil was haast. 'Geloof me: dat is de grootste vijand in het schaken', aldus de oude meester. 'Dus als er zo'n briefkaart kwam, deed ik mijn zet en legde die kaart nog een paar dagen op de schoorsteenmantel. Ik was in deze tijd, nu er via een app en e-mails wordt gespeeld, denk ik ook niet zo'n goede schaker geweest.'

Bouwmeester is blij dat er met Anish Giri weer een Nederlandse schaker is die zich met de wereldtop kan meten. Hij is van mening dat de titulatuur van meesterschakers uit de hand is gelopen. 'Er zijn volgens mij nu zo'n dertig schaakmeesters in Nederland. In mijn ogen zijn er maar drie echte meesters: Max Euwe, mijn leerling Jan Timman en daar sluit Giri zich nu bij aan. Ik weet niet of hij brutaal genoeg is om wereldkampioen te worden. Laten we het hopen.'

Meer over