'Het fietsen gaat goed, het is hier lekker vlak'

Fietsen met Eritreeërs in Blaricum

Eritrese vluchtelingen in Nederland, veelal jonge mannen, zijn vaak eenzaam. Ze integreren nauwelijks. Maar dat het kan, bewijst een fietsclub, uitgerekend in het chique witte villadorp Blaricum.

De Eritreeërs Kesete Desta (links) en Mikele Nugusu bij de Blaricumse fietsclub Moeke Spijkstra. Foto Guus Dubbelman / de Volkskrant

Yohannes Yergalem (27) klinkt gretig. 'Doen jullie... wedstrijden?' Voor het eerst sinds vier jaar zit hij weer op een racefiets. Schoenen met klikpedalen die zijn benen zowel duw- als trekkracht geven ontbreken nog, maar dat deert hem niet. Hij rijdt weer op een snelle fiets, een gevoel dat hij gemist heeft sinds zijn vlucht naar Europa. En ook op sandalen en gewone pedalen kan hij hard trappen, zal straks blijken.

In zijn vaderland Eritrea is wielrennen de derde religie, volgens Yohannes. Naast christendom en islam. Zijn fietsketting ratelt een beetje. De derailleur staat kennelijk niet goed afgesteld. Bij het schakelen gaat het mis, maar Yohannes klaagt niet. 'Ja, gaat goed', antwoordt hij steeds, glunderend van oor tot oor. 'In Eritrea zijn veel bergen. Heel veel omhoog. Hier alles vlak.'

Voor hem rijden Kesete Desta (25) en Mikele Nugusu (27), twee land- en lotgenoten. Mikele heeft als tiener getraind met Daniel Teklehaimanot, de Eritrese profrenner van Team Dimension Data die in 2015 vier dagen het bergklassement in de Tour de France aanvoerde en zo de eerste Afrikaan werd in de bolletjestrui.

De drie Eritreeërs leerden elkaar in Nederland kennen. Ze hebben inmiddels een verblijfsvergunning en een huis. Kesete woont in Muiden, Mikele en Yohannes in Bussum. Dat ze hier nu in groene lycra fietskleding met het opschrift 'De Fietsenwinkel' door de straten van Blaricum rijden, samen met een groep Nederlandse wielerfanaten, danken ze aan de lokale fietsclub Moeke Spijkstra.

Alle leden van die club, die is vernoemd naar het plaatselijke café, ontvingen van hun bestuur recentelijk het verzoek via betaalapp Tikkie 12,50 euro te storten teneinde de Eritreeërs terug op de racefiets te helpen. De leden gaven ruim gehoor aan die oproep. Clublid Eric van Cleef, eigenaar van een fietsenwinkel, deed er uit eigen zak een racefiets bij. 'Sport verbroedert', zegt hij. 'Onze leden komen uit alle lagen van de bevolking. Er zitten ceo's bij en cfo's, maar zodra we onze fietspakjes aantrekken, zijn we allemaal gelijk.'

De Eritreeërs trainen mee voor de toerversie van de Amstel Gold Race 2018. Die is in april. Bij de finish van die 150 kilometer lange Limburgse toertocht krijgen ze de racefietsen van de club cadeau, is de afspraak. 'Het alleen met geld oplossen vind ik iets te makkelijk', verduidelijkt clubvoorzitter Eduard Schaepman. 'Die jongens kunnen zo de Nederlandse taal machtig worden. En onze clubleden krijgen de kans iets te leren over hun cultuur.'

Lees verder onder de video

Foto Guus Dubbelman / de Volkskrant

Grote eenzaamheid

'Als ik dit hoor, word ik heel enthousiast', reageert onderzoeker Inge Razenberg van het Kennisplatform Integratie & Samenleving/Verwey-Jonker Instituut. 'Het klinkt als een perfect voorbeeld hoe je Eritreeërs kunt laten integreren. De meesten van hen willen heel graag Nederlandse vrienden. Hun eenzaamheid is groot.' Eerder dit jaar deed Razenberg samen met haar collega Marjan de Gruijter onderzoek naar de positie van Eritrese statushouders in Nederland. Ze constateerden 'een grote afstand' tussen de Eritreeërs en de Nederlandse bevolking en instituties.

Tussen 2014 en 2016 vroegen 12.554 Eritreeërs asiel aan in Nederland. Ze vormen na de Syriërs de grootste groep vluchtelingen. 70 procent is man en driekwart is jonger dan 30 jaar. Hun opleidingsniveau is laag. Bijna allemaal krijgen ze een verblijfsvergunning. Taalkloof, culturele barrières en eenzaamheid belemmeren hun integratie enorm. De verplichte taal- en inburgeringcursus van twee à drie dagdelen per week is bij lange na niet afdoende, zegt Razenberg. 'Het in de praktijk oefenen van de Nederlandse taal is heel belangrijk, maar dat lukt de meeste Eritreeërs niet omdat ze in een isolement verkeren.'

Ook Mikele, Yohannes en Kesete hebben vrijwel geen contact met Nederlanders. 'Ik woon al twee jaar in Muiden en ken daar niemand', zegt Kesete. Via instelling Versa Welzijn kwam de fietsclub in contact met de drie. 'Als je iets wilt bijdragen aan de samenleving moet je niet afwachten wat de politiek doet, maar er zelf je schouders onder zetten, is Schaepmans overtuiging. 'Als het in Blaricum lukt, moet het in de rest van Nederland zeker lukken', vindt de clubvoorzitter. 'Laten we eerlijk zijn, het is een reservaat hier', zegt hij over zijn overwegend witte villadorp, waar drie op straat wachtende zwarte jongemannen al vragen oproepen bij terrasbezoekers. Geen enkele andere Nederlandse gemeente telt verhoudingsgewijs zoveel koopwoningen met een waarde boven de 1 miljoen euro: liefst 32 procent van het totaal.

Niet alle clubleden stonden te springen om de vluchtelingen te adopteren. 'Ook bij ons zijn er mensen die dingen zeggen als: laat die jongens terugkeren naar hun eigen land. Maar de overgrote meerderheid vond het meteen een mooi initiatief', zegt Schaepman. 'En van sommigen die zich afvroegen waarom dit zo nodig moest, krijg ik nu te horen: hé, best wel leuk met die Afrikaanse gasten.'

Op de eerste geasfalteerde polderweg buiten Blaricum gaan de drie jonge Eritreeërs naast elkaar op kop van het dertig man sterke peloton rijden. Ze trappen hard door richting Spakenburg. De snelheidsmeter geeft 41,5 kilometer per uur aan. Dat is met tegenwind te hard voor de doorsnee zondagochtendfietser. Het peloton breekt. De achterblijvers krijgen de gaatjes niet dichtgereden. 'Snel is lekker', zegt Yohannes met een brede lach als de groep even later weer bijeen is.