'Ik ben een stugge Drent, maar als ik daaraan terugdenk, word ik weer emotioneel'

Welk pad bewandelden voormalige olympiërs na hun topsportcarrière?

Jan Bols (73) deed mee aan de Olympische Spelen van 1968 en 1972. Na zijn schaatscarrière begon hij in Hoogeveen een sportzaak, die eind vorige eeuw werd overgenomen door zijn zoon.

Jan Bols Foto Jiri Buller

'Een vierde plek op de 10 kilometer in Sapporo in 1972 is mijn beste Olympische prestatie geweest. Als ik een goeie dag had, kon ik Ard Schenk of Kees Verkerk verslaan, maar op dat moment stak Ard in bloedvorm: hij won drie gouden medailles. Nee, ik was niet jaloers. We leverden strijd, maar dan wel op de ijsbaan. Daarbuiten zorgden we ervoor dat we het naar ons zin hadden.

'Dat ik moest opboksen tegen Ard en Keessie leverde me veel sympathie op bij het publiek. Op het EK van 1971 in Thialf, toen nog onoverdekt, leek ik eindelijk op de titel af te stevenen. Maar op de 5.000 meter vergat ik van de buitenbaan naar de binnenbaan te wisselen. 'Klootzak', riep coach Leen Pfrommer tegen me na de finish. 'Je hebt twee keer de buitenbocht gereden.'

'Ik dacht nog: ik heb 30 meter te veel geschaatst, ze zullen wel coulant zijn. Maar de jury besloot me te diskwalificeren. Dat werd me een hele toestand, want het publiek was razend. Met een speech vanaf het middenterrein heeft Pfrommer de mensen tot bedaren moeten brengen. De volgende dag kreeg ik tijdens een dweilpauze een ereronde. Ik was liever kampioen geworden, maar laat ik het zo zeggen: die fout heeft mijn populariteit geen kwaad gedaan.

'Pfrommer zei altijd: Jan, het is leuk, dat schaatsen, maar je moet zorgen dat je iets achter de hand hebt voor daarna. Iemand wilde met mij een kroeg beginnen. 'Moet je niet doen', zei Pfrommer. 'Dan ben je elke avond aan het werk.' Maar zo kwam ik wel op het idee een sportzaak te beginnen. Ik heb eerst een half jaar stagegelopen in Amersfoort, om het vak te leren. Daar- na heb ik mijn zaak geopend, in het centrum van Hoogeveen.

'Mensen kwamen van heinde en verre om bij Jan Bols een paar schaatsen te kopen. Dan moet je dus niet als een directeur gaan rondlopen in de zaak, maar zorgen dat ze terugkomen. Gewoon, door goeie spullen te verkopen. Vaak was ik 's avonds nog bezig met het slijpen van schaatsen of het ingraveren van bekers. Het was hard werken, maar ik heb het altijd met plezier gedaan.

'Aan het einde van de vorige eeuw kwam mijn zoon in beeld als opvolger en heb ik een stapje teruggedaan. De zaak valt nu onder Intersport, maar heet nog steeds Jan Bols. Ik werk nog een aantal dagdelen op de achtergrond. Samen met mijn vrouw rij ik door Noord- en Oost-Nederland om winkels te bevoorraden. Gezellig samen onderweg. Zo blijf ik actief en betrokken.

'Vorig jaar, terwijl we op vakantie waren in de Biesbosch, hebben inbrekers ons hele huis overhoopgehaald. Mijn medailles zaten in een kluis aan de muur. Daar zijn ze veilig, denk je. Niet dus. Die hele kluis is losgewrikt en meegenomen. We zijn alles kwijtgeraakt.

'Voor die inbrekers stellen die medailles niets voor, het is niet eens massief goud. Maar voor mij hebben ze een grote emotionele waarde. Onlangs heb ik van Viking een nieuw hangertje met een gouden schaats gekregen. Dat had ik in 1971 gekregen naar aanleiding van een wereldrecord in Inzell. Ik ben een stugge Drent, maar als ik daaraan terugdenk, word ik weer emotioneel.'

Jan Bols in actie tijdens de 1500 meter op de Olympische Spelen in Saporro Foto anp

Na de Winterspelen

Herbert Dijkstra: 'Ik heb moeten leren afstand te nemen'
Herbert Dijkstra deed op de Spelen van 1988 mee aan de 5 (13de plek) en 10 (11de plek) kilometer. Daarna begon zijn journalistieke carrière. Sinds 1994 werkt hij als commentator bij de NOS.

Priscilla Ernst: 'Ik ben gelukkig niet in een rolstoel beland'
Priscilla Ernst deed als shorttracker mee aan de Olympische Spelen van Calgary (1988), Albertville (1992) en Lillehammer (1994). Een val betekende einde carrière. Nu is ze eigenaar van een winkel in woninginrichting in Scheveningen.