'Ik kon nergens van genieten, er was ook iets kapot van binnen'

Als ‘judo-Belg’ vond hij zijn rust, nadat Ted Troost hem leerde zichzelf te hervinden. ‘Ik haal mijn gram nu niet.’..

Voor de judoka uit Nederland klonk vorige maand bij de EK in Wenen het Belgische volkslied. ‘Het begint te wennen als de Belgische vlag voor me wordt gehesen’, zegt Elco van der Geest, in de Haarlemse judoschool Kenamju. ‘Ik ken het belangrijkste stukje van de Brabançonne, het Belgische volkslied. Maar ik zong het Wilhelmus vroeger ook niet hardop mee. Het gaat toch om de euforie die je voelt als je op dat hoogste podium staat.

‘Natuurlijk is het een dubbel gevoel, ik ben nu eenmaal niet geboren in België. Ik ben de Belgen dankbaar voor de kansen die ze me geboden hebben. Je moet er ook een beetje de humor van inzien. Het is natuurlijk een fantastisch verhaal. Ik besluit om voor België te gaan judoën en sindsdien win ik weer prijzen. Het heeft me zoveel rust gegeven. Ik word in België volledig gesteund tot de Spelen van Londen. En ik hoef niet langer achterom te kijken of iemand me voorbij schiet.’

Zo verging het Van der Geest (31) in Nederland, waar hij door zijn rivaal én clubgenoot Henk Grol werd ingehaald. In de categorie tot 100 kilo was voor hem geen plaats meer. Tot zijn vader Cor van der Geest hem een alternatief voorhield. ‘Wat wil je nou, vroeg hij. Stoppen of doorgaan? Ik zei: Cor, ik wil weer eens winnen. Ik heb het gevoel dat het nog in me zit, maar het komt er niet uit.’

Winnen namens Nederland kon hij volgens zijn vader vergeten, omdat de vijf jaar jongere Grol altijd het voordeel van de twijfel zou krijgen. Ze besloten dezelfde weg te volgen als de ruiter Jos Lansink en de schaatser Bart Veldkamp. Van der Geest: ‘Het verandert niets, ik heb op papier twee nationaliteiten. En ik kan nu iets terug doen met mijn Europese titel, ik voel de warmte in België.’

Hij heeft de naam van zijn voornaamste tegenstander dan nog niet genoemd. Maar zelden was een confrontatie op de judomat zo beladen als de EK-finale tussen Van der Geest en Grol, de man die zijn concurrent bijna letterlijk over de landsgrenzen duwde. In Wenen versloeg Van der Geest zijn kwelgeest na een vernuftig schaakspel, al zag Grol het anders.

De nummer twee van de Spelen van Peking had vanwege een gescheurde buikspier vooral van zijn eigen lichaam verloren. ‘Ik geef ook nu een diplomatiek antwoord’, zegt Van der Geest. ‘Volgens mij was Henk wel vaker geblesseerd. Blijkbaar is deze nederlaag voor hem moeilijk te accepteren. Ik kijk er anders tegenaan dan vroeger. Ik beschouw Grol als één van de jongens die ik moet verslaan om kampioen te worden.

‘In de aanloop naar de Spelen van Peking had ik meer last van Henk. Ik zat nog in de opbouw, toen hij als een sneltrein langs me raasde. Dat heeft uiteindelijk geleid tot mijn naturalisatie. Ik voelde in Wenen geen extra spanning. Al besefte ik dat het een speciale wedstrijd was.’

Met Grol en Van der Geest stonden immers twee werelden tegenover elkaar. ‘Soms zitten we met zijn tweeën in de kleedkamer. We zwijgen en doen ons eigen ding. Het zou mooie tv-beelden opleveren. Het is tussen ons toch een beetje Ajax-Feyenoord.

‘Ik heb veel respect voor de sportman Grol. Maar als mens hebben we geen affiniteit met elkaar. Ik zal met Henk geen biertje drinken. Dat maakt het ook gemakkelijk. Ik hoef geen vriend op zijn rug te leggen.’

Zijn tweede Europese titel sinds 2002 heeft een ‘megawaarde’, aldus Van der Geest. Het was niet alleen de bevestiging dat hij nog bestaat als judoka. Van der Geest vond op de judomat zichzelf terug. ‘Acht jaar geleden was ik een jonge hond die veel op zijn talent won. Daarna heb ik mede door zware blessures in een diep dal gezeten. Ik judode met angst in mijn lijf. Ik wist echt niet hoe ik eruit moest komen. Die periode heeft zijn sporen nagelaten.’

De familie Van der Geest werd er soms door verscheurd. ‘Mijn broer Dennis werd in 2005 in Caïro wereldkampioen, terwijl ik bij dat toernooi mijn kruisband scheurde. Dennis rolde van de ene naar de andere huldiging en ik deed bij de fysiotherapeut voor de derde keer mijn oefeningen tussen revaliderende huisvrouwen. Ik kreeg een enorme knal voor mijn harses.’

De eenzaamheid greep hem bij de strot. ‘Er staat geen publiek om je aan te moedigen. Niemand klapt voor je, je staat helemaal alleen te vechten voor je herstel. Op die momenten besefte ik hoeveel vrienden ik had als ik won. En hoe stil het om je heen is als die ander wint. Ik kon nergens van genieten. Ik lag op het strand en keek naar de ondergaande zon. Maar de gelukzaligheid die daarbij past, kwam niet binnen. Het raakte me niet. Er was ook iets kapot van binnen.’

Haptonoom Ted Troost wees hem de weg. ‘Het ging niet goed met me. Ik wist niet waar ik het moest zoeken. Vanaf dag één hadden we een bijzondere band, Ted was er voor mij. Hij heeft me geleerd om mijn sport te relativeren en hielp me vooral te luisteren naar mijn lichaam.

‘Ik voel nu veel beter aan hoe ik in mijn vel zit. Ik zit nu dichter bij de kern. Die man heeft gewerkt met grote sporters als Gullit, Van Basten en Krajicek en daar veel te weinig krediet voor gekregen.’

Het was alsof Troost alle draadjes met elkaar verbond, zegt Van der Geest. ‘Ik judo op gevoel. Ik maak contact met mijn tegenstander en probeer hem te foppen. Ted leerde me om mezelf én mijn tegenstander te voelen. Hij liet me op veel terreinen kijken vanuit een ander perspectief. Je hebt veel specialisten in de sport. Maar een voedingsdeskundige heeft geen verstand van de psyche.

‘Hij vertelt welke voedingsstoffen je nodig hebt. Toch kan het mentaal soms beter zijn om die hamburger naar binnen te werken in plaats van de sportdrankjes die je neus uitkomen. De fysiotherapeut laat een protocol op je los als je geblesseerd bent. Een mens is niet gemaakt voor protocollen en ik zeker niet. Troost weet al die zaken te verbinden.’

Ondanks de vroege piek in zijn carrière is hij een laatbloeier, zegt Van der Geest. Pas na zijn dertigste vond hij de ideale balans. Mede met dank aan coach Louis Wijdenbosch die hem een spiegel voorhield. En dus koesterde hij na zijn bevrijdende titel in Wenen de innerlijke trots.

‘Ik had niet de intentie om mijn gram te halen. Waarom zou ik met mijn vingertje gaan wijzen? Ik houd het lekker voor mezelf. Ik heb nul garanties voor de toekomst. Straks sta ik in mijn onderbroek op de weegschaal met 35 kerels om me heen. Slechts een staat later op het hoogste podium. En ik weet niet of ik dat ben.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.