column FC Emmen

‘De wereld is veranderd en wij weten wel precies wat er in Duitsland te koop is’

Toen FC Emmen in het voorjaar plotseling promoveerde, moest de selectie zeewaardig worden gemaakt – ‘eredivisieproof’. Er was weinig tijd. Er was vermoedelijk niet heel veel geld. Maar het grootste probleem was waarschijnlijk dat spelers met eredivisie-ervaring niet begonnen te juichen als ze door Emmen werden gebeld.

Emmen?

Een halfjaar later is de wereld veranderd. Het campingelftal blijkt veel minder grappig dan gedacht. Emmen pakt punten met sterk, intelligent voetbal. Emmen is leuk, we hadden het zelf ook niet verwacht. Voorafgaand aan de lopende transferperiode was er wel tijd om spelers te bekijken. Misschien iets meer geld. Na 17 wedstrijden in de eredivisie weet je ook met akelige precisie wat je nodig hebt – in elke linie wel wat.

Maar het belangrijkste is: tegenwoordig worden spelers blij als ze door Emmen worden gevraagd. Ook als ze goed zijn, zoals Michael de Leeuw van Chicago Fire en Sven Braken van NEC. Er is ook een klein contingent Duitse spelers onderweg, een verdediger, wordt gezegd, en een keeper. Nico Neidhart van Sportfreunde Lotte heeft zijn eerste minuten al gemaakt.

Vrijdag zat trainer Dick Lukkien in een kamer in het stadion voor een ontmoeting met de pers. ‘Interessant gebied’, zei hij. ‘Duitsland.’ Ik kon dat wel beamen. Normaal schep ik er niet over op, maar in dit verband is het moeilijk te verzwijgen dat ikzelf ook wat uit Duitsland heb overgehaald, om zo te zeggen, een vrouw, die sindsdien bij ons thuis ook dapper de nul probeert te houden, naar volle tevredenheid van het gezin.

De trainer had nog een lach op het gezicht van de wedstrijd tegen PSV, vijf dagen eerder, toen Emmen in blessuretijd langszij was gekomen. De volgende dag, maar dat wisten we nog niet, zou Emmen in blessuretijd de winnende tegen VVV maken (2-3). Van alle clubs hebben wij nu de meeste blessuretijdpunten: vijf, tegen twee gemiddeld. Komt dat omdat we zo dicht bij Duitsland wonen? Zijn wij zelf ook een beetje Duits?

Ik weet het niet. Misschien. Soms wordt laat scoren in verband gebracht met de conditie van Duitsers, hun wilskracht en doorzettingsvermogen. Maar ik heb ook weleens gelezen dat Nederlanders juist het meest in de slotfase scoren.

Lukkien vertelde over Duitsland, de derde Liga vooral, waarin allemaal grote clubs speelden, veel beter dan we dachten. Karlsruher SC, Fortuna Köln, Kaiserslautern, namen die me even terugvoerden naar de zaterdagavonden in mijn jeugd, toen wij, zo dicht aan de grens, via de antenne naar het Duitse voetbal konden kijken.

Het was mooi. We waren altijd tot de Duitsers gerekend, vooral vroeger, door de Hollanders haast in de armen van de oosterburen gehoond. Maar nu ineens, na al die decennia noodgedwongen over de grens te hebben staan loeren, wisten wij wel precies wat er te koop was, en de concurrentie niet – een vermoedelijk beslissend voordeel.

Ik liep naar buiten, het was koud, de oostenwind heeft hier vrij spel. In de eerste helft van de competitie was onze tweede helft steeds beter dan de eerste, dacht ik. In de tweede helft van de competitie bleek dat onze blessuretijd nog sterker is. Dat was geen geluk, niet Duits, maar een patroon. Hoe langer het duurt, hoe beter het wordt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.